Navraag: Jonas Geirnaert en Julie Mahieu

‘Als wij geen koppel waren, was die serie helemaal anders geweest’

20 February 2017
Interview
Momenteel lopen de opnames van 'De Dag', de veelbelovende tv-serie waaraan Jonas Geirnaert en Julie Mahieu jarenlang schreven. Een gesprek over de liefde voor personages en marsepeinkoeken.

Wanneer we Jonas Geirnaert ontmoeten in een Gents café, is dat met een gênant aantal cadeaus onder de arm. De KU Leugenredactie heeft ons een onvoltooide Kabouter Wesley-strip (zie p. 15), een paar sokken en vier pakken Marsepino-koeken toegestopt, die om mysterieuze redenen voor Geirnaert bestemd zijn. Aangezien zijn vriendin en coscenarist Julie Mahieu pas later aanschuift aan onze tafel, peilen we voorzichtig naar het waarom van de schenking.

‘Mijn vader heeft zijn leven lang bij Lotus gewerkt. Toen mijn nichtje vroeg of hij een koekje met marsepein kon maken, vond hij de Bimbo uit, die nu Marsepino heet. Het is de veredelde versie van het mergpijpje.’

‘Bij Neveneffecten is het zelfs zo ver gekomen dat we ooit op bedevaart zijn gegaan naar de Bimbo-fabriek. Te voet van Gent-Dampoort naar Oostakker, om daar de productielijn te bewonderen. Onderweg straften we onszelf door droge madeleinekoekjes te eten, om het verlangen naar de Bimbo’s aan te wakkeren. Het heeft bijna religieuze proporties.’

Veel van je projecten lijken ontstaan uit dergelijke grappen. Is dat je manier van werken?
Geirnaert: ‘Ik vind het heel fijn om vanuit pure goesting of een opwelling te vertrekken. Kabouter Wesley is ontstaan toen ik mijn eindwerk, de animatiefilm Flatlife, aan het maken was. Op een gegeven moment was ik dat repetitief werk beu en heb ik die kabouter getekend.’

‘Basta is ook een goed voorbeeld. In de zomer van 2009 wilden Koen (De Poorter, red.) en ik voor de grap het nieuws vervalsen. We hadden een onderzoek uitgestuurd waarin stond dat de Vlaming dubbel zo lang als de vorige keer in het stemhokje stond. We waren zo verrast door het feit dat het in de kranten stond, dat daaruit het idee voor Basta gegroeid is.’

'Woestijnvis heeft het even moeilijk gehad, maar ik denk dat de ziel van het bedrijf er nog is'

Jonas Geirnaert

Tot nu toe kreeg je vaak carte blanche voor je projecten. Genieten jullie voor De Dag opnieuw veel vrijheid?
Geirnaert: ‘Het carte blanche-gevoel is er nog altijd. Woestijnvis heeft het even moeilijk gehad, maar ik denk dat de ziel van het bedrijf er nog is. Die vrijheid heeft mij al veel geholpen. In het begin mocht Neveneffecten bij Woestijnvis met nul ervaring een proefaflevering maken voor een Canvasprogramma, met een behoorlijk hoog budget. Vijf jaar later zou dat niet meer gekund hebben.'

'Ooit hebben we ook een pilootaflevering gemaakt waarbij Basta nog een studioprogramma was. Dat kwam heel belerend over: 'wij hebben de waarheid en we zitten hier achter een desk in een chique decor'. Toen hebben we dat overboord gegooid en zijn we beginnen filmen in onze ruftige zetels op de redactie. Andere productiehuizen zouden ons in die studio laten zitten hebben, maar Woestijnvis gaf ons die vrijheid.’

Op dat moment komt Julie Mahieu binnen. Ze bestelt een rode wijn en water - ’Ik drink altijd iets non-alcoholisch bij mijn alcohol’ - en neemt een van de Marsepino’s die Geirnaert op tafel heeft gelegd. Mahieu, die bij Man Bijt Hond haar strepen verdiende met de human interest-rubriek Het Dorp en later het mooie weer maakte bij De Ideale Wereld, vertoeft net als Geirnaert tegenwoordig op de set van De Dag. De fictiereeks, die door Gilles Coulier (Bevergem) en Dries Vos (De Biker Boys) wordt ingeblikt, zal in 2018 op de betaalzender van Telenet te zien zijn en daarna op VIER.

Tot nu toe weten we dat De Dag over een gijzeling in een bank gaat, gezien vanuit meerdere perspectieven. Kunnen jullie meer kwijt over de serie?
Geirnaert: ‘Het gaat over een gijzeling, maar het is geen politiereeks. We kozen voor een gijzeling omdat dat een grote impact heeft op iedereen die erbij betrokken is. Wat ons interesseert is: wat doet het met al die mensen in de loop van die ene dag? Er is niemand die eruit komt zoals hij eraan begonnen is.’

Mahieu: ‘Het gaat over het perspectief en de ervaring van eenzelfde situatie. Wij zitten hier nu met vijf: wie we zijn en de manier waarop we nu met elkaar omgaan is heel hard gekleurd door waar we vandaan komen en misschien zelfs door waar we nu al weten naartoe te zullen gaan.’

Dat wil zeggen dat de meeste energie in de personages gekropen is?
Mahieu: ‘Ik ben heel erg gehecht aan de personages. We hebben veel tijd gestoken in hun achtergrond zonder dat dat effectief in de reeks zit. Waar ze vandaan komen, hoe hun jeugd was of hun relatie met hun ouders: we wilden weten waarom zij op die dag de mensen zijn wie ze zijn. Dat zorgt ervoor dat die dingen zich iets meer vanzelf schrijven.’

Geirnaert: ‘Je kan eigenlijk pas echt je scenario’s beginnen schrijven als je het gevoel hebt dat je hen kent. Stel dat een personage uit onze reeks hier binnenkomt en een zatlap aan de toog agressief begint te doen. Van elk personage weet ik hoe zij daarop gaan reageren. Als je hen niet echt kent, begin je maar wat te schrijven en verval je snel in clichés. Nu gaf het een soort gemoedsrust.’

'Als we tijdens het schrijven meningsverschillen hadden, ging het op dat moment over ons als collega’s, niet als koppel'

Julie Mahieu

Hoe verlopen de opnames?
Geirnaert: ‘We zitten over twee derde, denk ik. We draaien min of meer doorlopend van oktober tot half mei. Met twee regisseurs tegelijk, dus ook met twee sets. De moeilijkheid van ons script is dat het zich allemaal op één dag afspeelt. De laatste weken zullen aan de bomen weer bladeren hangen. Of stel dat het deze winter twee weken gesneeuwd had, dan hadden wij een gigantisch probleem. Alles samen hebben we veel geluk gehad.’

Mahieu: ‘Lang leve de klimaatopwarming. (lacht)

Kwetsbaarheid

Jonas, is het voor jou anders samenwerken met Julie dan met Neveneffecten?
Geirnaert: ‘Ja, euh…’

Mahieu: ‘Pas op, ik zit erbij hé!’

Geinaert: ‘Het is een heel andere dynamiek. Als ik bij een Neveneffecten-brainstorm een idee voor een sketch heb en niet iedereen mee is, heb ik heel vaak de reflex om met mijn ellebogen te duwen: opzij, opzij, dat is wél een goed idee! (maakt wilde gebaren)’
‘Bij ons, doordat we een koppel zijn, heb ik veel minder moeite om ervoor open te staan. Er is minder haantjesgedrag, ik heb niet de drang om Julie omver te duwen om een idee erdoor te krijgen. (lacht) Doordat je je durft openstellen kom je tot betere dingen. Ik denk niet dat het met iemand anders gelukt zou zijn. Toch?’

Is dat een goed antwoord, Julie?
Mahieu: ‘Het is wel waar. Ik hou sowieso het meest van dingen waar ik kan samenwerken met mensen. Dat is de rode draad in wat ik graag doe. En doordat je een koppel bent, durf je je iets kwetsbaarder op te stellen. Ik denk dat het in elke samenwerking heel belangrijk is om kwetsbaar te durven zijn en wij wisten dat we dat op een ander vlak al konden. Als je strubbelingen of meningsverschillen hebt, gaat het op dat moment ook over ons als collega’s, niet over ons als koppel. Maar als wij geen koppel waren, was die reeks iets anders geworden.’

Geirnaert: ‘Een labiele reeks.’

Is het moeilijk om tegen elkaar te zeggen: nu gaan we stoppen over die serie?
Geirnaert: ‘Ik had het op voorhand niet verwacht, maar als je daar zo lang mee bezig bent en met z’n tweeën iets wilt gaan eten en niet over die serie wilt babbelen…’

Mahieu: ‘Waarover wél? (lacht)’

Geirnaert:
‘Ik kan niet vragen ‘s avonds hoe je dag geweest is, want ik weet het: ik zat erbij. Ik kan alleen vragen: was het moeilijk of makkelijk? Dan ben je opnieuw over je werk bezig en vroeg of laat begin je toch weer over die serie.’

Mahieu: ‘Dat is ook je raakvlak op dat moment. Dat en… Ik wil iets zeggen. Wat moet ik zeggen? Nee, dát. (lacht) Het heeft echt ons leven overgenomen.’