Hoe Fost-Plus illusies en mites kreëert.

De truuk met de blauwe zak

Alles begon in 1992. De regeringspartijen kwamen stemmen tekort voor de toenmalige staatshervorming en lieten hun oog vallen op de frakties van Agalev en Ecolo. Die stelden echter hun eisen: een ekotaks. Deze taks zou er voor zorgen dat er voor het eerst in België een maatregel kwam die leidde tot effektieve afvalpreventie, nog steeds de meest ekologische en efficiënte manier om de afvalberg te reduceren. Vanaf dan ontspint er zich een sage van bedrog, manipulatie en misleiding. Agalev en Ecolo die voor de eerste keer met de grote jongens aan politiek hadden mogen doen, hielden er een kater aan over die nog steeds niet helemaal verwerkt is.

Immers, die wet op de ekotaksen was ook de eerste maatregel in de Belgische geschiedenis die rechtstreeks in het vlees van de verpakkingsindustrie zou snijden. Die verenigden zich ijlings in Fost (inmiddels Fost-Plus) en lieten hun lobbymachine op volle toeren draaien. De gevolgen lieten zich gemakkelijk raden. Eens de groene stemmen binnen waren, kon de wet op de ekotaksen aldus beetje bij beetje afgebouwd worden. Bij de vierde afzwakkingsronde kwam er een verpakkingsakkoord met een bijhorende tijdstabel. Dat hield in dat er geen ekotaks kwam zolang Fost-Plus of eventueel andere organisaties de vooropgestelde sijfers voor recyclage en nuttige toepassingen behaalden. Voor 1 januari 1998 bijvoorbeeld moet men vijfendertig procent van het afval recycleren met vijftien procent voor elke verpakkingsoort afzonderlijk en moet de totale afvalproduktie tot vijftig procent nuttige toepassingen leiden.

Probleem hierbij is de newspeak die Fost-Plus hanteert. Verbranden met energierekuperatie noemen zij een nuttige toepassing, een term die tot voor kort werd gehanteerd voor het verwerken tot een minderwaardig produkt, iets wat Fost-Plus dan weer recyclage noemt. Nog problematischer is dat de drie gewesten waarmee deze akkoorden gesloten zijn, deze begripsuitholling overgenomen hebben.
Fost-Plus was duidelijk in haar nopjes met die gang van zaken. Niet alleen was die vermaledijde ekotaks vermeden, het akkoord bood ook nog winstmogelijkheden. Nog voor ze wettelijk waren erkend, begonnen ze gezwind verbintenissen aan te gaan met gemeentes en interkommunales. Fost-Plus bood de gemeenten geld voor hun papier-, karton-, glas- en PMD-afval. Een overeenkomst waar op het eerste gezicht iedereen beter van werd. De konsument kon op een niet al te omslachtige manier meewerken aan recyclage, Fost-Plus bereikte zijn normen en voor de gemeenten leek het voorstel al helemaal op manna. Niet alleen biedt een priveebedrijf zich aan om een deel van het kostelijke afval op zich te nemen, het biedt nog geld voor de ophaling ook. Maar er blijkt schimmel op het manna te staan.
Intuïtief kan men hier al een aantal vraagtekens bij plaatsen. Waarom worden milieubelastende materialen om de twee weken in de PMD-zak (voor leken ook wel 'de blauwe') opgehaald en dan nog ongescheiden? Terwijl het beter en voordeliger te recycleren papier en karton slechts om de maand kan worden meegegeven en het glas, wat nog zwaarder is, moet weggebracht worden. Enkele gemeenten tekenden op basis hiervan dan ook bezwaar aan. In Gent bijvoorbeeld, waar men via huisophaling zesentwintig kilogram glas per gezin en zeven kilogram extra via glasbollen binnenhaalde. Vergeleken met de zeventien kilogram die Fost-Plus in haar projekten haalt, vonden zij dit resultaat te mooi om te laten vallen. Bovendien heeft de ervaring geleerd dat aan huis opgehaald glas een hogere zuiverheidsgraad bezit (dit wordt bevestigd door aktoren op het terrein zoals de Vlar). Fost-Plus wil echter van geen wijken weten: het gebeurt aan hun voorwaarden, of er komt geen akkoord. Fost-Plus reageert hierop door te stellen dat de kwaliteit van het glas in de glasbollen voor hun voldoende is en dat er hoe dan ook weinig glas in de vuilbak terechtkomt. Dat er gewoon andere verpakkingen gekocht worden in de plaats van glas kan best zijn, maar aangezien zij zich niet willen uitspreken over de verschillen in milieulast van verpakkingen, vormt dit voor hun geen probleem.
Erger nog zijn de slechte resultaten die geboekt worden door de nieuwe inzamelmetodes. Zo krijgt de konsument de illusie dat al het PMD-afval nu gerecycleerd wordt. Zesenveertig procent van dat afval mag echter al niet in de blauwe zak (bv. botervlootjes, kaaspotjes en zelfs de flessen van drinkyoghurt zijn ongewenst). Van al wat er wel in mag, wordt slechts de helft effektief selektief ingezameld. En zo komt het dat slechts zevenentwintig procent van de PMD-fraktie aan verbranding of storting ontsnapt. Voor de kunststoffraktie halen ze zelfs dat percentage niet, maar slechts achttien procent. Dit sijfer ligt verdacht dicht bij de reeds vermelde vijftien procent die ze verplicht moeten recycleren. Maar zelfs dat erg lage sijfer halen zij niet wegens de verontreinigingsgraad van het ingezamelde afval. Hier worden de sijfers om begrijpelijke reden vager, maar Ovam spreekt van vervuilingsgraden tot vijfendertig procent en de Bond Beter Leefmilieu schat het uiteindelijk rendement voor kunststoffen op dertien procent.
Volgens de geest van de afspraken, zou er dus volgende maand een ekotaks moeten komen. Of die er komt, mag je zelf raden, maar je krijgt nog een hint. De vrijstelling van de ekotaks moet in 2000 wegvallen als tegen dan minder dan zeventig procent van de syntetische drankverpakkingen en drankkartons worden gerecycleerd. Fost-Plus voorziet tegen 2001 echter slechts een rekuperatie van zestig procent van de kunststofflessen en veertig procent van de drankkartons. Een formele anticipatie op de laksheid van de overheid, dit verschil tussen afspraken en realiteit zou praktisch verrekend worden door een boete van dertigduizend frank per ton te weinig verwerkt afval.
Ekologisch zijn de blauwe zakken dus geen vooruitgang, ekonomisch zijn ze helemaal een ramp. Volgens het ontwerp-afvalstoffenplan komt de verwerking van PMD op 15 frank per kilogram. Dat is zeer duur in vergelijking met glas (2,3 fr/kg) en papier of karton (1,1 fr/kg), en zelfs duurder dan de verwerking van het restafval (7,1 fr/kg). Fost-Plus haalt dit geld bij de konsument via het groenepuntsysteem, een flauw afkooksel van het reeds erg betwiste gelijknamig Duitse systeem. Voor elke verpakking met zo'n groene punt betaalt de konsument twintig tot vijftig centiemen extra, een bedrag dat wordt doorgestuurd naar Fost-Plus. Dit zou voor een gemiddeld gezin op termijn, al naargelang de schattingen, een meerkost van twee tot vierduizend frank per jaar betekenen. Dat staat volledig haaks op de oorspronkelijke doelstelling van de gestemde wet, waar enkel de vervuilende konsument betaalde. Nu betaalt gewoon iedereen, welk soort verpakking ook gekocht wordt. Ook de eventuele boetes wegens tekortkomingen van de verpakkingsindustrie zullen op de rug van de gezinnen verhaald worden.
Bovendien zorgt dit pseudo-eko-logo voor verwarring met de echte milieukeurmerken zoals FSC, Ecolabel of Blauwe Engel. Fost-Plus geeft toe dat hun logo geen enkele milieugarantie biedt, maar dat de bevolking hieromtrent nu wel voldoende geïnformeerd is.
Onduidelijkheid scheppen rond de milieuproblematiek is echter één van de paradepaardjes van de Fost-Plustaktiek. Zo wijzen zij altijd op de stijgende recyclage maar verzwijgen zij de nog steeds stijgende afvalberg zodat het uiteindelijke resultaat voor de natuur zelf wel eens het status-quo zou kunnen benaderen. Wel vermelden ze steeds dat er zich onder hun paraplu tientallen preventie-initiatieven ontwikkelen. Uit onverdachte bron (hun eigen dokumentatie) blijkt dat naast enkele goedbedoelde en zelfs nuttige voorbeelden (zoals van de Wereldwinkels of Colruyt) andere gewoon hilarisch zijn. Zo is de breedte van de wikkels rond de bonbons-napoleon-snoepjes verminderd van tachtig naar vijfenzeventig millimeter. Het ergste is dat het hier gewoon om overbodige verpakking gaat, want deze snoepjes worden nog eens herpakt in een aparte zak. Een ander initiatief, ditmaal bij Coca-Cola en Inza, is de besparing op groepsverpakkingen voor distributie. De plastik- en brikverpakkingen worden hiervoor verpakt in een kartonnen tray en eventueel met een PE-folie omwikkeld. Noch aan de plastik-, brik- of folieverpakking werd geraakt, er werd echter wel vijfentwintig tot veertig procent minder karton gebruikt.
Hun kampanjes om de verpakkingsindustrie te vrijwaren ontaarden soms zelfs in desinformatie. Gezien de bijna-monopoliepositie die zij bekleden menen zij zich zelfs intimidatie te kunnen permitteren (zie kader) Zij hebben het vooral gemunt op de hiërarchie die milieubewegingen hanteren voor afval. Deze stelt dat afval moet vermeden, hergebruikt, gerecycleerd, nuttig toegepast, verbrand of gestort moet worden (in dalende volgorde). Waarbij dus zo veel mogelijk vermeden en zo weinig mogelijk gestort of verbrand moet worden, wat uiteraard niet in de kaart van de verpakkingsbedrijven speelt. Zo moest een bezorgde leraar het onlangs nog ontgelden in een lezersbrief in De Morgen omdat hij zijn vragen had bij het vervangen van glazen flessen door tetrabriks voor de schooldrank. Tetra-Brik (één van de drijvende krachten achter Fost-Plus) stelde dat onafhankelijke studies bewijzen dat hun materiaal een gelijkwaardige of zelfs een gunstiger milieu-impakt heeft dan glazen flessen. Geen van de studies (zoals die van de TU Delft of het Fraunhofer instituut) waarop zij zich baseren, onderschrijven echter hun stelling. Integendeel, het Fraunhofer instituut stelt dat bij een gemiddelde afstand tot de spoelinstallaties van tweehonderd kilometer (in België ligt die altijd lager) en een recyclagegraad van zestig procent (in België nu twintig procent) drankkartons nog altijd honderdvijftig procent meer afval opleveren. De verschillende studies die de laatste jaren in België uitgevoerd zijn door het ministerie voor Leefmilieu, Spadel en Colruyt herbevestigden keer op keer dezelfde these: hergebruik is te verkiezen boven recyclage.
Hoewel heel deze kampanje dus gemakkelijk te doorprikken valt heeft deze toch een dubbel nadeel voor het milieu. Enerzijds kreëert zij een allerminst optimaal gedrag tegenover verpakkingsafval, anderzijds ontstaat er een algemeen wantrouwen over alle informatie omtrent ekologisch konsumeren waardoor er laissez-faire houding ontstaat. Uiteraard komt dit Fost-Plus zeer goed uit. Dit alles maakt het voor de milieubewuste konsument natuurlijk niet gemakkelijker. Voorlopig lijkt het misschien het beste de blauwe zak als barometer te gebruiken voor je ekologisch gedrag. Hoe leger hij is, hoe beter.
Jorn Peeters


Inhoud