'Ik heb nooit een universiteit naar het leven gestaan, maar iedereen moet zijn plaats kennen'

André Oosterlinck, een profiel

20 mei 2019
Profiel
Als laatste in de reeks bezoeken we André Oosterlinck, ererector en oprichter en voorzitter van de Associatie KU Leuven, en weleens omschreven als de belangrijkste spin in het web van de KU Leuven.

Dat laatste valt volgens hem wel mee: ‘Een goed bestuurder kan goed delegeren.’ Tijdens zijn periode als rector, van 1995 tot 2005 (de huidige rector zetelt maximaal acht jaar) was Oosterlinck lid van de Europese rectorenconventie, die zich toen bezighield met de Bologna hervormingen (de Europese hervorming die alle hogere opleidingen stroomlijnt volgens het Angelsaksische model, Bachelor-Masters red.) ‘Het was toen duidelijk voor mij dat we hier met een zeer onhandig systeem zaten, waarbij men sprak van academisch onderwijs aan universiteit en hogeschool en van professioneel hoger onderwijs. Goed academisch onderwijs zit ingebed in goed onderzoek. Dit onderzoek kost veel centen, dus de verspreiding daarvan over allerlei instellingen was niet efficiënt.’

Het is hierdoor dat Oosterlinck op de proppen kwam met het plan voor de Associatie. Karel De Gucht had het idee om dit soort associaties te vormen op geografische manier, maar daar is Oosterlinck nooit een voorstander van geweest. ‘Ik was bang dat we opgesloten zouden worden in het Hageland’, stelt de voorzitter. ‘Je kent de bekende uitspraak van rector De Somer: “Wij wensen geen universiteit van het Hageland te worden, maar een van Vlaanderen en van de wereld.” Hierom is de Associatie opgericht, een jaar voordat het decreet voor associaties er gekomen is.’ De politiek hierbij voorsteken lukte, omdat het ging om vrije instellingen. ‘Onze universiteit is nu actief in gans Vlaanderen’, voegt Oosterlinck toe met enige trots. ‘De Associatie zorgt daarbij voor een mooie opdeling van de onderwijsruimte, academisch en professioneel.’

'Onze universiteit is voor de vierde maal de meest innovatieve, dat kun je niet met vijf zijn'

De gang van zaken kwam niet zonder enige kritiek. Sommigen spraken van een ‘machtsgreep van de KU Leuven’. In eerdere interviews liet Oosterlinck optekenen dat er in Vlaanderen slechts plaats is voor twee à drie sterke universiteiten. ‘Niet voor één he!’, vult hij vlug aan. ‘Niemand wil een NMBS-universiteit hebben. Ik heb nooit een universiteit naar het leven gestaan, maar iedereen moet zijn plaats kennen. Onze universiteit is voor de vierde maal de meest innovatieve, en dat kun je niet met vijf zijn.’ De andere universiteiten hebben evenveel recht om te groeien, maar dit kan niet tot in het oneindige doorgedreven worden, vindt Oosterlinck. ‘Samen met minister Van den Bossche zijn er daarom assen tussen associaties opgesteld, wat leidt tot meer kwaliteit en efficiëntie. Niet iedereen kan alles doen.’

Tijdens de verkiezing van huidig rector Luc Sels, legde de laatste de nadruk op de ‘te arrogant geworden’ KU Leuven. Dat ging in tegen wat sommigen het ‘agressieve plan Oosterlinck’ noemen. Volgens Oosterlinck was er nooit zo’n plan. ‘Ik heb het agressief model nooit echt beoefend. Neem nu Gent: dat is competitie, maar ook onze eerste samenwerkingspartner. Concurrentie mag niet kapot maken, het moet juist de kwaliteit opdrijven.’ De Associatievoorzitter geeft toe dat er zo’n beeld geschetst werd, maar wijt dat vooral aan de houding van de vorige rector, Rik Torfs. ‘Torfs kwam voortdurend in het nieuws en viel bijvoorbeeld de UHasselt aan. Ik heb dat nooit gedaan.’    

De Napoleon van Vlaanderen

Ook tijdens zijn rectorsperiode was er niet zo’n plan, stelt Oosterlinck. ‘Ik eiste nooit dat mijn eigen idee werd uitgevoerd, ik eiste een gezamenlijke conclusie die moest worden uitgevoerd. Als je samen een plan maakt, op het GeBu bijvoorbeeld, heb je het voordeel dat je in de scheidsrechtersstoel zit, en goede opmerkingen kunt meenemen. Die opmerkingen komen er niet als je gewoon een visie doorduwt. Ik ben altijd oplossingsgericht geweest, en voor oplossingen moet iedereen durven spreken. Soms kon ik in een vergadering uitdagend zijn, om mensen aan te zetten om zich uit te spreken. Maar ik heb geen problemen met opmerkingen.’

De uitdagendheid is misschien hetgeen wat hem aan het begin van zijn rectorsambt de bijnaam ‘Napoleon van Vlaanderen’ opleverde, bedacht door de studenten. ‘Als ze mij dat zeiden, reageerde ik steevast met “Als mijn aanpassingen zo lang zullen blijven als de Code Napoléon, is dat goed”. Mijn zoon was erg geïnteresseerd in de Franse geschiedenis, dus hij had me goed geïnformeerd waarop ik moest letten als ik ten strijde trok en aldus mijn Waterloo kon vermijden. (lacht)’

'Ik stel vast dat vele universiteiten die betere resultaten behalen dan de onze niet met verkozen rectoren maar met aangestelde werken'

‘Het belangrijke is dat Napoleon die Code Napoléon niet zelf heeft gemaakt, maar de juiste mensen heeft gezocht. Hij had zicht op de globale lijn, maar liet de experts de details uitvoeren.’ Dat is iets wat Oosterlinck meeneemt in zijn huidige bestuurspositie(s). ‘Ik delegeer gemakkelijk. Je moet daarvoor je medewerkers vertrouwen, en deze medewerker moet weten met welke 10% hij bij u moet komen. Niet meer en niet minder.’

Momenteel speelt de ererector en baron geen executieve rol meer binnen de Associatie. Die verantwoordelijkheid werd dit jaar overgeheveld naar pas aangetreden Algemeen Directeur Ann Verreth. Toch wordt Oosterlinck nog wel eens omschreven als de grootste spin in het web, die door zijn aanstelling voor langere tijd veel invloed uit kan oefenen op het beleid, in verhouding met de rectoren die per termijn verkozen worden. ‘Pas op, ik ben ook verkozen he’, relativeert hij. ‘Bovendien stel ik vast dat vele universiteiten die betere resultaten behalen dan de onze niet met verkozen rectoren maar met aangestelde werken. Ik was voorstander van een gemengd systeem. Door verkiezingen ben je zeker dat je gedragen bent, maar rectoren worden niet per se verkozen voor hun kwaliteiten. Die zijn immers heel moeilijk in te schatten. Soms valt het mee, en heeft iemand al kwaliteiten. Soms kan iemand snel leren. Rik Torfs bijvoorbeeld, die leerde snel. (lacht). Luc Sels had al acht jaar ervaring als decaan.’

Universiteit en politiek

Niet alleen op de eigen verkiezingen hebben bestuurders van de KU Leuven invloed, ook bij andere verkiezingen weten ze soms hun stempel te drukken. ‘De reden waarom we invloed hebben, is dat we meestal voorstellen maken die goed zijn, maar die eigenlijk ook al wat onderhandeld zijn met de andere partners. En als Associatie kijken we ook naar het middelbaar onderwijs, want we zijn het afnemend veld. Als de gemiddelde leerling met ondermaatse leerbagage toekomt is dat een probleem. Met alles wat ons gezamenlijk aanbelangt zijn we bezig.’ Daarnaast heeft Oosterlinck nog weinig zin om zich te bemoeien met de bestuurszaken.

Zijn rol is die van raadgever, of helper, stelt hij. ‘Ik zal nooit slechts mijn visie verdedigen. Ik verdedig een goede consensus, een goede beslissing. Als ze iets stoms beslissen, verdedig ik dat niet.’ Voor de komende verkiezingen hoopt Oosterlinck vooral op een goede minister van Onderwijs. ‘Ik heb nooit zichtbaar tot een partij behoord. Ik heb altijd getracht om internationale voorbeelden te gebruiken, om de politiek eventueel te beïnvloeden. Wij worden er natuurlijk ook beter van.’

Als voorbeeld geeft de associatievoorzitter het financieringssysteem, opgesteld samen met Algemeen Beheerder Koenraad Debackere, dat het meest resultaatsgedreven van Europa is. Er zijn diverse geldstromen die ingericht zijn op de kwaliteit van de resultaten. Oosterlincks belangrijkste aandeel ligt in het industrieel onderzoeksfonds. ‘Nederland en Duitsland benijden dat’, stelt hij. ‘Het stimuleert proffen om vindingen te converteren naar maatschappelijke of economische meerwaarde. We hebben daarvoor ook een decreet onderhandeld, in nauwe samenwerking met Debackere, onder andere over de patenten. Als er geen eenduidige eigenaar is, willen bedrijven het vaak niet afnemen, uit angst geconfronteerd te worden met rechtszaken. Nu behoort alles tot de universiteit, die een faire vergoeding moet geven aan alle uitvinders en hen moet stimuleren.’

'Je moet soms met standpunten buitenkomen, maar die moeten gedragen zijn. Een universiteit moet de specialisten aan het woord laten'

Het huidige financieringsdecreet komt de KU Leuven wel sterk ten goede, wat de andere universiteiten niet echt op prijs stellen. Oosterlinck ligt echter niet wakker van de mogelijkheid dat het over een andere boeg gegooid wordt, onder een nieuwe minister van Onderwijs. ‘Die zal zich moeten verantwoorden dan, en met een beter plan moeten komen.’

Mocht het mislopen is er nog altijd de media, meent Oosterlinck. ‘Deze regering ging een aanpassing doen aan de financieringfactoren. Toen ik ergens goed heb uitgelegd dat je de helft verliezers, en de helft winnaars hebt, en dat ook de winnaars verliezers zijn, heeft men gepast.’ Macht hebben hoeft voor hem niet meer, invloed uitoefenen wel. ‘Dat we ons verdedigen is niet meer dan normaal. Ik ben hier om de Associatie beter te maken, dat is mijn job. Als je in de schaduw werkt, kun je ook geen zonneslag krijgen. Schrijf dat maar op.’  

Universitairen mogen zich gerust uitspreken over politieke zaken, wat Oosterlinck betreft, als ze maar spreken vanuit hun onderzoeksdomein. ‘Proffen moeten zich houden aan hun kennisdomein, en kunnen toegeven dat ze niet in alle domeinen thuis zijn. Rik Torfs sprak zich regelmatig uit alsof hij alles wist. Luc Sels komt ook geregeld in de media, maar pakt dat anders aan. Als rector moet je een evenwicht zoeken. Je moet soms met standpunten buitenkomen, maar die moeten gedragen zijn en gebaseerd op onderzoek. Een universiteit moet de specialisten aan het woord laten.’ Dit geeft soms moeilijkheden, met multidisciplinaire problemen, geeft Oosterlinck toe. ‘Hiervoor moet men overleggen, maar omwille van snelheid voelen sommige professoren zich genoodzaakt om alleen een antwoord te bieden.’

Geen mislukkingen

Wanneer André Oosterlinck terugblikt op zijn carrière, is dat niet zonder trots. Grote verwezenlijkingen zijn de oprichting van LERU (League of European Research Universities), samen met toenmalig onderzoekscoördinator Roger Bouillon, het internationaal equivalent van het Vlaamse netwerk, en natuurlijk de oprichting van de Associatie KU Leuven.

Ook vandaag heeft Oosterlinck een aantal succesvolle spin-offs onder zijn leiding. ‘Ik begeef me graag op de rand van industrie en universiteit.’ Deze taken ziet hij meer als leuke bezigheden dan verplichtingen, wat ook geldt voor zijn ondervoorzitterschap bij IMEC. De gelukkige carrière, met ook veel plezier in fundamenteel onderzoek, ligt deels aan een interessant onderzoeksdomein, stelt Oosterlinck. ‘Ik heb het geluk gehad in een discipline te zitten die een enorme vlucht heeft gemaakt: die van nanotechnologie, micro-elektronica en artificiële intelligentie. Er is geen domein dat zo’n alomtegenwoordigheid heeft gekregen als deze.'

Ook nu is dat nog hetgeen wat Oosterlinck heeft meest interessant vindt. ‘Ik wens dat de Associatie het goed doet, maar ik zou me ook graag bezighouden met het ontwikkelen van computersystemen voor geneeskunde. Systemen die nu al bestaan, in radiologie bijvoorbeeld, zijn soms dubbel zo goed als een radioloog. De radioloog moet daarom niet stoppen met zijn werk, maar het werk zal wel een andere invulling krijgen.

Daarnaast geeft Oosterlinck graag advies. ‘Ik heb de tijd niet meer om me te moeien, maar er wordt mij vaak om raad gevraagd. Ik luister dan eens, maar hou me niet meer bezig met de dagelijkse leiding. Ik denk wel graag na en spreek graag over het totaalconcept. Mocht ik nog rector zijn, zou ik ook om advies vragen aan een voorzitter met veel ervaring. Zelf vroeg ik wel altijd “Is het een marsbevel of advies?” Een goede rector luistert naar velen, maar maakt dan met de eigen kennis, en beperkingen, een beslissing. Koen Debackere en ik zijn er slechts voor input. De beslissing ligt dan bij de Academische Raad en het GeBu. Zij zijn ook verantwoordelijk.

Met misschien het profielstuk in Veto van Koen Debackere in zijn hoofd stuurt Oosterlinck aan op de mislukkingen in zijn carrière, of eerder het ontbreken hiervan. ‘Ik had het allemaal sneller willen doen. Ik ben niet echt op een mislukking gebotst, maar ik ben ongeduldig. Ik ben natuurlijk ook veel in het buitenland geweest, en globaal gezien kan het in Vlaanderen allemaal sneller en efficiënter. Ook in het onderwijs hadden we met dezelfde middelen meer kunnen doen.’ Ook bij de universiteit had er meer gedaan kunnen worden, vindt Oosterlinck. ‘Voor ons zijn natuurlijk spin-offs belangrijk, en soms denk ik dat als iedere professor dit binnen de mogelijkheden van zijn discipline deed we geen economische crisis hadden gehad.’ Voor het middelbaar onderwijs heeft de ererector als zorg dat ook de besten erop vooruitgaan bij de hervormingen. ‘Dat is voor het goed van henzelf, maar moet natuurlijk ook goed zijn voor anderen. Als gemeenschap moeten we erop vooruitgaan. Er zijn te veel belangengroepen.’

Ook voor het hoger onderwijs heeft Oosterlinck zorgen. ‘Als universiteit hebben we nu een goed evenwicht gevonden tussen fundamenteel en toegepast onderzoek, maar we moeten opletten voor ons onderwijs. We moeten niet te specialistisch worden, en de studenten nog een globaal frame bieden. De fundamentele vragen moeten gesteld blijven worden.’

Het Schaduwkabinet

In de vierdelige reeks 'Het Schaduwkabinet' spreken we telkens met een sleutelfiguur die permanent of voor lange tijd is aangesteld aan de KU Leuven. In die hoedanigheid drukken ze een grote stempel op de koers van de universiteit, elk vanuit een eigen invalshoek. Deze editie: André Oosterlinck, ererector en voorzitter van de Associatie KU Leuven.

Lees ook: