Eens dichter bij... Yousra Benfquih

Vrouw en kind- Bart Moeyaert

15 mei 2018
Artikel
Auteur(s): Louise Willocx
Voor deze laatste poëziepagina zoeken we inspiratie bij Yousra Benfquih, die een succesvolle carrière als mensenrechtenjuriste combineert met haar ambities als (spoken word) dichtster en columniste.

Vrouw en kind

Was je niet liever thuisgebleven?

Had je de oceaan niet moeten laten,

breed als hij is, en heb je onze kou

dan nooit gehaat? Dichtbij de evenaar

is de maan een boot, een hand, een kom.

Daar kan wat in. Veel zorg. Hier niet.

Hier wast de maan als een doof oor.

Ze leunt en luistert niet. Je hebt de man

die jong maar moe was niet gekend.

Hij leed waarschijnlijk aan het draaien

van de aarde. Dat moet haast wel, als je

de waarde van de warmte vergeet en

op een middag vindt dat de zon nu

lang genoeg geschenen heeft. "Hoezo

heb je het koud. Last van mijn blik?

Koud om je hart? Koud als je valt?

Jij was hier nog niet eerder, wel.

Went het een beetje onderhand.

Heb je het naar je zin of niet. Vind je

dit land geen land voor jou misschien,

geen land van melk en honing.

Hoor ik je taal, hoor ik je heimwee,

hoor ik je, hoor ik je, het is je geraden,

van wie is dit kind?" Het duurt geen tel

en de stad is veranderd. Dat dacht ik

vannacht toen de maan hier een oog was,

en boven het land van je moeder een hand.

Een boot. Een kom. Ik vroeg me af

of jij ook na je dood blijft zorgen

voor het kind. En zal ik eens in jouw plaats

vragen wat een ander daarvan vindt?

Bart Moeyaert, die destijds stadsdichter was, heeft het gedicht geschreven naar aanleiding van de racistisch geïnspireerde schietpartij van Hans van Temsche op 11 mei 2006, waarbij de Turkse Songul Koç zwaargewond raakte en de tweejarige Luna Drowart en haar Malinese zwangere nanny Oulemata Niangadou het leven lieten.

De kracht van dit beklijvend gedicht reikt voor Yousra veel verder dan die zwarte dag twaalf jaar geleden. Yousra, die zelf ook niet vies is van maatschappelijke thema’s in haar literaire werk, leest er eveneens de verschillende perspectieven aan het verhaal van de vluchteling in. 'Hij schept in de klank, taal, en beeld een meerduidigheid die de lezer niet onberoerd laat, wat poëzie voor mij moet doen.'

Die ruimte voor interpretatie, perspectiefwisselingen en open lezing, doen haar Moeyaerts kunnen bewonderen. 'Mijn wetenschappelijke achtergrond maakt dat ik soms wel eens de neiging vertoon de lezer te veel sleutels te willen aanreiken. In dat opzicht is poëzie voor mij ook een oefening in vertrouwen: erop vertrouwen dat je woorden aankomen, en ze vanaf dat moment ook een eigen leven laten leiden.'

Verder houdt ze ook wel van de ietwat cynische toon die de lezer zich ongemakkelijk laat voelen. 'Dat is goed, een gedicht moet immers een beetje schuren.'

Ze waardeert Moeyaert omdat hij in staat is een gedicht te schrijven dat toegankelijk genoeg is voor een lekenpubliek, maar dat tegelijk blijft voldoen aan de vereisten van poëzie. Uit haar eigen ervaring als spoken word artieste weet ze immers waar de valkuilen liggen. 'In spoken word of slam poetry is dat evenwicht tussen openheid en geslotenheid, tussen descriptie en contemplatie, tussen helderheid en ambiguïteit van groot belang. Bart Moeyaert is voor mij iemand die dat evenwicht onder de knie heeft.'