Grote ongelijkheid bij sparende student

Een inkijk in de spaarrekening van studenten

23 mei 2022
Analyse
Auteur(s): Simon Tibo
Gemiddeld heeft de student zo'n 10.000 euro op z'n rekening staan. Maar achter dat gemiddelde schuilt een grote ongelijkheid, zo blijkt uit een peiling van Veto.

Veto bevroeg meer dan 400 studenten over hun spaarrekening en inkomstenbronnen. 87% van hen studeert aan de KU Leuven. Het resultaat toont een opvallende ongelijkheid: een zesde van de studenten heeft minder dan 1.000 euro op de spaarrekening. Daartegenover staat dat een vijfde van de studenten meer dan 20.000 euro op de spaarrekening heeft staan. 

Bovendien blijkt dat 90% van de studenten spaart. Daarvan hangt de meerderheid op een of andere manier wel af van thuis. Dat kan door een spaarrekening die ze van thuis uit meekrijgen, of doordat hun ouders maandelijks een bedrag opzij zetten. 

Grote ongelijkheid

'Het gemiddelde van 10.000 euro aan spaargeld ligt in de lijn van wat we vaststellen bij onze klanten binnen de leeftijdscategorie 18 tot 28 jarigen', zegt Hilde Junius van BNP Paribas Fortis. Maar dat gemiddelde wordt volgens haar wel enorm opgeblazen door de 20% rijksten. De mediaan ligt namelijk een stuk lager, op slechts 2600 euro. 

'Dé student bestaat niet', zegt ook Laurens Cherchye, econoom en hoogleraar aan de KU Leuven. Dat de studentenpopulatie inderdaad heterogeen is, wordt bevestigd in de peiling.

Een groot deel van het geld op de spaarrekening van de student is afkomstig van thuis, al heeft zo'n 63% van de studenten een studentenjob. 'Studenten vandaag hebben zeker niet minder geld dan vroeger', aldus Cherchye. Toch zijn ze er volgens hem bewuster mee bezig.

Door de grote onzekerheid zouden studenten vaker bijklussen. 'Studenten zijn tegenwoordig misschien actiever bezig met hun toekomst door die grotere onzekerheid', aldus Cherchye. Hij haalt aan dat ook het aanbod voor studenten vergroot is: er zijn meer mogelijkheden om grote uitgaven te doen.

Leefgeld

Ook wat betreft het leefgeld vallen enkele grote verschillen tussen de studenten op. 10% krijgt immers helemaal niets mee van thuis. De grootste groep respondenten (29,4%) geeft aan wekelijks tussen de 40 euro en de 55 euro te krijgen van thuis. 30,5% krijgt een bedrag lager dan 40 euro per week. Voor 2,5% is dat zelfs een bedrag lager dan 10 euro.

Opnieuw 29,4% krijgt dan weer meer dan 55 euro. Daarvan krijgt net de helft van die studenten zelfs meer dan 70 euro per week. Een absolute minderheid, net geen 2% van de totale studentenpopulatie, zegt op wekelijkse basis meer dan 150 euro leefgeld te krijgen van thuis.

Als er gekeken wordt naar wat de studenten met dat geld moeten betalen, valt meteen een gelijkenis op. Meer dan 90% van de studenten moet uit eten gaan, ontspanning of iets drinken met vrienden zelf betalen. Twee derde van de studenten moet hun reizen zelf betalen en net de helft moet ook transportkosten zelf ophoesten.

Een nipte minderheid moet bovendien zelf hun kleren betalen. Wat betreft gsm, inschrijvingsgeld voor verenigingen en schoolboeken nemen voor de meerderheid van de studenten de ouders de kosten op zich. Minder dan 30% van de studenten geeft aan dat zij daarvoor moeten opdraaien. 

Spaarrekening plunderen

Het merendeel van de bevraagde studenten komt met het geld dat ze krijgen prima toe om de wekelijkse uitgaven te dekken. Slechts een vierde van hen geeft aan dat ze regelmatig geld moeten overmaken van hun spaarrekening omdat ze niet toekomen. 

Op de vraag of ze genoeg geld krijgen van hun ouders, geven de studenten hun ouders dan ook gemiddeld een 7 op een schaal van 1 tot 10. Bij slechts een vijfde scoren de ouders lager dan 5.

10% van de respondenten geeft aan een kot en de studiekosten gedeeltelijk of volledig voor eigen rekening te moeten nemen. De overgrote meerderheid van die studenten heeft wel een studentenjob en enkelen onder hen kunnen ook rekenen op een studietoelage van de overheid. 

Van alle bevraagde studenten heeft slechts 3% het statuut van een werkstudent. Om dat te kunnen krijgen, moet iemand minstens tachtig uur per maand werken (of 50% van de gebruikelijke uren in die sector). Zo'n statuut geeft dan recht op extra faciliteiten zoals examenspreiding of een flexibelere studieplanning.

Crypto en andere hypes

Studenten sparen dus wanneer het kan. Sommigen doen dat om een festival te kunnen betalen of om op reis te kunnen gaan. Anderen leggen dan weer een spaarpotje aan voor noodgevallen zoals wanneer een gsm of laptop kapot gaat. Of enkele studenten kijken nog verder en denken al na over de aankoop van een huis.

Nogal wat studenten wenden hun spaargeld aan om te beleggen en zien dat als een extra inkomstenbron bovenop het geld dat ze van thuis krijgen of uit hun studentenjob halen. Een studie uitgevoerd door Profacts, in opdracht van BNP Paribas Fortis, bevestigt dat ook.

Studenten zijn actiever bezig met hun toekomst door de grote onzekerheid die er vandaag is

Volgens die studie ligt het percentage van de jongeren die beleggen op zo'n 48%. Opvallend is dat vooral bij nieuwe beleggers heel veel jongeren zitten: de leeftijdsgroep 18-24 maakt 23% uit van de nieuwe beleggers, terwijl dat maar 10% is bij het totale aantal beleggers. Ook de gemiddelde leeftijd van beleggers daalt.

Toch is dat niet zonder gevaren. Volgens Cherchye is het geen probleem dat jongeren beleggen, zolang het gaat om kleine bedragen om ervaring op te doen. Een risico kan er wel snel zijn: jongeren volgen hypes sneller zonder zich er echt over te informeren. Cherchye: 'Het typevoorbeeld is cryptocurrency. Studenten zien de rendementen bij anderen en volgen dat dan, maar weten eigenlijk niet heel goed wat daar allemaal achter zit.'