Sanne Blauw: 'Er is iets met cijfers waardoor we de rest even vergeten en alleen dat nog geloven'

Interview

22 oktober 2018
Interview
Auteur(s): Tom Dinneweth
Als correspondent 'Ontcijferen' bij De Correspondent buigt Sanne Blauw zich dagelijks over cijfers. In 'Het bestverkochte boek ooit (met deze titel)' haalt ze uit naar het objectieve aura van cijfers.

Op 30 oktober verschijnt het nieuwe boek van Sanne Blauw, waarvan de titel meteen een kwinkslag is naar het onderwerp dat ze behandelt - statistisch onderzoek dat scheef loopt, onderzoeken met conclusies die maar half gesteund worden door de eigenlijke data. 'Het loopt ongelofelijk vaak mis in de hele keten'.

Je fascinatie voor cijfers en getallen, waar komt die vandaan?

'Die is er eigenlijk al van toen ik heel jong was. Een van mijn eerste herinneringen is aan een van die "verbind de puntjes"-boeken, waarbij je van 1 naar 2 tot 3 moet tekenen. Helemaal fantastisch. Daarna kreeg ik dan een radiowekker van mijn opa en oma, en daar zat ik ‘s nachts dan heel de tijd naar te kijken. Wat voor sommetjes ik kon maken met al die cijfers.

Ik was ook op een andere manier met cijfers bezig. Schoolcijfers bijvoorbeeld hadden altijd een groot effect op hoe ik me voelde. Als ik een hoog cijfer haalde, was ik helemaal happy, en als het cijfer laag was, zat ik te balen en kon ik even van slag zijn. Een ander voorbeeld is mijn gewicht - dan kijk je in de spiegel en denk je "ik zie er goed uit", en stap je vervolgens op de weegschaal en geloof je toch maar het cijfer.'

De stelling in je nieuwste boek is dat zulke cijfers te belangrijk zijn geworden.

'Precies. Ik zie het overal terugkeren. Bij de mensen om me heen, die een FitBit dragen om hun pols of op hun Facebook "likes" zitten te letten, maar ook op hun werkplek. Op de universiteit bijvoorbeeld zie je mensen die promotie maken als ze veel publiceren. Op grotere schaal zie je de economische groei, dat is nog zo’n cijfer dat enorme gevolgen heeft.

Ik wil ook niet zeggen dat we die cijfers zomaar moeten gaan wegmieteren, maar we zijn er wel heel kritiekloos mee bezig. Ze worden op een soort voetstuk gezet waarbij ze, bij wijze van spreken, immuun zijn geworden.'

Is dat een recent probleem?

'Het probleem met cijfers bestaat volgens mij al heel lang. In 1954 verscheen er al een boekje met de titel How to Lie with Statistics, door Darrell Huff - een enorm populair boek, maar de fouten die daar in staan gebeuren nu nog steeds. Slechte peilingen, correlatie en causaliteit door elkaar halen, dat soort fouten zijn er altijd al geweest. Waar ik me wel zorgen over maak, is dat we die fouten nu ook inbouwen in allerlei algoritmes en ze zo nog wat meer macht geven.'

De fouten van de keten

Aan wie is het dan om die fouten eruit te halen? Waar gaat het mis?

'De verantwoordelijkheid ligt in principe bij de hele keten. Wetenschappers moeten duidelijk presenteren, persberichten moeten eerlijk zijn en niet overdreven worden, enzovoort. Maar in die keten gaat op dit moment best wel vaak iets mis. Of wetenschappers gaan heel hard op zoek tot ze iets hebben, ook al is dat soms toeval of gewoon omdat ze heel lang hebben gezocht, of de persberichten zitten vol fouten.

Meestal krijgen journalisten de schuld, omdat die ‘er toch niets van weten’, maar heel vaak begint het al bij de mail die bijvoorbeeld universiteiten versturen. Ook journalisten maken fouten die vaak met hun eigen targets te maken hebben.'

'Heel snel ga je journalisten de schuld geven, omdat die "er toch niets van weten", maar heel vaak begint het al bij de persberichten die bijvoorbeeld universiteiten zelf uitsturen'

'Kranten willen nieuws, maar bij de wetenschap begint het dan pas, want één onderzoek is eigenlijk geen onderzoek. Echt goeie wetenschap, over het verband tussen roken en longkanker of over klimaatopwarming bijvoorbeeld, leunt op heel veel onderzoek van wetenschappers die allemaal op een andere manier naar een probleem kijken.

Dus als je vraagt naar de verantwoordelijkheid, dan ligt die bij die hele keten, maar ook bij de cijferconsument zelf. Daarom heb ik ook dat boek geschreven. Ik wil mensen helpen om die dingen zelf te herkennen.'

Hoe wantrouwig moeten we dan zijn tegenover cijfers? Moeten we alles nu gaan factchecken?

'Zolang je maar niet denkt dat geen enkel cijfer ter wereld nog correct is. Ik zou zeggen - als een bepaald cijfer voor jouw leven echt belangrijk is, zoals in alcohol drinken of roken, ga dan effectief op zoek. Of, je wil een grote aankoop doen, een e-bike of zo, en één bedrijf zegt, ‘wij maken de beste e-bikes van Europa.’ Dit is trouwens een echt voorbeeld, ik las het vorige week nog ergens. Dat kost toch al snel 2.000 euro, dus dan ga je best wel verder op zoek.'

'Een andere tip is om het idee dat cijfers heel precies de werkelijkheid kunnen weergeven wat los te laten. Want dat is echt heel lastig. Als je kijkt naar de peilingen van de Amerikaanse verkiezingen tussen Donald Trump en Hillary Clinton zeiden mensen achteraf dat de peilingen er helemaal naast hadden gezeten. Maar dat was helemaal niet zo! Als je kijkt naar de onzekerheidsmarge, dan lagen ze eigenlijk heel dicht bij elkaar. De peilingen waren dus niet verkeerd, maar dat worden ze wel als je ze heel precies gaat interpreteren.'

Wordt het dan je plicht om je zo goed mogelijk te informeren?

'In principe hebben andere mensen die verantwoordelijkheid, maar helaas zitten er achter veel van de cijfers die we zien grote belangen. Er zijn bedrijven die heel veel geld geven aan gezondheidsonderzoek, politici die goed uit de verf willen komen, belangengroepen die zaken op de kaart willen zetten.

'Er is iets met cijfers waardoor we de rest even vergeten en alleen nog dat cijfer geloven'

Neem nu die ‘beste e-bike van Europa’ - er was een test geweest, met dertien verschillende categorieën. In een van die categorieën zaten vier e-bikes, en daarvan was die ene fiets de beste. Dan denk je van ‘ja…’. Maar dat bedrijf heeft er natuurlijk baat bij om het zo te framen dat zij de beste fiets van Europa verkopen. Zolang dat soort belangen spelen, is het helaas zo dat wij zelf in praktijk verantwoordelijk zijn voor onze informatiegaring.'

Statistiek in achteruit

Kortom, iedereen een cursus statistiek geven?

'Ja, dat vind ik wel. Wat ik graag zou zien, is dat men op de middelbare school in de klas de krant zou lezen en nadenken: ‘kijk, hier heb je een cijfer, en hoe zouden we nu kunnen achterhalen of het klopt of niet?’.

Wiskundeles en de kansberekening die je nu krijgt op school is -in Nederland toch- vaak heel abstract. Je stelt je wel eens de vraag "of je het later nog wel nodig hebt". Terwijl het belangrijkste volgens mij is om dit soort zaken goed te kunnen begrijpen. Wat mij betreft zouden we het dus eigenlijk al vanaf het middelbaar meer toegepast moeten bekijken.'

Statistiek, maar dan in achteruit?

'Ja, precies! Je moet niet zelf rekenen, maar wel uitzoeken wat een ander heeft gedaan om tot een bepaald cijfer te komen.'

Zijn er ook domeinen waarin cijfers misschien beter niet meer worden gebruikt?

'Ik vind het onderwijs wel een goed voorbeeld. Niet dat we daar zonder cijfers moeten gaan werken, maar ik heb best veel reacties gekregen van leraren die bezig zijn met minder cijfers te geven. Allemaal experimenteel, en er zou nog eens goed gekeken moeten worden naar wat de gevolgen zijn, maar ze zeggen wel dat hun leerlingen er beter door leren en dat zij als leraar meer in woorden moeten gaan uitleggen wat er goed of slecht gaat. Ze kunnen zich niet verschuilen achter dat ene cijfertje.

In Nederland krijgen kinderen soms al in kinderdagverblijven cijfers, wanneer ze pakweg twee zijn. Daar hoeft het voor mij echt niet. We vergeten vaak dat als we dingen meten, dat heel grote gevolgen heeft voor hoe de wereld eruitziet. Als je al heel vroeg becijferd wordt, dan kan dat heel grote gevolgen hebben voor je ontwikkeling, denk ik. Al weet ik niet genoeg over onderwijs om daar grote uitspraken over te doen.

'We vergeten vaak dat als we dingen meten, dat hele grote gevolgen heeft voor hoe de wereld eruit ziet'

Ik schrijf in mijn boek ook over het IQ-cijfer, waarbij we iets heel abstracts zoals intelligentie willen gaan meten. Daar is niet per se iets mis mee, maar we vergeten vaak dat daar allerlei beslissingen achter zitten - wat is goed, wat is fout, wat is belangrijk, wat is intelligentie eigenlijk? En dat zit natuurlijk in die schoolcijfers ook verstopt.

Tegelijkertijd zijn er ook mensen die hun leven goed op orde hebben, zo’n IQ-test afleggen en dan denken "oh, ik kan toch helemaal niets". Er is iets met cijfers waardoor we de rest even vergeten en alleen nog dat cijfer geloven.'

Heel veel studenten in Leuven vloeken op het vak Statistiek. Hebt u nog een manier om ze te doen geloven dat statistiek toch leuk is?

'Lees mijn boek, zou ik zeggen! (lacht) Er zijn heel veel leuke verhalen te vertellen over statistiek, en je kunt ook heel erg lachen. Soms ook heel geschokt zijn. Dus ik zou zeggen, lees mijn boek, en dan vind je het vast best wel leuk.'  

Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) verschijnt vanaf 30 oktober bij De Correspondent. Meer weten? Kijk op www.decorrespondent.nl/cijfers