Debat: heeft België nog een toekomst?

'Deze staatsstructuur wens je je ergste vijand niet toe! Dit is gewoon shit!'

24 oktober 2021
Analyse
Auteur(s): Pascal Beyer
Hoe moet het verder met België? Die vraag staat centraal in het openingsdebat van de Vlaams-nationale studentenvereniging KVHV Leuven. De conclusie laat zich evenwel niet in één zin vatten.

Het openingsdebat van KVHV, dat over de Belgische staatsstructuur ging, lokte ook dit jaar veel gegadigden naar Pieter De Somer-aula. KVHV had dan ook niemand minder dan MR-voorzitter George-Louis Bouchez weten te strikken. Zijn tegenstanders waren ook grote namen: federaal N-VA-fractievoorzitter Peter De Roover en gewezen eerste minister en politiek zwaargewicht Mark Eyskens (CD&V).

Onder het toeziend oog van gewoon hoogleraar staatsrecht en moderator Christian Behrendt ging het debat van start. Het is te zeggen: pas na een paar gepaste grapjes over de leeftijd van Mark Eyskens en over het feit dat Bouchez zeer bevattelijk Frans ging spreken. De moderator opende met een filosofische vraag: 'Heeft België nog een toekomst?' De provocerende vraag werd besproken in drie luiken: het verleden, het heden en de toekomst.

A trip down memory lane

Eyskens nam het publiek mee naar het vastleggen van de taalgrens in 1963. Hij vertelde levendig over hoe zijn vader, oud-premier Gaston Eyskens, in 1968 de spanningen tussen Frans- en Nederlandstaligen probeerde op te lossen. Centraal in de geschiedenisles: meer vrijheid voor de Walen over hun economisch beleid met daarnaast voor de Vlamingen een grotere culturele autonomie.

Bouchez en De Roover trokken zich niets meer aan van de vragen van professor Behrendt

Peter De Roover ging nog verder terug in de geschiedenis en haalde de strijd aan tussen de katholieken, liberalen en socialisten voor de Eerste Wereldoorlog. De uitspraak dat België een slachtoffer is van de democratie omdat er continu getouwtrek is tussen het noorden en het zuiden van het land oogstte een luid applaus.

Bouchez stak meteen van wal door kritiek te uiten op de N-VA, zonder dat dat binnen de gestelde vraag paste. De Roover schudde veelvuldig het hoofd wanneer hij moest horen dat zijn partij een paradoxale houding aangenomen heeft. De N-VA zou niet kunnen kiezen tussen haar socio-economisch aspect en haar nationalistische opstelling.

De Waalse partijvoorzitter eindigde zijn verhaal toch positief. Hij schetste een beeld van een Belgische identiteit die de deelstaten overstijgt. Een land gevuld met verzoeners en compromissensluiters die je nergens anders vindt. Een land dat via dialoog op soms surrealistische wijze haar problemen weet op te lossen. Een sterk pleidooi voor het federalisme, met andere woorden.

Hard tegen hard

De kemphanen maakten zich snel kenbaar: Bouchez en De Roover trokken zich niets meer aan van de vragen van professor Behrendt. Gewezen eerste minister Eyskens liet het oogluikend toe.

Senator Bouchez wees zijn tegenstander erop dat niet enkel Wallonië te kampen heeft met een verlinksing van de samenleving

Bouchez begon nochtans op heldere wijze uiteen te zetten hoe de deelstaten gekortwiekt worden doordat ze vaak wel een bepaalde bevoegdheid hebben, maar moeten wachten tot de federale overheid budget vrijmaakt om hun beslissingen uit te voeren. Hij pleitte dan ook voor homogenere bevoegdheidspakketten waarbij de beslisser ook betaalt.

Zo'n binnenkopper liet De Roover niet liggen. Hij opperde op olijke wijze het tegendeel: dat de betaler zou moeten beslissen. De toon was meteen gezet. Zonder nog aan de initiële vraag te denken kruisten de heren de degens.

De N-VA'er wees Bouchez erop dat de MR hen nodig heeft omdat zijn verhaal minoritair is in Wallonië. Bouchez zijn belgicistische politiek zou enkel steunen op eigenbelang, beweerde De Roover. Zonder een centrumrechtse as uit Vlaanderen zou zijn partij in een 'links Wallonië' verdrinken. De uitnodiging om naar Vlaanderen te verhuizen werd echter vriendelijk afgeslagen.

'Als uw maatstaf Zuid-Soedan, Ethiopië of Eritrea is, geef ik u gelijk, maar onze mensen verdienen beter, Zuid-Soedan is niet de norm'

Peter De Roover, federaal fractieleider N-VA

Een riposte volgde en senator Bouchez wees zijn tegenstander erop dat niet enkel Wallonië te kampen heeft met een verlinksing van de samenleving. Hij stelde de vraag of het programma van Vlaams Belang wel écht rechts is. De Roover kon enkel grif toegeven dat er op het socio-economische vlak inderdaad een grote discrepantie was.

In groot contrast tot zijn mededebaters antwoordde Eyskens wel grondig op de vraag van de moderator, maar kreeg toch wat boegeroep te verduren toen hij de polarisatie, en vooral Vlaams Belang, vergeleek met de opkomst van het nationaalsocialisme in het interbellum. Volgens hem is het ontbreken van een platform om belangenconflicten tussen deelstaten op te lossen een groot zwaktepunt. Met zo'n platform zouden problemen zoals de geluidsnormen rond de luchthaven van Zaventem opgelost kunnen worden, of Wallonië dat het CETA-verdrag (een handelsverdrag tussen de Europese Unie en Canada, red.) blokkeerde.

Van shit naar supershit

Bij de vraag hoe België er in de toekomst dan moet uitzien, raakte ook Eyskens in een schermutseling met De Roover verwikkeld. Die laatste scoorde snel punten bij het publiek door te zeggen dat niemand deze staatsstructuur aan zijn ergste vijand zou toewensen. Het was, volgens hem, 'gewoon shit'. Toen de nogal verontwaardigde professor staatsrecht hem vroeg hierop uit te wijden, zei De Roover: 'Als uw maatstaf Zuid-Soedan, Ethiopië of Eritrea is, geef ik u gelijk, maar onze mensen verdienen beter, Zuid-Soedan is niet de norm.'

Eyskens gaf geëmotioneerd mee dat we onze ethische waarden nooit mogen verkwanselen aan partijpolitiek

Eyskens, medeschepper van de huidige staatsstructuur, ging de confrontatie aan en noemde het confederalisme dan maar 'supershit'. Ook Bouchez mengde zich in het gewoel en benadrukte dat de N-VA tot nog toe geen enkele ervaring heeft met staatshervormingen en dat de partij dus niet veel recht van spreken had. Bovendien is volgens hem geen enkel Europees land geïnteresseerd om de Vlaamse onafhankelijkheid te steunen, uit schrik dat hun eigen separatistische regio's aangewakkerd zouden worden. Hij wees het publiek er ook op dat Vlaanderens grootste handelspartner Wallonië is; denken dat Vlaanderen en Wallonië zonder elkaar kunnen leven is dan ook 'suicide'.

Emotioneel slotpleidooi

Een overduidelijke winnaar van het debat was er niet, noch was er een duidelijke consensus over waar het nu met België heen moet. Zoals Eyskens al in het debat aanhaalde, strandt een dergelijke poging altijd op gekibbel en partijpolitiek en dat werd door de andere debaters bewezen. In zijn slotrede gaf de man geëmotioneerd mee dat Vlaming of Waal zijn er niet toe doet, maar dat we onze ethische waarden nooit mogen verkwanselen aan partijpolitiek en al bij al idiote discussies.