Waarom de auteur niet zo belangrijk is

Essay: de ongebalanceerde relatie tussen tekst en peritekst

26 april 2021
Opinie
Het literaire werk lijkt steeds vaker naar de achtergrond te verdwijnen, terwijl de peritekst - zoals de auteursnaam - de aandacht naar zich toetrekt. Jammer, want zo gaat de essentie verloren.

Een tekst wordt zelden onversierd verspreid. Bijna altijd wordt ze gepubliceerd met een auteursnaam, een titel, een cover, etc. Al wat zich rond die eigenlijke tekst bevindt, werd door de Franse literatuurcriticus Gérard Genette beschouwd als de 'paratekst', die verder wordt onderverdeeld in een peritekst en een epitekst.  

De peritekst bevat alles wat zich in de onmiddellijke omgeving van de tekst bevindt, zoals de naam van de uitgeverij en de biografische gegevens van de auteur op de achterflap. De epitekst daarentegen herbergt alle zaken die fysiek niet rechtstreeks verbonden zijn met het literaire werk. Denk maar aan interviews met de auteur, besprekingen in literaire magazines of boekenbijlages en deelnames aan televisieshows.

Hoewel de paratekst en het literaire werk in theorie twee verschillende aspecten zijn, kunnen ze niet zonder elkaar. Onder meer de 18e-eeuwse schrijvers Prevost, Laclos en Marivaux legitimeerden in hun roman-mémoires en briefromans hun verhaal door het als waargebeurd voor te stellen. Concreet vermomden ze zich als zogenaamde onschuldige uitgevers in het voorwoord om afstand te nemen van hun literair werk. De préfaces waren in die zin niet alleen van belang om het literaire werk te begrijpen, maar ook om de gekunstelde authenticiteit te onderstrepen. 

De wisselwerking tussen de paratekst en de literaire tekst is prachtig, maar het evenwicht mag niet verloren gaan

Die wisselwerking tussen de paratekst en de literaire tekst is onvermijdelijk en zelfs prachtig. Maar wanneer het evenwicht tussen beide aspecten verloren gaat, wordt het problematisch. Wie de literatuurbeschouwingen van de afgelopen decennia overziet, zal concluderen dat de betekenis van literatuur steeds in verband wordt gebracht met de auteur. 

Het verhaal achter het verhaal

Wie een nieuw boek op de markt brengt, moet niet alleen in staat zijn te vertellen hoe de roman is ontstaan, maar ook de link kunnen leggen met zijn of haar levensverhaal. Zo werd er na de verschijning van Otmars zonen, een roman die draait rond een vader-zoonrelatie, in interviews met auteur Peter Buwalda gepolst naar zijn verhouding met zijn biologische vader. 

Dat is ook precies wat Roland Barthes, Franse literatuurtheoreticus en aanhanger van het poststructuralisme, in zijn essay La mort de l'auteur in 1967 bekritiseert. De titel vat zijn essay bondig samen: het concept auteur moet dood opdat er een scheiding tussen het werk en de schrijver kan ontstaan. Want zodra het werk gepubliceerd is, zijn de autobiografie, de interpretatie en de intenties van de auteur irrelevant en is het aan de lezers om de tekst te ontcijferen. De tekst komt als het ware op zichzelf te staan. Het is enkel door de dood van de auteur dat de lezer wordt geboren. 

De hedendaagse schrijver, echter, is springlevend. Een van de vele voorbeelden is de Facebookreactie van Lize Spit op een lovende recensie van haar laatste boek Ik ben er niet die in NRC Handelsblad verscheen: 'Hier ben ik zó blij mee. Deze recensent las het boek dat ik heb willen schrijven, en merkte het accent op dat ik zelf heb willen leggen: nl. de benauwenis en onbetrouwbaarheid van de verteller.' Kortom, Spit is blij omdat de recensent haar interpretatie heeft begrepen, iets wat Barthes hoogstwaarschijnlijk doet omdraaien in zijn graf. 

De focus op auteursnamen kan auteurs er toe brengen zich te verschuilen

Dat citaat van Lize Spit is een mooi voorbeeld van de 'intentional fallacy', een term die geïntroduceerd werd door literatuurtheoretici om aan te duiden dat de betekenis van een tekst niet mag herleid worden tot de intentie van de auteur. Vandaag zijn boekenbijlages echter meer gevuld met diepgaande interviews en paginagrote auteursfoto's dan met authentieke recensies, die de literaire tekst als onderwerp hebben. Het lijkt er dus op dat de 'paratekst' en vooral de positie van de auteur en zijn biografie steeds meer plaats innemen in de literaire wereld. De verwijten over intentional fallacy worden daardoor mooi onder de mat geveegd.

What's in a name? 

Bij de marketing en aanprijzing van boeken zien we dat de nadruk nu bijna volledig op de paratekst gericht wordt. Een van de manieren waarop dat gebeurt, is door te focussen op de naam van de auteur. Wanneer Herman Brusselmans een nieuw boek geschreven heeft, is de naam van de roman van ondergeschikt belang. Het gaat er vooral om dat het een 'nieuwe Brusselmans' is. Ik ben er niet werd dan weer aangeprezen als 'de nieuwe roman van bestseller Lize Spit'.

Die focus op auteursnamen kan auteurs er ook toe brengen zich te verschuilen, uit angst dat hun naam het boek zal besmeuren vooraleer het verhaal de lezers bereikt. Zo besloot Joanne Rowling haar Harry Potterboeken op aanraden van de uitgeverij te publiceren onder de initialen J.K. Rowling. Een vrouwelijke naam zou jonge jongens misschien ontraden haar boeken te lezen.

Als er zoveel waarde wordt gehecht aan de auteur is het dan ook niet verwonderlijk dat sommige auteurs proberen onder het juk van hun eigen naam uit te komen. In een verwoede poging om de aandacht weer bij de tekst te brengen, brengen ze werk uit onder een pseudoniem. Wie een opgebouwde reputatie wil ontwijken, brengt enkele werken uit onder pseudoniem; wie een associatie met de eigen naam volledig kwijt wil, brengt het hele oeuvre uit onder een schuilnaam. 

In tijden waar vrouwen nog niet echt serieus genomen werden als auteurs, kwam het pseudoniem als een verlossing. Zo publiceerden Margaretha Drooglever en Mary Ann Evans respectievelijk onder de naam M. Vasalis en George Eliot. Maar ook Stephen King heeft zeven verhalen onder het pseudoniem Richard Bachman, voor wie hij een begrafenis regelde toen hij als achterliggende auteur ontmaskerd werd.

Bestsellerauteur Rowling is misschien nog de beste illustratie van een schrijver die de navelstreng naar haar boeken probeert door te knippen

Bestsellerauteur Rowling is misschien nog de beste illustratie van een schrijver die de navelstreng naar haar boeken probeert door te knippen. Na de bewuste keuze voor het genderneutrale J.K. Rowling, koos ze later voor het pseudoniem Robert Galbraith om boeken voor volwassenen uit te brengen. Weer een mannelijke naam, die bovendien niet gelinkt kon worden aan haar jeugdromans over Harry Potter.

Een beeld verdraait meer dan 1.000 woorden 

Een andere manier om te focussen op de peritekst is door het gebruik van de auteursfoto op de cover of binnenflap van een roman. Waar de auteursnaam nog enigszins een link heeft met de tekst – die verbindt de roman namelijk met eerder uitgegeven werk – is de auteursfoto een zuivere marketingtool.

De afbeelding geeft geen inhoudelijke uitleg over het werk, maar kan wel een invloed uitoefenen op de lezer. Een roman die gaat over het fictieve personage Ilja Leonard Pfeijffer wordt verbonden met de echte persoon – en schrijver van de roman – Ilja Leonard Pfeijffer. Een ik-personage in een Herman Brusselmansboek krijgt prompt lange zwarte haren, een pokdalig gezicht en een flinke rokershoest. Tot daar de invloed van de auteursfoto op de literatuur, al dan niet met grote L. 

Die fotofetisj toont zich ook in de bestsellerlijsten van de afgelopen jaren. Vooral de kookboeken doen het goed. En waar de cover vroeger nog bekleed werd met een zorgvuldig voorbereide vijfsterrenmaaltijd of ouderwetse boerenkost, staat nu een sympathiek grijnzende Jeroen Meus of Pascale Naessens.

De aantrekkingskracht van het kookboek schuilt niet langer in de gerechten die erin te vinden zijn, maar welke persoon ze geselecteerd heeft. De transformatie van focus op tekst naar focus op peritekst is compleet. We kopen de boeken niet omdat de literatuur (of recepten) bewierookt worden, maar omdat we de foto op de achterkant herkennen.

Uiteindelijk is het de tekst - en niet de auteur - die je in handen hebt wanneer je leest

En dat herkennen wordt gestimuleerd door verschijningen in de media op allerhande manieren. Brusselmans is ondertussen bij het grote publiek bekend omdat hij in de jury van De Slimste Mens zetelt. Delphine Lecompte omdat ze daar als kandidaat hoge toppen scheerde. Lize Spit, Bregje Hofstede en Saskia De Coster schrijven columns voor De Morgen. En dan is er nog het leger aan celebrities die zelf ook in de pen kruipen en waarbij de tekst al helemaal niet uitmaakt – of hebben een voetballer of realityster écht iets te vertellen in hun biografie?

Biografische kwestie

De biografie is een bijzonder genre. Het 'autobiografisch pact' dat erin heerst lijkt de scheiding tussen auteur en literaire werk niet toe te laten; de auteur, de verteller en hoofdpersoon zijn namelijk dezelfde. Naast het ego-document is vooral de maatschappelijk betrokken, geëngageerde literatuur - al dan niet met een grote L - populair vandaag. 

Denk daarbij aan de non-fictie boeken Het boek Daniel van Chris Stoop en De meeste mensen deugen van Rutger Bregman. De auteur is in deze werken losgekomen van zijn isolement en staat met beide voeten in de wereld. Ook de boeken van Greta Thunberg die de klimaatproblematiek behandelen passen in dit rijtje. Maar een boek over de opwarming van de aarde en de problemen daarbij, wint of verliest geen inherente waarde of die nu geschreven is door Greta Thunberg of niet. Thunberg kan dan wel als specialist gezien worden, ze is zeker niet de enige. 

Feit blijft dat het uiteindelijk de tekst is - en niet de auteur - die je in handen hebt wanneer je leest. Om vrij te kunnen interpreteren, redeneren en vooral te 'ontcijferen' is een breuk met de intenties van de schrijver nodig. Ook om nieuwe werken te ontdekken is het belangrijk de maker los van het werk te zien, want wie enkel kiest op basis van de auteur, loopt - net als wie kiest op cover - veel werk mis.