TussenSTANd: la carta

Waar de rug van naam verandert

Tien jaar STAN is de gelegenheid om iets speciaals op het getouw te zetten. Een hele week lang maakt het gezelschap in het Stuc een bilan op. Daar bovenop gingen er vorige week in het Kaaitheater ook twee toneelstukken in première. Eén daarvan, La Carta is een monoloog naar een roman van Javier Tomeo.

In het ruime, tabakkleurige interieur, dat behalve enkele smaakvolle meubelen vrij gelaten is, maken twee personages hun opwachting. Het is de eksentrieke markies in het gezelschap van zijn huisknecht Bautista. Deze laatste wordt belast met het bestellen van een brief waarmee de markies een einde wil stellen aan twintig jaar stilzwijgen. Alleen daarom al betreft het niet zomaar een brief. Het is een met zorg onverstaanbaar gemaakt kluwen van woorden en betekenissen dat ternauwernood kan worden ontleed. Het enigmatische dokument moet persoonlijk aan graaf Demetrio worden afgegeven terwijl Bautista erop toeziet dat die de brief in zijn aanwezigheid leest.

Voor de huisknecht op pad gaat om de brief te overhandigen, overlaadt zijn meester hem met richtlijnen, advies en goede raad. En "omdat men daarin niet kan overdrijven", aldus de markies, verlopen er nog enkele uren voor het zover is. Punt voor punt wordt de tocht uiteengezet. En pas wanneer op alle mogelijke situaties en omstandigheden een passende reaktie is bedacht, kan Bautista beschikken. Gewapend met een waardige onderdanigheid en twee groene kikkers in zijn zak.
Behalve een prachtige tekst moet de voorstelling het vooral hebben van een aantal tegenstellingen tussen de personages. Van de deemoedige bode Bautista vernemen we letterlijk geen woord. Meer dan een bevend aanspreekpunt in de hoek van de kamer is hij niet. De goed van de tongriem gesneden markies daarentegen glijdt als een aal over de scène. Van het standenverschil tussen knecht en meester wordt dankbaar gebruik gemaakt. Toch kunnen deze kontrasten niet volstaan om de aandacht voortdurend vast te houden. Soms gaat wat tekst verloren door een gebrek aan koncentratie en nu en dan wordt er wat te veel herhaald. De bewegingen van de markies kunnen nog wat beter worden uitgewerkt ofschoon een aantal scènes ook al helemaal goed zitten, zoals bijvoorbeeld het degenduel. Voor humor zorgen de tekst en de ironiserende aanpak die STAN eigen is. Het levert met La Carta een mooie voorstelling op die mogelijk nog wat kan groeien.
Goran Proot


Inhoud