Veto vergelijkt waterpijpbars

Verklaard | Cantussen

Cantus, een gebruik waar menig student ongetwijfeld al aan heeft deelgenomen. Tien euro betalen om dan te gaan zuipen en zingen tegen de sterren op om de volgende dag met een helse kater de hele dag 'knock-out' te moeten doorbrengen. Maar welke betekenis schuilt er achter dit gebeuren van drinken en zingen, en waar komen al die liederen vandaan?

Sebastien Van den Bogaert

@@VERKL.jpg

foto: Mathias Vanden Borre

Een eerste zoektocht naar het antwoord bracht ons naar Fakbar Letteren, het stamcafé van onder andere de historici. Een vaste waarde van de fakbar, Hans Massagé, tevens een historicus in spe, bracht ons op een eerste spoor. De cantus, zoals die nu door de meeste studenten gekend is via de faculteitskringen, is door deze kringen overgenomen van de veel oudere en meer traditionele studentenclubs, waarvan KVHV de meest bekende is. Deze traditie van studentenclubs en drinkliederen is op zijn beurt overgekomen van Duitsland, aldus Massagé.

Troubadours

De fakbar heeft ons tussen pot en pint niets meer opgeleverd dan deze basisinformatie, dus leek het universiteitsarchief ons de volgende logische stap. Een ware kennisbron over cantussen, zo bleek. We zagen de eerder verkregen informatie bevestigd en nog veel meer.

Studentikoze drinkliederen blijken te zijn ontstaan uit het Middeleeuwse vagantendom, een soort studenten-zwervercultuur verwant met de troubadourstraditie waar de student van de ene universiteit naar de andere zwerfde. En zoals het een ware student betaamt was ook deze niet vies van de liefde, maatschappijkritiek en drinken. Een specifieke vagantenlyriek bleef niet uit. Meer dan bekende overblijfselen hiervan zijn de liederen Io Vivat en Gaudeamus Igitur, beide aanwezig in het collectief geheugen van de cantusganger.

Ook het salamanderdrinken, met de bekende woorden Surgimus, Surgite en de daaropvolgende monoloog van de preses, eindigend in een Ad Fundum, zou een overblijfsel zijn van deze troubadoursperiode.

Studentenclubs

Drinkliederen zijn doorheen de jaren blijven evolueren, van bacchantische plezierliederen tot politiek getinte strijdliederen, zonder dat het geformaliseerd was in de vorm van een cantus. De evolutie naar de cantus zoals we die vandaag kennen zou pas beginnen in de 19e eeuw bij de intrede van de door Duitsland geïnspireerde studentenclubs.

Het woord cantus was toen echter nog niet van toepassing. Het was eerder een vergadering van de studentenclub waar toespraken en bestuurlijke mededelingen hand in hand gingen met het drinken en zingen. Er was nog geen sprake van een strikt geregelde zang- en bieravond noch van de typische groene studentencodex met voornamelijk drinkliederen in.

Er heerste toen nog chaos in het landschap van de Vlaamse studentenclubs. Er waren geen algemene regels voor de studentenclubs of voor de manier waarop een vergadering moest verlopen. Met de invoering van de clubcodex in de jaren '20 van de vorige eeuw kwam hier verandering in. De vergaderingen van de studentenclubs leken vanaf dan sterk op de hedendaagse cantus, hoewel het op dat moment nog geen louter drinkfestijn was. Het is ook rond deze periode dat de overgeleverde liederen opgeschreven werden in studentenliederenboeken door vooraanstaande studentenleiders.

Rijkelijk

De laatste stap in de evolutie naar ons hedendaags drinkfestijn geschiedde in de jaren '50, met de uitgave van de groene codex. Dit is tot op heden nog het gebruikelijke boekje waar het bier zo rijkelijk over vloeit. Het verschil met de clubcodex lag in de grotere focus op de liederen in plaats van de regelgeving. Met de groene codex verspreidden de tradities van de aloude studentenclubs zich verder over Vlaanderen en naar nieuwe studentenverenigingen, onder andere de faculteitskringen, zodat het traditionele bier en zingen nog steeds prominent aanwezig is in ons studentenleven.

Meer informatie? Zie "De Vlaamse studententradities (1875-1960): herkomst, ontstaan, ontwikkeling" (Frank Staeren)

Dit artikel verscheen op maandag 15 maart 2010 in nummer 18 van jaargang 36. - Disclaimer