‘De universiteit is geen bedrijf, en zal dat ook nooit zijn’

Koenraad Debackere, een profiel

25 maart 2019
Profiel
Het bureau van Koenraad Debackere, Algemeen Beheerder van de KU Leuven, ligt letterlijk in de schaduw van het rectoraat. Maar of we kunnen spreken van een schaduwbestuur, is hiermee niet gezegd.

We worden hartelijk welkom geheten in het ruime kantoor van Debackere, waar een thermos koffie en een kan water klaarstaan. ‘Even mijn keel smeren’, zegt hij.

De Algemeen Beheerder wordt weleens voorgesteld als één van de machtigste figuren van de universiteit. Anders dan de rector wordt hij niet verkozen, en kan hij dus jaren dezelfde functie behouden. Koenraad Debackere beoefent deze functie al sinds 2005, en combineert het beheer met de verantwoordelijkheid over Leuven Research and Development, een functie die hij al sinds 1999 heeft.

Zelf omschrijft hij zijn rol als het beheer van een aantal facetten van de universiteit. ‘De algemeen beheerder is lid van het GeBu (Gemeenschappelijk Bureau, het hoogste beleidsorgaan aan de KU Leuven red.), dat voorgezeten wordt door de rector. Het Algemeen Beheer heeft vijf directies die aan de Algemeen Beheerder rapporteren: de personeelsdirectie, financiële directie, stafdiensten, centrale ICTS en technische diensten. Als Algemeen Beheerder ben je natuurlijk betrokken bij heel wat activiteiten, maar altijd in afstemming met rector, vicerectoren, diensten etcetera.’ Debackere beschrijft zijn eigen rol vooral in termen van ‘verantwoordelijkheden’ die hij draagt naar de mensen met wie hij samenwerkt.

Het beslissend comité

Toch verkondigen verschillende stemmen dat hij de touwtjes in handen heeft aan de KU Leuven, en als een van de weinigen volledig zicht heeft op de begroting. ‘Wie de centen heeft, bepaalt het beleid’, getuigde een anonieme oudgediende van het rectoraat in 2014 in Veto. Debackere nuanceert: ‘Het is natuurlijk zo dat je als Algemeen Beheerder een overzicht hebt over het geheel van de begroting. Anders doe je de job niet goed. Anderzijds is er een auditcomité van de universiteit, waar ook de rector en leden van de Raad van Bestuur en externen in zitten, alsook een interne auditdienst, waar Seppe Deryckere aan het hoofd staat. Die hebben ook zicht op alles. Mochten er dingen verkeerd voorgesteld worden, zien zij dat onmiddellijk. Uiteindelijk is de universiteit onderhevig aan heel wat controles: door het rekenhof, door de regeringscommissaris, door de Vlaamse overheid, onze eigen revisor. Ook zijn er voor een aantal facetten heel wat Europese controles.’

‘Ik heb met heel veel rectoren mooi en goed kunnen samenwerken'

Debackere ziet zichzelf echter zowel als beslisser als uitvoerder van het beleid. ‘Omdat ik mee in het GeBu zetel, ben ik vanuit die positie medebeslisser rond beleid. Gelet op het operationeel beleid hebben de diensten van het Algemeen Beheer ook een uitvoerende functie. Het beslissen gebeurt natuurlijk ook met enige voorbereiding, waarbij kennis nodig is, niet alleen technische kennis, maar ook bijvoorbeeld van subsidieregelingen. In die zin is het Algemeen Beheer betrokken in een drietrapsproces: ontwikkelen van het beleid, beslissen en uitvoeren’.

Debackere benadrukt dat het GeBu uiteindelijk beslist, en dat hij verantwoordelijk is voor het aangeven van de contouren, alsook voor het in kaart brengen van mogelijke bewegingsruimte. ‘Je mag natuurlijk ook niet onderschatten dat een universiteit heel wat lopende engagementen heeft.’

Schaduwcircuits en samenwerkingen

Wat vindt hij dan van de beschuldigingen over een schaduwcircuit, waarbij hij buffers zou inzetten? In het recent verschenen ‘Onder Rectoren’ van De Morgen-journalist Remy Amkreutz haalt voormalig rector Rik Torfs aan dat er in zijn termijn weinig mogelijk was, omwille van deze buffers en een besparingsperiode. Debackere fronst: ‘Ik doe geen uitspraken over de getuigenissen van een vorige rector. Het enige wat ik kan zeggen, is dat alle buffers, die we eigenlijk voorzieningen noemen, hierin staan.’ Hij tikt op het dikke auditdossier dat hij net uit de kast heeft gehaald voor ons. Vervolgens beschrijft hij de vier posten voor die voorzieningen, van groepsverzekering, pensioenen, voorzieningen voor onderhoud- en herstellingswerken tot buffers voor mogelijke geschillen en disputen.

Toch schemert wel door dat niet in elke samenwerking evenveel mogelijk is, en dat de tijd van Torfs voor Debackere een mindere was. ‘Ik heb met heel veel rectoren mooi en goed kunnen samenwerken. Ik kan dat vandaag ook, dus ik ben daar uiteraard heel gelukkig mee.’

De KU Leuven heeft nooit onderzoekers onder druk gezet om opgegeven publicatie-aantallen te behalen. Wij houden gewoon onze koers aan'

En hoewel Debackere stelt dat hij nooit de prioriteiten aangeeft, enkel de financiële ruimte, blijkt wel dat een aantal prioriteiten in het huidig beleid hem zeer genegen zijn. Als we hem vragen naar elementen die, wanneer hij terugkijkt op zijn loopbaan tot nu toe, vroeger of beter gerealiseerd hadden kunnen worden, geeft hij rap enkele speerpunten aan:

‘Ik denk dat voor ons als universiteit de internationalisering harder, sneller en diepgaander had kunnen gaan. Dat geldt ook voor de digitale revolutie in het onderwijs. Ik ben blij dat we daar nu prioriteiten van kunnen maken. Om budgettaire ruimte in te zetten, moet je die ruimte hebben, maar ook scherpe prioriteiten om ze in te zetten. Ik denk dat die er bij het bestuur nu ook zijn.’ Deze beleidsprioriteiten komen natuurlijk vanuit het GeBu, maar het is evengoed duidelijk dat de beleidslijnen van deze legislatuur beter overeenstemmen met wat Debackere al langer verlangt van de KU Leuven, en dat er genoeg financiële ruimte is om deze uit te voeren.

Oog op de toekomst

Bij een positie waarbij je zo lang meedraait in het beleid van een universiteit, kan het ook haast niet anders dan dat je bepaalde thema’s belangrijk vindt, en een visie ontwikkelt op wat de universiteit moet zijn en kunnen. Wanneer Debackere gevraagd wordt naar wat de KU Leuven volgens hem onderscheidt, haalt hij trots het ondernemerschap aan. ‘We zijn als universiteit heel succesvol in het valoriseren van onze onderzoeksresultaten, maar ook met onze spin-off-portefeuille. Op de Reuters ranking kwamen wij naar voren als meest innovatieve universiteit van Europa.’

Ondernemerschap is echter maar een facet van wat een universiteit moet zijn, vindt Debackere: ‘De universiteit is geen bedrijf, en zal dat ook nooit zijn. Ten eerste is er het vrije onderzoek. Niemand dicteert top-down wat er onderzocht moet worden. Het zijn de onderzoekers en de onderzoekswereld die de agenda's zetten. En daarbij zijn ze nooit blind voor de grote uitdagingen waarmee we als mensen en maatschappij geconfronteerd worden.' 

'Wat de universiteit wel steeds vraagt en eist, is dat dit kwaliteitsvol gebeurt, en integer. En dat het zich kan meten met de beste in de wereld.’ Niet direct de minste eis. Debackere grijpt hier terug op het valoriseren van het onderzoek, waar Leuven Research and Development natuurlijk een belangrijke rol in speelt. Daarnaast hecht hij veel waarde aan het peer review-mechanisme. ‘Dit is zeker niet foutloos, maar het is toch wel de minst slechte manier van evalueren.’ Om aan peer review te doen, moet er natuurlijk wel gepubliceerd worden. Geluiden over een grote publicatiedruk aan de KU Leuven verzacht Debackere. ‘De KU Leuven heeft nooit onderzoekers onder druk gezet om opgegeven publicatie-aantallen te behalen. Wij houden gewoon onze koers aan.’

'Wij hebben een rol gespeeld bij de overdracht van de lerarenopleiding naar het hoger onderwijs, maar was die disproportioneel? Dat weet ik niet'

Naast het vrije onderzoek vindt Debackere het ook heel belangrijk dat de KU Leuven een doorstroomplaats is van talent. ‘Dat kan niemand de universiteit nadoen, en zorgt voor een enorme broedplaats voor kwaliteit. De combinatie van die elementen zorgt ervoor dat er vernieuwend en belangrijk onderzoek kan gebeuren.’ Debackere geeft het klimaatonderzoek als voorbeeld, waar Johan Martens recent nog aandacht kreeg voor zijn onderzoek naar het puren van waterstofgas uit de lucht. ‘Ik ben wat dat betreft toch positief over wat we als wetenschap en technologie kunnen bijdragen.’ 

Ook als beheerder is hij actieve klimaatmaatregelen goedgezind. ‘De KU Leuven is een van de oprichters geweest van Leuven klimaatneutraal, vanuit alle oogpunten een belangrijk aandachtspunt.’ Debackere ziet de universiteit hierin ook als rolmodel voor de maatschappij, omdat er én gewezen wordt op het voeren van een beleid naar de klimaatdimensie, en op het onderzoeks- en innovatiepotentieel om nieuwe technologie te ontwikkelen om dat mogelijk te maken. ‘Het én én-verhaal krijgt hier echt vorm.’ 

Banden met het beleid

Het is niet alleen hier dat er een link te vinden is tussen de KU Leuven en de nationale beleidsvoering. In De Morgen verscheen recent een stuk waarin werd gesteld dat de banden tussen de KU Leuven en de kabinetten wel heel nauw zijn. ‘Ik heb het artikel gelezen’, antwoordt Debackere als we hem er op wijzen, ‘en ik begreep niet waarom de KU Leuven er zo zou uitspringen. Het is niet gek dat universiteiten samenwerken met beleidsmakers, zij hebben veel kennis op vlak van onderwijs, technologie, wetenschap en innovatie. Alle collegainstellingen doen dit. Ik begrijp niet zo goed waarom men daar spoken ziet.’

Toch zijn er enkele grote dossiers waarin de KU Leuven een grote rol heeft gespeeld, zoals de recente ontwikkeling van de educatieve masters. ‘De KU Leuven heeft daarmee de fakkel gedragen, dat geef ik grif toe’, zegt Debackere. ‘Dit was wel samen met de andere universiteiten. De hogescholen en de universiteiten hebben daar vanuit hun missie een serieuze opdracht. Het is zo dat er een overdracht zal gebeuren van de CVO’s (Centra voor Volwassenenonderwijs) naar de hogescholen en universiteiten. Maar deze beweging is gewenst door het ganse hoger onderwijs. Wij hebben een rol gespeeld, maar was die disproportioneel? Dat weet ik niet.’

‘Ik ben heel blij met het beleid van onderzoeks- en innovatiefinanciering van de huidige regering, maar qua investeringskredieten is er nog een grote behoefte'​

Toch weet Debackere wel wat hij verlangt bij de aankomende verkiezingen. ‘Ik ben heel blij met het beleid van onderzoeks- en innovatiefinanciering van de huidige regering, en ook haar uitvoering van de groeipaden inzake onderwijsfinanciering verdient alle lof, maar qua investeringskredieten is er nog een grote behoefte.’ Een ander belangrijk punt voor de KU Leuven is de kwaliteit van het onderwijs en rationalisatie van het onderwijsaanbod. Ook de taalwetgeving voor de masteropleidingen mag iets vrijer voor Debackere. ‘We stellen vast dat het Vlaams hoger onderwijs mooi internationaliseert, dus we hebben wel wat middelen om het te doen. Waar we nog meer vragen rond hebben, is de flexibiliteit van trajecten voor niet-Vlamingen die werken aan Vlaamse universiteiten. Qua taalvereisten, maar ook voor de ganse werking rond visaproblematiek en vergunningsproblematiek, daar zijn nog wel wat winsten te behalen.’ Het beleid laat Debackere niet los maar als een soort bezorgde vader staat hij ook stil bij de studenten. ‘Blijft er nog wel voldoende tijd voor eigen reflectie en oefeningen?’

Over het feit dat er ook bij hem weinig tijd overblijft voor reflectie bestaat geen twijfel. Na een lang gesprek moeten wij om negen uur ‘s ochtends snel onze biezen pakken, want Debackeres volgende afspraak is eigenlijk al begonnen.   

Het Schaduwkabinet

In de vierdelige reeks 'Het Schaduwkabinet' spreken we telkens met een sleutelfiguur die permanent of voor lange tijd is aangesteld aan de KU Leuven. In die hoedanigheid drukken ze een grote stempel op de koers van de universiteit, elk vanuit een eigen invalshoek. Deze editie: algemeen beheerder Koenraad Debackere.