Gele hesjes duwen ENA naar de exit

Elite of merite?

De prestigieuze Ecole Nationale d’Administration dreigt te verdwijnen. De Franse eliteschool levert al decennialang de toppers van het Franse politieke bestel af, waaronder president Macron.

‘Fini’, zegt die laatste nu, als een van de maatregelen om aan de gele hesjesbeweging tegemoet te komen. De ‘énarques’ hebben een elitaire connotatie in Frankrijk. Nochtans werd de school initieel opgericht door Charles De Gaulle met steun van de communisten om het administratieve bestel in het naoorlogse Frankrijk op te bouwen op basis van verdienste en niet van iemands afkomst. Net dat laatste wordt de ENA nu verweten.

Ondemocratisch

Bij de vele slogans die de gele hesjes in de wekelijkse Franse protesten  ten berde brachten, bepleitten sommigen de directe sluiting van een welbepaalde hogeschool: "Ras le bol de l’ENA", "Fermez l’ENA!". De Ecole Nationale d’Administration in Straatsburg is één van de prestigieuze  grandes écoles waar via strenge toelatingsexamens de crème de la crème van het Franse bestel van morgen wordt geselecteerd. Frankrijkkenner Piet Desmet licht toe: ‘Bij ons is een universiteit in het hoger onderwiijs het hoogste niveau. In Frankrijk zit daar het niveau van de grandes écoles boven.’ 

Die hogescholen zijn vaak per richting gestructureerd: zo heb je de École des mines voor toekomstige ingenieurs en Sciences Po voor sociale wetenschappers. ENA levert op haar beurt de hoogste functies in het openbaar ambt af. In tegenstelling tot de universiteiten zijn er voor die grandes écoles strenge toelatingsexamens, waar slechts een zeer beperkt aantal van de kandidaten wordt toegelaten.

Om voor die toelatingsexamens te kunnen slagen is een grondige voorbereiding nodig, waarvoor speciale ‘classes préparatoires’ bestaan - een opleiding van twee jaar die je slaagkansen moet maximaliseren. Hoewel het toelatingsexamen openstaat voor iedereen, luidt de kritiek dat de democratische toegang onvoldoende gegarandeerd is, omdat de deelnemende studenten vaak degenen zijn die al cultureel kapitaal hebben meegekregen van thuis uit en wiens familie dikwijls aan dezelfde instituten heeft gestudeerd. 

Hans Cools, historicus met focus op Frankrijk, situeert: ‘In het verleden was het zo dat die gelijke toegang zeker emanciperend heeft gewerkt. Tegenwoordig is het echter een systeem dat zichzelf reproduceert. Als je van thuis uit voldoende cultureel kapitaal hebt mee gekregen, dan helpt dat enorm in de voorbereiding.’ Daar komt bij aan de voorbereidende cursus een groot kostenplaatje hangt. Op die manier vist ENA uit een kleine vijver. Desmet: ‘Er is niets mis met excellentie an sich. Er is wel iets mis wanneer die uit een heel kleine kweekvijver komt, waar de democratische toegang tot het instituut onvoldoende gegarandeerd is voor alle lagen van de bevolking.’

Bij ENA komt daar nog eens bij dat studenten die aan een opleiding worden toegelaten een maandelijks salaris krijgen en de verzekering dat ze voor de volgende tien jaar een job bij de overheid kunnen uitoefenen. Volgens Desmet knelt vooral daar het schoentje: ‘De toegang voor minder begoede studenten tot de ENA blijft lastig, maar vooral de directe link tussen opleiding en job komt te weinig in de aandacht.’ Want precies dat creëert de ideale biotoop voor een ons-kent-onsmodel: ‘Het is een soort machtsbastion in het staatsapparaat dat daar nog eens vertakt naar de grote bedrijven die vaak ook  staatssteun hebben.’

'Er is niets mis met excellentie an sich. Er is wel iets mis wanneer die uit een heel kleine kweekvijver komt'

Piet Desmet, Frankrijkkenner

Vadermoord

Volgens Desmet is het vooral in die lijn dat Macrons voorstel begrepen moet worden. De speech die de president normaal over het onderwerp zou geven, werd afgelast wegens de brand in de Notre Dame, maar bereikte later toch het publiek. De mogelijke sluiting van ENA was één van de voorstellen om de gemoederen van de gele hesjesbeweging te bedaren.

Desmet: ‘Het gaat niet alleen over de ENA maar over het ganse systeem van de grandes écoles. Je moet rekenen dat tien procent van de hogere onderwijsstudenten aan die scholen studeren. Macron gaat die niet allemaal sluiten. Maar hij mikt vooral op het afschaffen van het systeem waarin er een directe link is tussen studie en job.’ Terecht, volgens Desmet: ‘En daar heeft hij groot gelijk in. Want dit is fundamenteel ondemocratisch in het Franse bestel.’

Het is dus niet zo dat ENA zelf van vandaag op morgen verdwijnt. Cools: ‘Even buiten beschouwing of het een goed systeem is, is het in ieder geval een systeem dat werkt. Het heeft ervoor gezorgd dat de Franse ambtenaren tot de best opgeleide van de Europese Unie behoren en dat de Franse diplomatie internationaal gezien vrijwel altijd boven haar gewicht bokst.’ Getuige daarvan Macron zelf, die via ENA zijn positie als president heeft verworven. Al nuanceert Desmet: ‘Ik durf niet te beweren dat hij een product is van het systeem, maar geholpen heeft het hem zeker.'

Het creëert een afgesloten kaste, een gesloten groep van hoge ambtenaren, die allemaal door dezelfde mal zijn gegaan en hetzelfde soort denken vertonen'

Hans Cools, historicus met focus op Frankrijk

Elite of merite

Zowel Desmet als Cools benadrukken dat er niets mis is met een selectie van excellentie voor bepaalde richtingen en functies. Cools: ‘Zolang je streeft naar excellentie in onderwijs, en bij uitbreiding in onderzoek, dan is daar niet zoveel mis mee. Het probleem ontstaat als er geen contact meer is met de rest van de bevolking.’

En dat is volgens Cools wel het geval bij de ENA: ‘Het creëert een afgesloten kaste, een gesloten groep van hoge ambtenaren die elkaar allemaal kennen, die allemaal door dezelfde mal zijn gegaan en hetzelfde soort denken vertonen. Dat is heel technocratisch.’

Want elites rekruteren an sich is volgens Cools onvermijdelijk, en daarin is Frankrijk geen geval apart: ‘Vrijwel ieder cultureel systeem, ieder land, rekruteert elites op een eigen manier, of het nu Oxbridge is of iets anders. In dat opzicht zijn de grandes écoles in Frankrijk, waar je niet voor moet betalen maar zelfs een salaris krijgt, niet het slechtste systeem.’

Maar de centralisatie van het machtsspel in één instituut door de directe koppeling aan een job is uniek. Desmet: ‘Stel je voor dat wij een instituut voor overheidsstudies hadden in Vlaanderen, in Elsene bijvoorbeeld (lacht), waar dan los van de universiteiten de top van de Vlaamse administratie bepaald wordt. Het is een bizar systeem, niet meer van deze tijd.’ De discussie over elite of niet is volgens hem in zekere zin dan ook een non-discussie: ‘Dat is niet objectiveerbaar. De democratische toegang tot topfuncties in de overheid, dat is problematisch.’

En bij ons

Met een open toegang tot haar meest prestigieuze universitaire instituten is België een buitenbeentje in de internationale onderwijswereld. Dat het de enige solide garantie zou zijn van een democratisch systeem, daar is Desmet niet van overtuigd, ‘Maar het is wel zo dat een meer open toegang ook al op zich na te streven is.’ Je moet je volgens hem wel de vraag stellen wat je bedoelt als je spreekt over democratische toegang: ‘Betekent dat iedereen aanvaarden die wil komen, of iedereen die een bepaalde intellectueel niveau kan halen? Belangrijk is in alle geval ook dat socio-economische parameters de toegang niet mee bepalen.

De Master of European Studies aan de KU Leuven beweert zelf bijvoorbeeld dat ze een ‘global elite’ wilt creëren. Problematisch? Niet noodzakelijk, volgens Cools: ‘Als elite betekent dat je een hele goede opleiding wil bieden, is daar niets mis mee. Het probleem met de ENA is dat je al vroeg wordt afgesneden van een bepaalde werkelijkheid. Als een global elite uit de hele wereld komt en hier wil studeren, helpt dat ons verder.’

Maar we zijn volgens hem wel stappen aan het zetten naar een systeem dat naar het Franse toe gaat: ‘Verschillende partijen pleiten voor een centraal eindexamen aan het einde van het secundair onderwijs. Als die er niet komt na deze regeringsvorming, dan wellicht na de volgende. De koepel van het gemeenschapsonderwijs ligt nog dwars, maar ik weet niet of ze dat kan tegenhouden. De algemene tendens in de samenleving is dat de overheid wil weten of haar geld goed geïnvesteerd is. En de ijkingsproef komt er overal, daar kun je donder op zeggen. We gaan in dat opzicht zeker meer op Frankrijk lijken in de toekomst.’ Ça alors.