'Schoonheid zit in de vergankelijkheid'

Kunstige proffen?: Staf Roels

23 mei 2022
Recensie
Auteur(s): Lisa De Witte
Lesgeven over duurzame architectuur terwijl je schilderijen van vervallen panden maakt in een verlaten gebouw: professor Staf Roels ziet er de ironie wel van in.

Professor Staf Roels ontvangt ons in een oud herenhuis waarin hij samen met collega-kunstenaars vertoeft. Om te voorkomen dat het een kraakpand werd, liet de stad hen toe het om te toveren tot hun atelier. Elke verdieping wordt ingepalmd door kunstobjecten; op de bovenste vinden we de olieverfschilderijen van Roels. 

Met een opleiding ingenieur-architect en een stevige portie creativiteit begon hij vijftien jaar geleden aan de SLAC Academie in Leuven. 'Mijn vrouw heeft mij uiteindelijk gepusht om te beginnen schilderen: als je dat graag wilt doen, moet je niet wachten tot je op pensioen bent.' 

Vergankelijkheid en melancholie

In de setting van het verlaten herenhuis schildert Roels olieverfschilderijen van panden die hier en daar overwoekerd worden door natuur. Hoewel hij studenten architectuur en bouwkunde aanleert om duurzame gebouwen te ontwerpen, grijpt hij zelf altijd terug naar gebouwen die leeg staan of vervallen zijn.

'Het hoeft niet helemaal correct te zijn, dan kan je beter een foto nemen'

'Ik denk dat het te maken heeft met de schoonheid van het vergankelijke', legt hij uit. 'Of omgekeerd: dingen worden net schoon omdat je weet dat ze zullen verdwijnen.' Zo ziet hij potentieel in vervallen gebouwen, maar kan hij net zo goed geïntrigeerd worden door de melancholie van wat het ooit voorgesteld heeft. 

Die tijdelijkheid maakt voor Roels een gebouw ook boeiend: 'Als iets voor altijd zou bestaan, heeft het geen zin om het te gaan zien, of is het toch niet dringend. Je kan het later altijd nog  bezichtigen.'

Waarheidsgetrouw 

Het uitgangspunt van zijn schilderijen kan eender wat zijn: een lege gang, een radiator, een kast of openstaande deur die hij dan combineert met andere elementen. 'Het voordeel is dat je op een schilderij alles kan schilderen en combineren wat je wilt', verklaart Roels.

Zo staan er soms bomen in de gebouwen die hij schildert, gaat een gang over in een rivier of staat een trap aan de waterkant. Hij verduidelijkt: 'Het blijft figuratief; ik maak geen abstracte kunst.'

'Ik weet altijd een weg te vinden om binnen te geraken in een verlaten gebouw'

Het gaat professor Roels voornamelijk om het vatten van de sfeer, wat zich vertaalt in een snelle manier van schilderen met brede penselen. 'Het hoeft niet helemaal correct te zijn, want dan kan je beter een foto nemen', zegt hij.

Tegelijkertijd weerhoudt de professor in hem Roels ervan om te spelen met het perspectief: 'Dat is dan mijn beroepsmisvorming. (lacht) Ik kan er niet tegen als de zichtlijnen niet kloppen.'

Inspiratie

Het staat buiten kijf dat de keuze voor zijn onderwerpen voortvloeit uit zijn studies en het feit dat hij nog steeds in het vakgebied zit. Tijdens lesvoorbereidingen of studiereizen raakt hij al geïnspireerd, maar ook films en kranten kunnen hem ideeën geven.

'Schilderen is vaak worstelen met het beeld tot het een geheel vormt'

Daarnaast maakt hij vaak handschetsen van fictieve gebouwen of op basis van beelden. Zelf neemt Roels ook foto's van verlaten gebouwen. 'Mijn kinderen weten dat heel goed: als we een verlaten gebouw tegenkomen, weet ik altijd een weg te vinden om samen met hen binnen te geraken', lacht hij.

Voor menselijke figuren past hij dan weer: 'Nu kan je met het gebouw van alles denken en doen. Zodra daar een figuur in staat, vind ik het snel verhalend worden, wat ik niet wil.' 

Input

Dat de collega met wie hij zijn atelier deelt een andere stijl heeft, loont alleen maar: 'Wij geven altijd feedback op elkaars werk en we zijn alle twee eigenzinnig genoeg om nadien ons goesting te doen. (lacht)'

Volgens Roels is input van anderen interessant omdat je zelf altijd wel wat over het hoofd ziet. 'Schilderen is vaak worstelen met het beeld tot het een geheel vormt. Soms voel je dat het nog ergens wringt, maar het kan even duren voordat je doorhebt wat er nog aan moet gebeuren', licht hij toe.

'Het kunstenaarsstatuut in België is niet goed'

Als zijn werk eenmaal af is, gelooft hij dat het de kijker zelf is die betekenis moet toekennen aan het schilderij: 'Ik wil eigenlijk vooral dat de kijker zelf er een verhaal in kan zien en zijn eigen verhaal erin kwijt kan.' 

Lesgeven

Naast kunstenaar in bijberoep, is Roels in de eerste plaats docent. De balans die hij daartussen gecreëerd heeft, zit volgens hem goed: 'Ik denk dat het goed is dat ik niet alleen maar tijd heb om te schilderen, want daardoor zijn de drang om te schilderen en de voldoening die ik eruit haal veel groter.' 

Hij erkent dat hij geluk heeft in een luxe positie te zitten en niet hoeft te schilderen om brood op de plank te krijgen. 'Het kunstenaarsstatuut is niet geweldig goed in België', betreurt Roels. 

'Ik kan dat gewoon voor mijn plezier doen en kan schilderen wat ik wil.' Daarom zou hij ook nooit in opdracht willen werken: 'Ten eerste weet ik nooit waar ik ga eindigen als ik aan een schilderij begin. Ten tweede wil ik geen druk voelen.' Schilderen is en blijft een creatieve uitlaatklep voor professor Roels.

Proffen zijn bovenmenselijke wezens die in hun vrije tijd uitsluitend met hun neus in de boeken hangen en zich buigen over academisch onderzoek... of toch niet? In Kunstige proffen? laten we enkele professoren aan het woord die hun vrije tijd creatiever weten in te vullen. Deze laatste keer is het aan Staf Roels, professor Bouwfysica en Duurzaam Bouwen, maar ook schilder.