Dekolonisatie-advies voor Belgische universiteiten

'Er moet nog een grote inspanning komen'

27 oktober 2021
Nieuws
Auteur(s): Kasper Nollet
Vandaag brengt een interuniversitaire commissie rond dekolonisering haar verslag uit. De Vlaamse universiteiten worden geëvalueerd en aangemoedigd tot verdere actie.

In de nasleep van het Black Lives Matter-protest van juni 2020 richtten de VLIR (Vlaamse Interuniversitaire raad, red.) en de CRef (Conseil des Recteurs, red.) - de twee overlegorganen waarin de rectoren van de Vlaamse en Waalse universiteiten samenkomen - de 'Interuniversitaire Werkgroep Koloniaal Verleden' op. 

Ze reflecteren over de rol die universiteiten kunnen opnemen in het dekoloniseringproces: de erkenning van het verleden, wetenschappelijke duiding erover en maatschappelijk engagement en sensibilisering.

Iedere universiteit vaardigde een zogenaamde single point of contact (SPOC) af, die instond voor de communicatie tussen de universiteit en de commissie. Voor de KU Leuven is dat historicus Idesbald Goddeeris, die daarnaast ook voorzitter is van de werkgroep.

Decolonizing the mind

De commissie begint met een reflectie over de definitie van dekolonisering. Decolonization of the mind houdt het komaf maken met specifieke denkkaders in die nog resteren vanuit de koloniale periode. 

Volgens de commissie ziet een 'zwijgende meerderheid' dekolonisering als een voorbijtrekkend modeverschijnsel

Universiteiten, die zelf ook een rol gespeeld hebben tijdens die periode, moeten op zes vlakken reflecteren over hun rol. Daarbij horen reflectie over de rol die universiteiten gespeeld hebben in het koloniale verleden, reflectie over het materieel erfgoed dat verband houdt met kolonialisme en het in vraag stellen van de geopolitieke verhouding waarin de universiteit zich bevindt.

Daarnaast moet de universiteit actief diversiteit en inclusie nastreven, kennis over dekolonisering aanleveren en ten slotte ook die kennis helpen verspreiden.

Dekolonisering een modeverschijnsel?

Onze steeds globaliserende wereld kan niet begrepen worden los van haar (koloniaal) verleden, vindt de werkgroep. Er zou tevens te weinig kennis en bewustzijn heersen bij de bevolking hierrond. Volgens de commissie ziet een 'stille groep', mogelijks zelfs een 'zwijgende meerderheid' dekolonisering als een voorbijtrekkend modeverschijnsel. 

Diezelfde groep zou dekolonisatie reduceren tot een simpele herverdeling van macht, waarbij het gaat over het ondergraven van 'witten' en het 'teruggeven' ervan aan anderen. Maar volgens de commissie gaat dekolonisatie over 'twijfel en reciprociteit, en reflectie over alles wat macht is en wat men ermee kan doen'.

'Er moet wel degelijk nog een grotere inspanning komen'

Idesbald Goddeeris, historicus en voorzitter van de commissie

De alomtegenwoordigheid van het probleem en de acute nood aan een aanpak worden volgens de werkgroep alleen maar groter in de polariserende samenleving van vandaag. Universiteiten moeten kennis rond het thema aanbieden en bewustwording genereren. Dat moet breed gaan: die verspreiding gebeurt best in samenwerking met journalisten, TV-producenten, activisten, kunstenaars, etc. 

Bestaande initiatieven

Uit het rapport blijkt dat universiteiten al veel doen, maar daar stopt het niet volgens voorzitter en historicus Idesbald Goddeeris: 'Wat we niet willen doen is zeggen: "Kijk dit is wat er al is gebeurd, verder hoeft er niets meer gedaan te worden." Neen, er moet wel degelijk een grotere inspanning komen, en we hopen dat dit rapport daar de aanzet tot kan zijn.'

Bestaande initiatieven die de commissie onderzocht, zijn onder meer werkgroepen en andere organen rond het thema, externe initiatieven, beurswerking en samenwerking met Centraal-Afrika. Daarnaast boog de commissie zich over het universitair onderwijs en de betrokkenheid bij lager en secundair onderwijs. 

Wat dat laatste betreft is de commissie extra scherp: scholen moeten meer aandacht hebben voor de global connectedness van de Belgische en Europese geschiedenis en voor de hedendaagse maatschappelijke knelpunten om de groepen met een minder gehoorde stem mee te krijgen in hun eigen en in de maatschappelijke ontwikkeling. Zo mag bijvoorbeeld Afrika, zowel voor als na haar koloniale periode, een meer prominente rol krijgen in het curriculum van scholieren.

Diversiteit in alle geledingen

Niet enkel over het verleden van de universiteit moet gereflecteerd, maar ook over de hedendaagse samenstelling ervan. Volgens de commissie is er meer measure and monitor nodig naar de samenstelling van personeel en studenten aan de universiteiten. Daarbij moet er gekeken worden naar redenen van een mogelijke ondervertegenwoordiging van mensen met een Congolese of een andere migratieachtergrond.

De werkgroep pleit voor universiteitsbrede, toegankelijke vakken rond dekolonisering

Ook opleidingen en cursussen mogen bijgespijkerd worden. Opleidingen moeten de vanzelfsprekendheid van bepaalde assumpties wegwerken en het bestaan van één type student in vraag stellen. De werkgroep pleit voor universiteitsbrede, toegankelijke vakken, die de onderlinge verschillen tussen bijvoorbeeld een richting als Geschiedenis - die op zich al veel werkt rond diversiteitsthema’s - en Handelswetenschappen moet helpen wegwerken.

Het personeel van de universiteit moet diverser volgens de werkgroep. Dat zou mogelijk moeten zijn via vormen van affirmative action: quota, streefcijfers en nog andere vormen. Er bestond daarover wel nog geen eensgezindheid in de werkgroep. Het belangrijkste is dat 'studenten, doctorandi en docenten van buitenlandse oorsprong zich thuis kunnen voelen aan de Belgische universiteiten'.

Toch geeft de werkgroep aan dat het haar aan kennis ontbreekt als het over de samenstelling (whiteness) van het studenten- of docentenpubliek gaat. Ze pleit voor verder onderzoek in dat domein. We wachten de eerste reacties van de universiteiten af.