Dierproeven: KU Leuven is kampioen

Inzage in de voors en tegens van dierproeven

25 oktober 2021
Analyse
De KU Leuven is het grootste proefdierencentrum van de Benelux. Zij is ook de enige in België die nog experimenten doet op apen. Verschillende partijen staan lijnrecht tegenover elkaar.

Bij de opening van het academiejaar demonstreerde Animal Rights tegen het gebruik van apen voor dierproeven aan de KU Leuven. Niet alleen het gebruik van apen vinden zij problematisch. Als het aan Animal Rights lag zou geen enkele diersoort gebruikt mogen worden bij experimenten. De KU Leuven is koploper in de Benelux wat betreft het aantal dierproeven: 101.773 in 2019. In 2018 was dat nog 96.649. Een duidelijke stijging. 

Uit opiniepeilingen blijkt dat zo'n driekwart van de Belgen dierproeven verwerpt als deze niet met het oog op de genezing van ernstige of dodelijke ziektes worden gedaan. Kris Meurrens, directeur van het Proefdiercentrum heeft kritiek: 'De polls zouden er waarschijnlijk anders uitzien als je expliciet zou vermelden dat het doel medisch onderzoek is.' Dierproeven hebben daar namelijk ook hun nut bewezen, zoals bij de ontwikkeling van coronavaccins.

Dierproefparadox

Een van de fundamentele problemen als het gaat over dierproeven is de dierproefparadox. 'We willen dat dieren fysiologisch sterk gelijkaardig zijn aan mensen, maar qua bewustzijn sterk van ons verschillen', zegt Stijn Bruers, doctor in dierenrechten.

'Qua pijngevoeligheid lijken dieren sterk op ons, terwijl er fysiologisch vaak grote verschillen zijn'

Stijn Bruers, doctor in dierenrechten

Die gelijkaardigheid is nodig zodat het experiment ook iets zegt over de mens. Het verschil tussen mens en dier is nodig om te rechtvaardigen waarom we proefdieren, in tegenstelling tot mensen, mogen gebruiken voor experimenten. 

Het probleem volgens Bruers is dat juist het tegenovergestelde vaak het geval is: 'Qua pijngevoeligheid (bewustzijn, red.) lijken dieren sterk op ons, terwijl er fysiologisch vaak grote verschillen zijn.' Voor onderzoek naar depressie bijvoorbeeld moet het bewustzijn van een primaat juist sterk op ons lijken om relevante resultaten op te leveren.

Een primaat heeft het mentale vermogen van een kind van drie tot zes jaar. 'Als we dan zeggen dat we experimenten mogen doen op primaten omdat zij mentaal van ons verschillen, mogen we dan ook experimenten doen op mensen die dezelfde vermogens hebben?', vraagt Breurs zich af. 

Mensproeven uit den boze

Het merendeel van de mensheid zou stellig 'nee' antwoorden op de vraag van Bruers of we mensen als 'proefdier' mogen gebruiken. Het gebruik van mensen voor experimenten is niet toegestaan vanwege het recht op lichamelijke zelfbeschikking. Je kan met andere woorden iemands lichaam niet tegen de wil van de betrokken persoon gebruiken. Dieren beschikken niet over dat recht.

Je mag iemands lichaam niet tegen de wil van de betrokken persoon gebruiken. Dieren beschikken niet over dat recht

De vraag waarom dieren dit recht op lichamelijke zelfbeschikking niet hebben blijft dan nog onbeantwoord. Men zou kunnen stellen dat dieren anders zijn dan mensen als het op de criteria voor zelfbeschikkingsrecht aankomt. Dat onderscheid is echter lastig te maken. De meeste proefdieren voldoen namelijk aan de twee voorwaarden voor dat zelfbeschikkingsrecht: 'Een eigen wil en het besef van het eigen lichaam', stelt Bruers.

Vertaling van mens naar dier 

Als er dan toch dierproeven uitgevoerd worden is 'de muis de gouden standaard', aldus Jen Hochmuth, dierenactiviste bij Animal Rights. Maar hier loopt het soms wel eens fout. Als bijvoorbeeld een geneesmiddel tegen kanker gevonden moet worden kan dit geneesmiddel op twee manieren getest worden: op muizen of op een organ-on-a-chip. Dat is een kleine, gekweekte versie van een orgaan dat rechtstreeks verbonden is met een chip.

Als we het geneesmiddel zowel op de  organ-on-a-chip testen, als op muizen en de resultaten van de eerste zijn positief, terwijl de resultaten van de testmuizen negatief zijn, dan zal het geneesmiddel niet worden gebruikt. En dat terwijl 'negen op de tien keer de vertaling van dier naar mens niet werkt', vertelt Hochmuth.

Alternatieven

Het Europees Parlement heeft nagenoeg unaniem gestemd voor alternatieven voor dierproeven, en heeft aangedrongen bij de Europese Commissie om fondsen vrij te maken om te investeren in alternatieven, zoals organ-on a-chip. Tevens werd er beslist dat universiteiten de voortrekkers moeten zijn op dat vlak.

'Voor complexere onderzoeksvragen die veel interactie vragen tussen de organen zijn proefdieren nodig'

Kris Meurrens, directeur Proefdiercentrum KU Leuven

Bruers benoemt ook een ander alternatief: microdosering bij mensen. Daarbij wordt een kleine hoeveelheid van een schadelijke stof in het lichaam van een mens gebracht om na te gaan hoe het lichaam deze stof afbreekt. Daar kunnen onderzoekers ook veel uit afleiden. Het nadeel is dat dan genoeg vrijwillige proefpersonen zich moeten aanmelden. 

De universiteiten zijn volgens Hochmuth in principe niet verplicht om dierproeven uit te voeren. Toch zijn er bepaalde wetgevingen die dierproeven verplichten. Een voorbeeld is de REACH-wetgeving, die de veiligheid van chemische producten behandelt.  

Blinde vlek

Hoewel het Europees Parlement voorstander is van alternatieven, is het volgens An Zwijsen, voorzitter van de Ethische Commissie Dierproeven aan de KU Leuven, onmogelijk om dierproeven af te zweren. Ze haalt een voorbeeld van toxiciteitsonderzoek aan: 'In een eerste stadium kan dat in een schaaltje waar cellen van bepaalde organen worden getest. Als je proefdieronderzoek uitsluit, dan heb je daar helaas geen volledig beeld mee.' Bij proefdieren kan je namelijk zien of er toxische bijproducten ontstaan in andere organen. 'Dat zie je niet in een schaaltje', luidt het.

'Enkel alternatieven gebruiken zou een blinde vlek creëren binnen het onderzoek'

An Zwijsen, voorzitter Ethische Commissie Dierproeven KU Leuven

Tegenwoordig doet men al veel onderzoeken in celculturen. 'Je kan met stamcellen kleine orgaantjes creëren (organ-on-a-chip, red.), maar voor complexere onderzoeksvragen die veel interactie vragen tussen de organen zijn proefdieren nodig,' aldus Kris Meurrens, directeur van het Proefdierencentrum van de KU Leuven. Volgens de directeur is het belangrijk dat beide methoden elkaar aanvullen. 'Enkel alternatieven gebruiken zou een blinde vlek creëren binnen het onderzoek', vult Zwijsen aan.

Uittocht onderzoekers

Daarnaast zou het volgens Zwijsen een slechte zaak zijn als België volledig proefdiervrij zou zijn. 'Onderzoekers trekken dan gewoonweg naar landen waar de regels minder streng zijn.' De voorzitter oppert om de regels te blijven verfijnen omdat de afschaffing van dierproeven niet zou leiden tot het verdwijnen ervan. 

'We willen het feit dat onderzoek met proefdieren leed veroorzaakt zeker niet doodzwijgen'

An Zwijsen, voorzitter Ethische Commissie Dierproeven KU Leuven

'Vandaag zien we trouwens ook dat er meer dierproeven doorgaan omdat er onder andere meer onderzoekers actief zijn,' verklaart Zwijsen. Meurrens stelt daarop voortbordurend dat de stijging van het aantal dierproeven te wijten is aan de shift in het onderzoek met zebravissen. Iedere zebravislarve ouder dan vijf dagen telt namelijk als een eenheid. 'In 2020 zullen de cijfers trouwens ook lager liggen als gevolg van de coronapandemie. Dat zullen we binnenkort in ons jaarverslag kunnen zien.'

Transparantie

Volgens Zwijsen is de KU Leuven een leider op het vlak van immunotherapie bij kanker. 'Je moet er geen doekjes om winden dat dat komt doordat de dieren in verschillende kankerstadia zijn gebracht. Vroeger durfden de onderzoekers niet openlijk te spreken over hun onderzoek.' Vandaag vindt de KU Leuven transparantie belangrijk. 'We willen het feit dat onderzoek met proefdieren leed veroorzaakt zeker niet doodzwijgen.'

De commissie heeft ooit een onderzoeker betrapt op een muis met een te grote tumor

Meurrens geeft aan dat we in België onderzoek doen naar parkinson, alzheimer en kanker en daarbij de dieren dus gelijkaardige pijn kunnen vertonen als de patiënten. 'We miskennen dat niet, maar we willen het die dieren zo comfortabel mogelijk maken door bijvoorbeeld betere verzorging of extra pijnstilling. Ik ben zelf dierenarts en ik wil bijdragen aan een betere gezondheid voor mens en dier. We zijn zeker niet ongevoelig voor het leed bij de dieren.'

Humane eindpunten

De Ethische Commissie waakt over de doeltreffendheid en de veiligheid bij onderzoeken. 'Alle onderzoeken zijn eerst meermaals langs ons gepasseerd, waarbij we verbetersuggesties opleggen. 'Als het onderzoek eenmaal is goedgekeurd kan de onderzoeker geconfronteerd worden met een onverwacht bezoek om na te gaan of de humane eindpunten niet zijn overschreden', aldus Zwijsen.

De humane eindpunten zijn vooropgestelde meetpunten waar de onderzoeker niet over mag gaan. Vanaf dat punt is er te veel leed voor het dier en is het niet langer in proportie met het onderzoeksdoel. 'In het verleden hebben onderzoekers daar inbreuken op gepleegd', gaat Zwijsen verder. Gelukkig kan steeds iedereen een inbreuk anoniem melden via een online meldpunt. Zwijsen vertelt ook dat de commissie ooit een onderzoeker had betrapt op een muis met een te grote tumor. 'Als we dat zien wordt het onderzoek stilgelegd en riskeert de onderzoeker een sanctie.'