'Voor een continent dat vastzit in het verleden is nostalgie geen oplossing'

Interview Ilja Leonard Pfeijffer

16 April 2019
Interview
Auteur(s): Jan Costers , Stef Van Aken
Tijdens 'een middag met Ilja Leonard Pfeijffer' legde Annelies van Herck Pfeijffer op de rooster over zijn Europese roman. Een uurtje later was het onze beurt.

‘Europa is een openluchtmuseum geworden, een fantastisch historisch themapark voor toeristen’, schrijft Ilja Leonard Pfeijffer in zijn nieuwste, groots opgezette roman Grand Hotel Europa. ‘De vraag is of dat erg is.’ In ronkend barokke volzinnen ontleedt de al even barok uitziende auteur - met bontmantel, ringen en dasspeld - de toerisme- en migratieproblematiek, de wurggreep van het Europese verleden, en uiteraard zijn eeuwige thema: schrijven tussen feit en fictie.

Maandag 1 april was Ilja Leonard Pfeijffer te gast in bibliotheek Tweebronnen om te spreken over Grand Hotel Europa. We konden hem strikken voor nog enkele vragen achteraf, op het zonnig terras van Barbóék. Dan mag het, tussen de bespiegelingen over het Avondland door, ook al eens over AirBnb, Vergilius, Thierry Baudet en Chinese vloeken gaan.

Met Grand Hotel Europa heeft u een hyperactuele roman geschreven, haast een profetisch werk. Voorstellen uit uw roman worden werkelijkheid: laatst lazen we in het nieuws dat Venetië entreegeld voor de stad gaat vragen en er komt ook een teenslipperverbod in Cinque Terre. Haalt de actualiteit uw roman in?

'Het is het noodlot van elke ziener en van elke profeet dat hij uiteindelijk door de realiteit wordt ingehaald. (lacht) Maar ik ben blij dat je zegt dat het een actuele roman is. Het is in de eerste plaats een literair kunstwerk, of dat wil het toch zijn, maar toch ook heel nadrukkelijk een boek dat iets wil zeggen over deze tijden.'

In uw roman klaagt u de actuele wantoestanden met AirBnb in Amsterdam aan. Over enkele jaren is die problematiek verouderd. Schrijft u, als groot schrijver, dan niet voor de eeuwigheid?

'Dat is volgens mij een schijntegenstelling. Vergilius, die schreef voor de legitimatie van het regeringsmodel van keizer Augustus, heeft toch ook de eeuwigheid gehaald. Juist doordat het ook een boek is dat geworteld is in zijn eigen tijd, heeft het de kracht om de eeuwigheid te halen. Als je gaat kijken naar de belangrijke werken van de wereldliteratuur, dan zie je dat er een groot deel geworteld is in de tijd waarin ze zijn geschreven. Dat iets tijdloos is heeft te maken met kwaliteit, met stijl en vorm, maar niet met het feit dat het de tijd wil negeren waarin het is geschreven.'

Is dat belangrijk voor u, om als een tijdloze auteur de geschiedenis in te gaan?

'Ik zou liegen als ik dat zou ontkennen. (lacht)'

Uw roman gaat onder andere over toerisme, en over een boeiende paradox: we ergeren ons aan toeristen, maar we zijn zelf die toeristen. Hoe kunnen we op een verantwoorde wijze toerist zijn? Of houden we beter op met reizen en citytrips?

'Toerisme is een heel interessant fenomeen, omdat er allerlei paradoxen aan vastzitten. Toeristen hebben de neiging om precies datgene kapot te maken waardoor ze worden aangetrokken, met name het concept van authenticiteit. Authenticiteit is sowieso al heel ambigu. Als je het hebt over authenticiteit en Venetië, dan zou je moeten zeggen dat de authenticiteit van Venetië is dat er nu twintig miljoen Chinese toeristen zijn. Dat is authentiek, want dat is zoals het nu is. Dus onze notie van authenticiteit is vaak op zich vooral een nostalgische notie want we bedoelen eigenlijk: zoals het vroeger was. En dat is vaak ook een fictie.'

'Als romanschrijver zit ik in een erg comfortabele positie. Ik hoef de problemen allemaal niet op te lossen, ik ben geen beleidsmaker of politicus. Maar ik beschouw het wel erg nadrukkelijk als mijn taak om een paar heel goede vragen te stellen. Op het gebied van toerisme kunnen we alvast beginnen met ons bewust te worden van al die ambiguïteiten. Dat is nog geen oplossing, maar misschien wel een eerste stap.'

'De authenticiteit van Venetië is dat er nu twintig miljoen Chinese toeristen zijn'

Grand Hotel Europa is uw grote toerismeroman, maar net zoals in La Superba komt ook het migratiethema aan bod. Wat is de link tussen die thema’s?

'Beide zijn heel zichtbare symptomen van globalisering. En er is natuurlijk een opvallend en wrang contrast tussen beide. Ik werd me daar erg bewust van toen ik op het eiland Malta was. Malta is het andere Lampedusa. Het ligt op dezelfde hoogte, iets oostelijker, en het is net zoals Lampedusa het reisdoel van bootvluchtelingen. Ik ben een week in de historische binnenstad van Valetta, de hoofdstad van Malta, geweest en in die hele week heb ik niet één zwart persoon gezien. Dat is toch raar. Als je je daarin gaat verdiepen, dan merk je ook dat het heel erg bewust beleid van de Maltese regering is om niet altijd met inachtneming van alle internationale verdragen de vluchtelingen te weren uit de Maltese wateren. En de belangrijkste reden daarvoor is juist dat toerisme. Te veel bootvluchtelingen zouden toeristen afschrikken. De paradoxale situatie is eigenlijk dat je rijke blanke reizigers wil, die op zoek zijn naar het verleden, die komen voor de historische binnenstad. Daarvoor moet je arme zwarte reizigers die op zoek zijn naar een toekomst weren.'

Personage Pfeijffer

In uw boek krijgt het hoofdpersonage Ilja Leonard Pfeijffer het aan de stok met Albane, een radicaal-feministische Franse dichteres. Is dit personage een kritiek op het feminisme, of toch eerder op het personage Ilja?

'Het is zeker niet bedoeld als kritiek op het feminisme in het algemeen. Ik heb de dichteres Albane proberen vorm te geven als een relict uit het verleden, een representant van een ouderwets soort feminisme. Al de gasten van het Grand Hotel Europa zitten vast aan hun verleden en Albane dus ook, maar op een paradoxale manier: met een heel progressief standpunt, dat inmiddels ouderwets is geworden. In het algemeen zijn alle vrouwelijke personages, niet alleen Albane, in hun totaliteit wel een commentaar op de ik-figuur. Die heeft een soort ouderwets mannelijke manier van in de wereld staan. Er ontstaan misverstanden door zijn ouderwets galante Sean Connery-achtige manier van "beleefd-zijn". (lacht)'

Het personage genaamd Ilja Leonard Pfeijffer komt wel vaker voor in uw werk. Hoe waarheidsgetrouw is het personage Pfeijffer tegenover de persoon Pfeijffer?

'Het personage is mijn tegenpool, dus dat kun je verder zelf beoordelen. (lacht)'

Maar dan schreef u ook nog Brieven uit Genua, waarin u een heel autobiografisch experiment aangaat: niets wordt verzonnen. Zal uw biograaf later toch iets anders ontdekken?

'Brieven uit Genua is daadwerkelijk autobiografisch. Ik had mezelf als spelregel opgelegd dat ik binnen de kaften van dat boek niets mocht verzinnen, en daar heb ik me ook aan gehouden. Maar je kunt de waarheid op duizend verschillende manieren vertellen. Dat heeft natuurlijk te maken met selectie en presentatie. Bij de ik-figuur die een beetje op mij lijkt, zoals in La Superba en Grand Hotel Europa is het toch voornamelijk fictie. Ik ben wel heel nauwkeurig over het decor. En over de werkelijkheid waarover de roman wil reflecteren.'

Met collega-schrijver, maar toch vooral de rechts-populistische winnaar van de Nederlandse provinciale verkiezingen, Thierry Baudet deelt u de thematiek van een vermeende ondergang van het Avondland. Waarin zit het verschil?

'Het verschil is dat wat ik als diagnose stel, hij als een oplossing ziet. Als het probleem is dat Europa in het verleden vast zit, is zijn antwoord de verkiezingsbelofte om de klok nog verder terug te draaien. Ik denk niet dat dat werkt. Voor een continent dat vastzit in het verleden is nostalgie geen oplossing. Maar het probleem van Baudet staat niet op zichzelf, alle nationalistisch-populistische politici hebben dit gemeen: die nostalgische hang naar een verleden dat misschien nooit echt heeft bestaan. Het is natuurlijk ook een reactie op een vorm van onzekerheid of angst, die begrijpelijk is en samenhangt met de globalisering. Maar hoewel het begrijpelijk is, gaat het nog niet werken.'

Heeft u dan een idee wat wel zou werken?

'Nogmaals, ik ben - godzijdank - geen beleidsmaker of politicus. Maar in het geval van Europa denk ik dat enkel een grote sprong voorwaarts naar een werkelijke eenheid kan werken. Een verenigd Europa is het enige wat een toekomst kan geven aan dit continent. Wat het tegenovergestelde is van wat de nationalistische leiders als oplossing presenteren: een terugkeer naar de versnippering.'

'Ik zou niet durven beweren dat Mieke Maaike's obscene jeugd bepalend geweest is voor mijn vrouwbeeld, maar het heeft wel geholpen'

Uw roman Grand Hotel Europa is een geëngageerde roman. Is er in de Nederlandse literatuur te weinig engagement?

'Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Ik heb wel het idee dat er steeds meer engagement is, maar de vraag is of dat aan de Nederlandse literatuur ligt, of aan de wereld. Ik heb mezelf die vraag ook gesteld omdat mijn latere werk meer geëngageerd is, en ik denk dat dat laatste het meeste het geval is. Het zijn nu ook gewoon - om het positief te stellen - interessante tijden. Ik voel persoonlijk steeds meer de noodzaak om daarover te reflecteren en ik zie dat ook wel bij veel van mijn collega's.'

'Dat is trouwens een Chinese vloek. Als je iemand wil vervloeken, dan zeg je: "Ik wens jou toe dat je in interessante tijden leeft." (lacht)'

Blijft er voor die geëngageerde Pfeijffer dan nog tijd en ruimte over om nog als dichter bezig te zijn?

'Ja, ik ben ook wel met gedichten bezig. Idyllen was dan ook een meer geëngageerde bundel dan mijn voorgaande bundels. En ook bij de gedichten waar ik nu mee bezig ben, sijpelt veel van de wereld naar binnen.'

Toekomstmuziek

In zo'n wereld die constant verandert, moet je jezelf als auteur dan ook telkens heruitvinden?

'Je moet vragen blijven stellen. Je mag niet denken dat je alle antwoorden hebt, en vast blijven zitten in je overtuigingen. Nieuwsgierig blijven en goed volgen wat er aan de hand is, en dat kan inderdaad tot gevolg hebben dat je je mening moet herzien. Maar dat houdt het net interessant.'

Grand Hotel Europa wordt vergeleken met De Toverberg, en tijdens de lezing werd ook al gezegd dat dit niet het eerste boek is dat over toerisme gaat. Hoe belangrijk is het om als schrijver - en classicus - origineel te zijn?

'Het is een beetje paradoxaal, maar je kan enkel origineel zijn binnen het kader van de traditie. Je kan immers niet origineel zijn door de traditie te negeren of te ontkennen of er geen kennis van te hebben. Dat is stom en daar heb je niets aan. Vernieuwend zijn is juist in gesprek blijven met die traditie en er telkens weer over te reflecteren en dan toe te passen op de wereld. Daarin zit net die mogelijkheid tot vernieuwing, niet in het afstoten van die traditie. In Grand Hotel Europa schrijf ik ook over dat principe in het hoofdstuk over de Biënnale van Venetië. De beeldende kunst lijkt heel vaak geen kennis te willen hebben van de traditie, waardoor ze eigenlijk irrelevant wordt.'

De grootse, ambitieuze opzet van uw roman lijkt niet te overtreffen. Legt dat een soort hypotheek op uw komende werk? Wordt dat weer kleinschaliger ?

'Ja, maar... you ain't seen nothing yet. (lacht)'

De nationalisten hebben het over een nationaal gevoel, Europeanen over een Europese identiteit, maar is er volgens u geen nood aan een 'wereldburgermentaliteit' waarbij we alle grenzen laten vervagen? Of denk ik nu te utopisch?

'Ik feliciteer je alvast met de utopische visie. Maar ik denk dat we best eerst met Europa beginnen. Als dat lukt, kunnen we over de rest van de wereld nadenken. Maar je hebt natuurlijk gelijk dat de echt grote problemen - om maar te beginnen met de klimaatproblemen - enkel op mondiale schaal op te lossen zijn. En als we ooit een alternatief voor het kapitalisme willen vinden, zou dat ook op die schaal moeten. Een wereldregering lijkt me wel goed. Maar dan moeten we eigenlijk misschien eerst een ruimtemacht worden, omdat je je toch ergens moet tegen afzetten. Dus eerst aliens ontmoeten en dan zijn wij een wereldmacht tegenover die anderen. (lacht)'

U kan binnenkort uw tweede Librisprijs winnen. In het autobiografische Brieven uit Genua konden we lezen dat u toch wel erg blij was met de eerste, voor uw roman La Superba. Hoe graag zou u die tweede winnen?

'Ja, die wil ik ook wel heel erg graag winnen, die tweede. Maar ik moet wel zeggen dat het feit dat ik hem al een keer gewonnen heb de druk iets draaglijker maakt. Ik kan iets minder lang woedend zijn als ik hem niet zou winnen. (lacht) Ik kan mezelf dan troosten met het idee dat ik hem toch al een keer gewonnen heb.'

Als laatste vraag, peilen we - zoals in onze rubriek Dubbel geboekt - graag naar het boek dat op u de meeste impact heeft gehad.

'Je verrast met nogal met deze vraag. Ik kan een serieus en een minder serieus antwoord geven. Het minder serieuze - al is het wel een boek dat ik heel erg belangrijk vind - is een heel romantisch liefdesverhaal en ook wel leuk om te noemen omdat het een Vlaamse auteur is: Mieke Maaike's obscene jeugd van Louis Paul Boon. Ik zou niet durven beweren dat het bepalend geweest is voor mijn vrouwbeeld, maar het heeft wel geholpen. (lacht)'

En het serieuze antwoord?

'Dat ligt een beetje in het verlengde, lijkt het, maar is toch anders. Nee, eigenlijk ligt dat heel erg in elkaars verlengde, want dat is Lolita van Nabokov. Eigenlijk is - en nu dreigt het echt een serieus antwoord te worden - hebben Boon en Nabokov gemeen dat die boeken van hen helemaal niet gaan waarover ze gaan. Ook als je niet geïnteresseerd bent in jonge meisjes, moet je toegeven dat het uitstekend geschreven boeken zijn. Boon, en al zeker Nabokov maken er een stilistische exercitie van, die mij inspireert. Af en toe als ik vast zit, dan lees ik weleens een pagina van Lolita - één pagina is genoeg - en dan weet ik weer waar ik naar moet streven. Hoe je ook alweer moet schrijven. En Louis Paul Boon is stilistisch eigenlijk ook erg onderschat.'

U bent dan ook wel een schrijver die stilistisch tot de top behoort. Voor een mindere auteur zou dat demotiverend kunnen werken.

'Nee, je moet je doelen hoog stellen. Stel dat je een sporter bent, dan streef je ook naar olympisch goud. Je moet niet voor de regionale kampioenschappen van Hasselt gaan. (knipoogt)'