De vrijheid tot dwalen in perspectief

De Ommekeer

In mei 1985 bezocht Paus Johannes Paulus II op een officiële rondreis door België de KU Leuven. Toenmalig rector Pieter De Somer toonde zich opvallend kritisch in zijn toespraak.

Terug naar de woelige jaren 1960. Toen de stofwolken van Leuven Vlaams opgetrokken waren, stonden niet alleen de relaties tussen Vlamingen en Franstaligen onder hoogspanning, maar ook die tussen Kerk en academici. Tot het einde van de jaren 60 lag vrijwel alle bestuursmacht bij religieuzen. Toen De Somer in 1968 aangesteld werd als rector, was hij de eerste leek in die functie.

Hij zag het als zijn taak de institutionele macht van de Kerk terug te dringen. Dat betekende echter niet dat de rector ook de katholieke identiteit van de universiteit liever zag verdwijnen. Leo Kenis, hoogleraar Geschiedenis van Kerk en Theologie, legt uit: "De Somer wilde duidelijk maken dat een universiteit zich niet zou mogen laten domineren door enige invloed van buitenaf." Autonomie als stokpaardje.

Secularisering

Steeds meer werden katholieke bewindsleden in beslissingen voor voldongen feiten gesteld, waardoor doorheen de jaren 70 en 80 de spanningen opliepen. Zeker in kwesties rond wetenschappelijk onderzoek probeerden zij een voet tussen de deur te houden, wat dan weer bij veel academici en zeker bij De Somer, zelf afkomstig uit de medische wetenschappen, in slechte aarde viel.

De Somer wou van de universiteit een échte moderne onderzoeksuniversiteit maken. Die drang naar onderzoek kwam natuurlijk in conflict met de Kerk. "Een beetje brutaal en conflict opzoeken, dat was de stijl van De Somer. Af en toe een goeie ruzie, daar hield hij van," aldus Jo Tollebeek, historicus en decaan van de faculteit Letteren.

"Wetenschappelijke vorsers dienen ook de vrijheid tot dwalen te worden toegekend: dat is een essentiële voorwaarde opdat zij als onderzoekers hun opdracht zouden kunnen vervullen."

Pieter De Somer, toenmalig rector KU Leuven

De eis naar wetenschappelijke vrijheid was echter breed gedragen. "De Somer was natuurlijk een soort “buikspreker” van een bepaalde tijd. Hij vertegenwoordigde een hele generatie professoren en studenten die vooruit wilden," gaat Tollebeek verder. Zelfs binnen de progressievere flank van de katholieke Kerk kon de rector op veel sympathie rekenen.

In 1985 komt die evolutie tot een hoogtepunt wanneer De Somer het bezoek van Paus Johannes Paulus II aangrijpt om en plein public de "vrijheid tot dwalen" te eisen. Die woorden waren volgens Tollebeek van een enorme symboliek: "De Somer was iemand met een enorm gezag. In zekere zin was het een bevrijdend moment, vooral omdat de paus, die bekend stond om zijn conservatisme, zo op zijn plaats werd gezet."

Het was echter een publiek geheim dat de speech grotendeels geschreven was door vertrouweling en ghostwriter Herman Servotte, zelf een priester. "Een soort moderne Erasmus," aldus Tollebeek. Ondanks zijn priesterschap had Servotte net als De Somer namelijk vooral de modernisering en autonomie van de universiteit voor ogen.

Bij de aanstelling van Johannes Paulus II werd namelijk duidelijk dat het Vaticaan de grip op de katholieke universiteiten probeerde te herstellen. Met "vrijheid tot dwalen" wouden De Somer en Servotte duidelijk nog eens de puntjes op de “i” zetten.

Radicale breuk?

Toch moet de controverse ook ietwat gerelativeerd worden: "De secularisatie van de universiteit is een geleidelijk proces geweest. De uitspraak van De Somer vond in '85 veel weerklank, maar bracht geen of zeer weinig commotie met zich mee," zegt Kenis. Ook Idesbald Goddeeris, docent Geschiedenis van Polen, plaatst wat kanttekeningen: "Johannes Paulus was toen vooral de skiënde jonge paus, verzetsheld tegen het Oostblok. Zijn zeer conservatieve maatschappelijke ideeën werden toen nog ondergesneeuwd door de Koude Oorlog. Wetenschap was toen ook niet écht een symbooldossier, in tegenstelling tot bijvoorbeeld abortus."

"Alleen in geloof, gebed en edelmoedige inzet kan een katholieke universiteit als de uwe trouw blijven aan haar wezen."

Paus Johannes Paulus II

De speech was dus niet hét kantelmoment, maar eerder het symboolmoment voor een breder proces waarbij de universiteit haar klerikaal karakter volledig verloor. Het was ook De Somers laatste moment de gloire: enkele weken later zou hij na 17 jaar rectorschap op 67-jarige leeftijd overlijden aan kanker.

De K van KU Leuven

De relevantie van de hele discussie omtrent de verhouding tussen de Kerk en de KU Leuven kan moeilijk onderschat worden. Ongeveer vier jaar geleden werd onder oud-rector Mark Waer volop gediscussieerd over de K van de KU Leuven. Een discussie die tot in politieke kringen werd gevoerd. De vraag naar de katholiciteit van de alma mater lijkt van alle tijden te zijn.

Die vergelijking met vroeger vraagt wel om veel voorzichtigheid. “De situatie nu is volstrekt onvergelijkbaar met de situatie toen,” waarschuwt Tollebeek. “De universiteit heeft geen klerikaal karakter meer. Ze heeft wel nog een katholiek karakter, maar dat katholiek is wel op een zeer brede manier gedefinieerd,” aldus Tollebeek.

Kenis beaamt de relevantie van De Somers toespraak, maar wil de vergelijking met de huidige situatie ook niet te ver doortrekken. “De Somer stelde de K van de KU Leuven absoluut niet ter discussie," aldus Kenis. "Hij wou een statement maken over autonomie ten opzichte van de hoogste vertegenwoordiger van de Kerk.”

Loyaliteitsverklaring

Een kwestie die vandaag de dag alleszins heeft afgedaan, is die van de institutionele band met de kerk. Ten tijde van De Somer pleitten negen bisschoppen in de inrichtende overheid van de universiteit voor een loyaliteitsverklaring van kandidaat-rectoren tegenover de katholieke kerk. “Dergelijke praktijken zijn vandaag de dag ondenkbaar,” zegt Tollebeek.

De huidige inrichtende overheid bestaat nu vooral uit afgevaardigden van de universiteit en hogescholen en zogenaamde gecoöpteerde onafhankelijken. Traditioneel behoren de bisschoppen nu tot de leden met raadgevende stem: zij discussiëren mee, maar worden niet meegeteld bij stemmingen en “hun invloed in die vergadering is zeer beperkt,” aldus Tollebeek. Onder de leden met raadgevende stem zitten nu onder andere aartsbisschop André Léonard en Johan Bonny, bisschop van Antwerpen.