Georchestreerd non-orkest

Recensie: IH8CAMERA

29 maart 2019
Artikel
Auteur(s): Anthe Lainé
Editie zeven van Leuven Jazz werd zondagavond afgesloten door de negenkoppige Hydra die IH8CAMERA is. Kortweg: geïmproviseerd geklangel onder leiding van orkestmeester en ex-dEUS bandlid Rudy Trouvé.

We worden ontvangen in de gezelligste der settingen: het STUK Café. Gemoedelijkheid wordt hier hoog in het vaandel gedragen: het publiek deelt zijn terras en zijn tabak met de bandleden; erasmussers die van geen concert wisten, zetten in de loop van het optreden - vaak bang, maar hoopvol – hun stoeltje bij. De naturel en vanzelfsprekendheid die deze locatie uitademt, zouden binnen enkele ogenblikken een perfect huwelijk vormen met de muziek – en met de vedetten die haar maken.

Trouvé breidde voor deze avond zijn achttal aan vedetten, dat steeds met wisselende bezetting werkt, uit tot een ‘Super 9’, met onder meer Bjorn Eriksson die lap steel speelt op een twaalfsnarige gitaar en Jef Mercelis die de analoge synthesizer bepotelt. Ook usual suspects Stef Kamil Carlens (dEUS, Zita Swoon) en Elko Blijweert (Dead Man Ray) waren erbij.

Prelude

Met de gevleugelde woorden 'Cavakes, pipi, safke?' sluit de orkestmeester de reeds veelbelovende symfonische soundcheck af die alle puntjes op de technische i’s moest zetten. Die soundcheck zou namelijk het meest gepolijste zijn wat we die avond te horen kregen: de negen muzikanten varieerden met éénzelfde noot - warempel! - en deden denken aan de muziek die Radiohead’s Thom Yorke voor de natuurdocu Blue Planet componeerde. Het was duidelijk: het zou een intense avond worden.

De intensiteit bleef stijgen, maar nam andere vormen aan wanneer het echte werk begon. Het format werkt als volgt: elke compositie wordt gestart door één van de negen bandleden. De zelfverklaarde puppet master duidt aan, de aangeduide kiest een riff of melodie, die melodie wordt de rode draad en begeleidt de muzikanten tot aan het einde van het nummer, dat nimmer de allures van iets ingeoefend aanneemt: alles staat op losse schroeven.

Cows!

Meneer Trouvé trapte af en zong met zijn losse schroeven een slordige Sonic Youth achterna. De symfonische inwaartse onschuld van de soundcheck maakte plaats voor exuberante garage-geluiden en de voortdurende herhaling van het mantra ‘cows!’. Dat heb je dan, wanneer ook lyrics niet op voorhand vastgelegd (lijken te) zijn: een overdonderende ode aan de koe. De loeiende gitaren klonken krachtig en verdrongen vaak drum en synthesizer naar de achtergrond. Laatstgenoemden kwamen echter af en toe hun five minutes of fame halen, wanneer één van de vijf gitaren toch een stapje opzij deed. IH8CAMERA is een ietwat vreemde eend in de bijt op het Leuvense jazzfestival, maar het is deze dynamiek van afwisseling tussen musici die, samen met het improvisatiethema, toch aanknoopt bij de jazztraditie.

Het gevaar dat de improvisatie met zich meebrengt, blijkt te zitten in het af en toe verzanden in dezelfde – schreeuwerig luide – monotonie. Gelukkig is er op zulke momenten een man als Trouvé die de gulzige Hydra onthoofdt, met het theatrale gebaar van een regisseur dat daarbij hoort. Zo is er dan weer ademruimte voor de nieuwe hoofden die langzaam terug aangroeien wanneer de muziek aanzwelt, en begint heel het boeltje opnieuw. Ook op andere momenten bewijst de orkestmeester zijn nut: een knikje laat iemand in- of uitvallen, een heupswing zwengelt aan en een lach oogst plezier bij de andere bandleden.

Exitlude

De voorlaatste en laatste compositie werden gestart door respectievelijk Matt Watts, die zich enkel van zijn stem bediende, en Teuk Henri op de gitaar. Beiden lieten de ongrijpbaarheid en bombast ietwat achter zich en zorgden voor een ietsjes makkelijker te volgen muzikaal vertoog, dat toch niet aan pit hoefde in te boeten. Zo werden we verwend met enkele deuntjes à la STUFF. en een drumsolo die zowel op het podium als in het publiek voor danspasjes zorgde.

IH8CAMERA is een spin-off van The Love Substitutes, de band waarbij Rudy Trouvé improvisatie reeds als hoogste goed zag, en is sterk door zijn vluchtige karakter en de speelsheid die muziek en muzikanten beheerst – hoewel deze door de wisselende bezetting minimaal op elkaar ingespeeld zijn. Het is niet de meest prototypische jazzaangelegenheid, maar de mix van jazz- en rockelementen maakt het interessant. Ze gaan soms heel hard en heel snel alle kanten op, maar belanden uiteindelijk in een groove waarbij spontaniteit perfectie steeds zal overstemmen.