Publiek prijst Leuven

Recensie: Het Landjuweel, digitale const der rhetoriken

12 maart 2021
Recensie
Auteur(s): Marie Coppens
De vierde editie van Het Landjuweel vond online plaats. Ondanks technische problemen deden de deelnemers en de organisatie menig letterenhart sneller slaan.

Al wie afgelopen donderdagavond na een reeks online lessen besloot de dagelijkse realiteit te ontvluchten met een serie op Netflix, heeft een slechte keuze gemaakt en bijgevolg de vierde editie van Het Landjuweel gemist. Dat evenement is een moderne adaptatie van de toneelwedstrijden tussen rederijkerskamers die in de 15de en 16de eeuw plaatsvonden. Hoewel die kamers in de moderne versie getransformeerd zijn tot de letterenkringen van Brussel, Gent, Antwerpen en Leuven, blijft de opzet ongewijzigd: vriendschappelijk strijden met het woord. 

In vergelijking met andere jaren verliep deze vierde editie anders dan verwacht door de tussenkomst van een alom bekend virus. In plaats van gezamenlijk af te zakken naar Brussel, de winnende stad van vorig jaar, moesten de supporters het evenement live op Facebook volgen. Dat maakte het evenement echter niet minder speciaal. Dit jaar filmden en monteerden Wout Van Steenwinkel en Xander Verbeeck de performances op voorhand. Dat werd gedaan om technische haperingen in de acts zelf te vermijden. 'We weten dat de steden veel werk steken in hun performances, dus die willen we ook zo perfect mogelijk via de digitale weg aan de kijker presenteren,' vertelt Glyns van Eyken, een van de organisatoren aan de vooravond van het evenement. 

Leuven bracht het relaas van een verloren liefde, van het samen-zijn tot de splitsing van ‘we’, om ‘hand in hand // mezelf en ik’ verder het levenspad te bewandelen

Vier keer tien minuten voordracht 

Het Leuvense team beet de spits af. De performance was sober en puur. Met weinig beweging en kwetsbare woorden vertelden Riet Belmans, Lotte Uyttenbroeck, Maud Verstraeten, Marie-Line Lormans en Mira Wyns afwisselend het relaas van een verloren liefde, van het samen-zijn tot de splitsing van ‘we’, om ‘hand in hand // mezelf en ik’ verder het levenspad te bewandelen. Net als andere jaren slaagde Leuven erin een performance tot in het kleinste detail uitgedacht neer te zetten. Grote complimenten van deze bescheiden recensent gaan alvast naar de schrijvers, Emmeline Cloosterman, Robbe De Bruyn, Gandert Willems, en performers van deze act.

Terwijl het Leuvense team voordroeg in een donkere binnenruimte, bevond Bernt Sales Segarra, de moderne voordrachtskunstenaar van Antwerpen, zich op een binnenkoer. Als enige vertegenwoordiger van zijn stad zette hij een knappe prestatie neer. Op een vlotte manier wist hij de kijker mee te nemen naar een mystieke, goddelijke kinderervaring met een flesje Actimel. In zijn tekst ontmoet het hemelse met Romeinse en Griekse goden het aardse. Opvallend is dat Antwerpen het digitale platform integreerde in de performance. Dat illustreert het skypegesprek aan het einde van de opvoering waarin de spreker in zijn kot (?) even literair goochelt met de wetten van de chemie. 

Ook Lotte Polfliet, Andrin Basha, Lise Roosenboom, Priyanthi Bouduin en Dries Olemans, de voordragers van het Gentse team, speelden met de digitale mogelijkheden. De kijker werd meegenomen naar een perron en zag korte sketches met als enige constante een demente vrouw. Die laatste, die iets weg heeft van Maaike Cafmeyer, ontmoette achtereenvolgens een non-binaire persoon, een zakenvrouw en jonge papa. De korte dialogen met deze passanten lijken steeds een existentiële vraag te herbergen: ‘Wie ben ik?’. Ondanks de zwart-witbeelden en de passende locatie, ontbrak in de act een vleugje originaliteit. 

De tekst lijkt in te spelen op de coronacrisis die elke burger een stukje bewegingsruimte ontneemt

Brussel, ten slotte, verplaatste zich naar De Tramsite Schepdaal om van daaruit een melancholische treinrit van Mechelen naar Brussel te vertellen. Het was een aangrijpende performance die het luisterend oor mee deed verlangen naar de ‘vrijheid’ die heerst in een grootstad. De tekst lijkt in te spelen op de coronacrisis die elke burger een stukje bewegingsruimte ontneemt. Daarnaast werd ook een verlangen naar 'mon frère' onder woorden gebracht. Samengevat was het rijke voordracht die door elke kijker anders geïnterpreteerd kan worden. En laat dat nu juist de kracht van poëzie zijn. Virtuele duimpjes dus voor de tien moderne oratoren, Emelijn De Pauw, Ingrid De Weert, Jonathan Delvaux, Lina Dumortier, Mirthe Debats, Nina Moortgat, Nyala Nauwelaers, Robin Demesmaeker, Silke Blancke en Wannes Depoortere. 

Al liplezend meevolgen 

Na de performances van de verschillende steden volgde de stemming. Het publiek kon via een vooraf geregistreerde link een stem uitbrengen op de beste performances. Die stemming verliep niet zo vlot. Door technische problemen werd het geduld van de kijker op de proef gesteld. Enthousiastelingen deelden in afwachting op de officiële stemlink hun stem in de Facebookreacties. Dat de steden aan elkaar gewaagd waren, bleek uit die digitale uitroepingen. 

Ook het interview met Ella D’hoe, Bastiaan De Groote en Anna De Wolf, de grondleggers van het moderne Landjuweel, viel in het water. Enkel de kijkers die kunnen liplezen, konden het geluidloze gesprek volledig volgen. Jammer, maar de glimlachen van de geïnterviewden maakten veel goed. Zulke technische problemen ziet deze bescheiden recensent al snel door de vingers. Het is een bewijs dat het digitale leven haar grenzen kent en dat álles veel beter en fijner is in een volle, gezellige aula.

De kracht van de organisatie 

Tot slot werden de winnaars bekendgemaakt. Leuven haalde de publieksprijs binnen en Brussel kreeg welverdiend de juryprijs. Dat wil zeggen dat volgend jaar de Letteren- & Wijsbegeertekring van de VUB de vijfde editie van het moderne Landjuweel zal organiseren. 

Naast de winnende steden verdienen Glynis van Eyken, Nyala Nauwelaers en Anna van Kersen, de drie dames van de Brusselse organisatie, een juweel. Ze zijn ondanks tegenspoed erin geslaagd de geschiedenis aan het heden te koppelen door de const der rhetoriken even terug onder de aandacht te brengen.