Waarom wetenschappers frauderen

Externe druk en interne zwakheid

06 december 2021
Analyse
Auteur(s): Sjereno Cörvers
Fraude en slordig onderzoek tornen aan de fundamenten van de wetenschap. Dat werkt het opkomende wantrouwen in de hand. De weg naar verbetering is geplaveid met goede intenties, maar vol obstakels.

Het is het jaar 2011. Drie jonge onderzoekers stappen naar de departementsvoorzitter van het departement Sociale Psychologie in Tilburg, Nederland. Ze vermoedden fraude bij het onderzoek van hoogleraar Diederik Stapel waarbij ze betrokken zijn. 

Het gevolg? Een van de grootste fraudegevallen in de geschiedenis van de wetenschap. 55 van zijn 130 onderzoeken steunden op gefingeerde gegevens.

Ook de KU Leuven is niet gevrijwaard van louche figuren. Een van de bekendste is politicoloog Marc Hooghe, die tussen 2014 en 2017 zijn naam onder papers zette waar hij niet aan meewerkte, of de namen van collega's verwijderde. 

'Wetenschappers zijn slim en weten best wat je kan doen zonder gepakt te worden'

Gustaaf Cornelis, wetenschapsethicus VUB

Uit recent onderzoek blijkt dat 8% van de Nederlandse wetenschappers ooit data fabriceerde of naar eigen hand zette. Gustaaf Cornelis, wetenschapsethicus aan de Vrije Universiteit Brussel, denkt zelfs dat we slechts het tipje van de ijsberg kennen. 'Wetenschappers zijn slim en weten best wat je kan doen zonder gepakt te worden.'

Zijn fraudeurs bedorven, hebben zij een zwak moreel gestel of is er cultuurprobleem? Fraude is niet te wijten aan één van die redenen, zo blijkt, maar aan een complexe interactie daartussen.

Hoge druk

We moeten fraude onderscheiden van slordige wetenschap. Wetenschappers zijn mensen, en dus feilbaar. Zodra er bewust wordt gesjoemeld is er sprake van fraude. Sjoemelen betekent dat iemand data fabriceert of wijzigt, beeldmateriaal verkeerdelijk gebruikt of aanpast, of plagiaat pleegt. 

Cornelis benoemt de toegenomen druk als de belangrijkste reden van wetenschapsfraude. Die druk heeft drie vertakkingen: prestatiedruk, excellentiedruk, en publicatiedruk. 

'Gemiddeld draaien onderzoekers 55 uur per week'

Gustaaf Cornelis, wetenschapsethicus VUB

Professoren geven onderwijs, doen onderzoek en verlenen maatschappelijke diensten, zoals verschijnen in de media. De verdeling zou 40-40-20 moeten zijn, maar, zo stelt Cornelis, 'de som is meestal ver boven de 100%. Gemiddeld draaien onderzoekers 55 uur per week'. Door die prestatiedruk lopen onderzoekers soms de kantjes ervan af, vaak tegen hun zin in.

Gij zult (veel) publiceren

Voor promoties beoordelen universiteiten wetenschappers op het aantal publicaties. Daar komt publicatiedruk uit voort. Een te sterke focus op publicaties leidt tot vreemde situaties zoals onderzoeken opknippen in publons (de kleinst mogelijke publiceerbare eenheid, red.), terwijl het voor het wereldwijde kennisbestand beter was om één coherent onderzoek te publiceren. Maar in sommige gevallen leidt het dus ook tot fraude.

Daarmee samen hangt de publicatiebias. Dat betekent dat wetenschappelijke tijdschriften een sterke voorkeur hebben voor onderzoeken die aantonen dat iets het geval is, en minder voor onderzoeken die aantonen dat iets niet werkt. Wetenschappers neigen dan naar onderzoek dat positieve resultaten oplevert, desnoods door een kleine wijziging.

'Waarom zouden wetenschappers heiliger zijn dan de paus?'

Gert Storms, lid VCWI

Publicaties alleen zijn niet genoeg: hogerop komen in de academische wereld is lastig zonder te verschijnen in magazines zoals Science of Nature of andere gerenommeerde bladen. Niet alleen prestatie- en publicatiedruk nodigen uit tot fraude, maar dus ook excellentiedruk. 

Concurrentie

Gert Storms, lid van de Vlaamse Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (VCWI), vindt dat 'competitievorming haaks staat op goede wetenschap'. We zijn dan niet meer samen op zoek naar de waarheid en verliezen het doel om het kennisbestand uit te breiden uit het oog, stelt hij. Concurrentie lokt schendingen van wetenschappelijke integriteit uit. 

De wetenschapper is een ondernemer geworden die elk onderzoeksonderwerp moet pitchen aan geldverstrekkers om financiering te krijgen voor het onderzoek. Er is dan sprake van projectmatige financiering.

'Als de concurrent de regels niet zo nauw neemt en jij wel, dan delf je al snel het onderspit'

Gert Storms, lid VCWI

In zo'n milieu is het moeilijk om wetenschappelijke idealen hoog te houden. De wetenschapssocioloog Robert Merton definieert vier wetenschappelijke idealen. De wetenschap moet kennis delen, stellingen beoordelen volgens objectieve criteria en onderwerpen aan strenge toetsing. Wetenschappers moeten zich ook onbaatzuchtig gedragen. Waar het schoentje wringt, behoeft geen verdere uitleg.  

Aard van het beestje

Tot nog toe ging het over systeemfactoren. Maar ook de interne huishouding van de wetenschapper speelt een rol. Zowel Cornelis als Storms spreken van de 'aard van het beestje'. 'Overal komt fraude voor, waarom zouden wetenschappers heiliger zijn dan de paus?', vraagt Storms zich af. 

Niet elk beestje heeft dezelfde aard. Opvallend is dat in 65% van de fraudegevallen de scheve schaatser een man is, zo blijkt uit onderzoek.

'Persoonlijkheidskenmerken spelen zeker ook een rol bij het overgaan tot frauduleus gedrag', vertelt Storms, tevens professor psychologie aan de KU Leuven. Narcistische, machiavellistische en psychopathische persoonlijkheidskenmerken maken dat iemand eerder oneerlijk te werk gaat. 

'50% van de onderzoeken wordt niet geciteerd. Van de overige 50% wordt 25% slechts een keer geciteerd'

Gustaaf Cornelis, wetenschapsethicus VUB

Storms stelt daarnaast dat mensen 'sterk beïnvloed worden door het gedrag van anderen'. Als je weet dat anderen een zwak moreel kompas hebben, dan is de kans dat jij iets fouts doet groter. Storms benadrukt dat concurrentie dat mechanisme versterkt. 'Als de concurrent de regels niet zo nauw neemt en jij wel, dan delf je al snel het onderspit.'

Wat ook meespeelt, is in hoeverre een wetenschapper zijn identiteit aan het werk ophangt. AIs werk slechts een klein deel van iemands identiteit is, staat er minder op het spel. Vereenzelviging met een baan betekent ook dat je meer riskeert om die te behouden of successen te boeken. 

Schuldgevoel

Hoe kan iemand nog zonder naar gevoel in de spiegel kijken na het begaan van wetenschappelijke fraude? 's Werelds grootste fraudeur Stapel schreef in zijn boek Ontsporing over zijn beweegredenen. Daarin staat dat er geen moment was dat hij dacht dat hij echt verkeerd bezig was. 

In het begin pleegde hij kleine vergrijpen, zoals iets niet vermelden en de zaak iets gunstiger voorstellen. Totdat hij uiteindelijk complete datasets verzon. Een dergelijke glijdende schaal komt volgens Storms meer voor in de wetenschap. 

Wetenschappers produceren 1,7 miljoen publicaties per jaar

'Driekwart van de aanvragen honoreren tijdschriften niet. 50% van de onderzoeken wordt niet geciteerd. Van de overige 50% wordt 25% slechts een keer geciteerd', verkondigt Cornelis. Wat maakt een frauderingetje meer of minder dan nog uit zou een wetenschapper kunnen denken.

Slappe controle 

Wetenschappers produceren 1,7 miljoen publicaties per jaar. Een kritische toetsing van een onderzoek bestaat uit peer review. Alvorens een onderzoek in een tijdschrift verschijnt, controleren vakgenoten de paper in hun vrije tijd, zonder verloning. 

Cornelis vertelt dat 'een reviewer niet standaard naar fraude kijkt.' Het gaat eerder over zaken zoals de relevantie, de statistiek en of er geen sprake is van slordige wetenschap.

Fraudeurs zijn geregeld gerenommeerde namen in hun discipline

Het doel van peer review was nooit om fraude op te sporen, maar om de nieuwswaarde en het belang voor de wetenschap te bepalen. Tijdschriften hadden immers maar een beperkt aantal pagina's. Dat is anders in het digitale tijdperk.

Universiteiten komen ook niet graag naar buiten met fraude en danken fraudeurs niet graag af. Dat beschadigt namelijk de naam van de instelling. Ook zijn fraudeurs geregeld gerenommeerde namen in hun discipline. Het mattheuseffect doet dan zijn intrede: wie naam heeft, krijgt nog meer faam. En wie een goede naam heeft brengt meer centjes binnen.

KU Leuven

Het is niet alleen kommer en kwel in wetenschapsland. Veel gaat wel goed, en wat niet goed gaat, pogen experts op te lossen. Zo ook aan de KU Leuven. Rector Luc Sels ambieert een zo integer mogelijke wetenschapspraktijk. 

Een ander wapen van de KU Leuven tegen fraude is de biosketch

In Veto stond vorig jaar te lezen dat in mei 2020 de postdoccer Steven De Peuter voor drie jaar aangenomen is om een vragenlijst op te stellen en af te nemen over de cultuur van wetenschappelijke integriteit bij verschillende departementen. Begin november is de lijst verspreid onder alle onderzoeken die meer dan zes maanden onderzoekswerk doen aan de KU Leuven. Tot nu toe heeft echter slechts 5,4% gereageerd. 'Dat vind ik bijna om van te wenen,' klaagt Storms.

Elke doctorandus aan de Leuvense universiteit moet verplicht een seminarie over wetenschappelijke integriteit volgen, en als enige universiteit in België zet de universiteit geanonimiseerde meldingen van overtredingen van wetenschappelijke integriteit online.

Een ander wapen van de KU Leuven tegen fraude is de biosketch. Wetenschappers werden voor promotie beoordeeld op het aantal publicaties. In de biosketch delen sollicitanten hun vijf belangrijkste realisaties mee. Dat mag ook gaan over onderwijsprogramma's die zij ontwikkeld hebben of een verdienstelijk industrieel project.

Hong Kong-principes

Niet alleen de KU Leuven probeert wetenschappelijke fraude tegen te gaan. Fraudebestrijding draagt de wetenschappelijke wereld hoog in het vaandel. Tweejaarlijks vindt er een wereldcongres over wetenschappelijke integriteit plaats. Het laatste was in Hong Kong. De Hong Kong-principes zagen daar het daglicht.

Kwaliteitsvolle peer review is de hoeksteen van wetenschap

Daarin staat te lezen dat wetenschappers niet alleen op publicaties beoordeeld moeten worden, dat er meer waardering voor negatieve resultaten moet zijn, en dat open science een boost mag krijgen. Maar ook dat een breed scala aan onderzoek belangrijk is, zoals replicatie, synthese of meta-onderzoek, en dat kwaliteitsvol peer review de hoeksteen van wetenschap is.

Dat laatste kan alleen goed vorm krijgen als peer reviewers daadwerkelijk getraind worden om fraude op te sporen. Ook daar zijn bewegingen in zoals het ontwikkelen van een e-module om dat te vergemakkelijken.

Uitwerking principes

Open science is het principe dat dicteert dat de wetenschap volledig open en transparant moet opereren door bijvoorbeeld ruwe data en gebruikte software vrij te geven. 'Dat is een goed idee', volgens Cornelis, 'meer ogen betekent meer controle.'

'Helaas zijn sommigen te verknocht aan "het spel", omdat ze groot zijn geworden in de publish or perish-cultuur'

Gert Storms, lid VCWI

Een ander voorstel in deze transparantiegolf is preregistratie. Daarbij beschrijven de onderzoekers hun onderzoeksonderwerp, -methode en -populatie. Op basis daarvan maakt een tijdschrift de keuze om te publiceren, zonder te kijken naar de resultaten: die mogen zowel positief als negatief zijn. 

Wetenschappers zouden ook een logboek bij kunnen houden bij publicaties. Zo is makkelijker te traceren wie ergens gesjoemeld heeft. Cornelis: 'Dat is vooral bedoeld om de pakkans te vergroten, terwijl er eigenlijk een cultuurverandering nodig is.' 

Langzaam maar zeker staan er ook wetenschappelijk tijdschriften op die enkel negatieve resultaten publiceren. Veto schreef bijvoorbeeld over het Journal of Trail an Error (JOTE). 

Kartrekkers

Volgens Storms ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de gewoon hoogleraren. Zij hoeven geen bevordering meer te krijgen, hun loon ligt vast, en zij zitten in beoordelingscommissies die dingen kunnen veranderen. 

'Maar helaas zijn sommigen te veel verknocht aan "het spel", omdat ze groot zijn geworden in de publish or perish-cultuur', aldus Storms Gelukkig zien meer en meer mensen in dat er iets moet veranderen. 

Het staat hen vrij om bovengemiddeld te presteren, maar zij krijgen daar dan geen bonussen voor

Cornelis stelt een andere verbetering voor die zich niet zozeer op hoogleraren richt, maar op het beleid. Wetenschappers promoveren daarbij automatisch op basis van anciënniteit, en op basis van minima. 

Het staat hen vrij om bovengemiddeld te presteren, maar zij krijgen daar dan geen bonussen voor. Cornelis: 'Zo kunnen we weer komen tot tráge wetenschap, wat het behoort te zijn.'

Is een dergelijk voorstel nog te denken in de neoliberale overname van de wetenschappelijke wereld? De tijd zal het uitwijzen.