Koosjere haggis of het verhaal van een progressief-joodse Schotse professor. Een portret: Brian Doyle.

Ook God woont in Leuven - jodendom

23 April 2019
Profiel
Auteur(s): Mirjam Eren
Brian Doyle is professor aan de KU Leuven en progressief jood. Een inkijk in zijn leefwereld en het jodendom de dag van vandaag.

Brian Doyle werd geboren in Schotland en emigreerde op zijn 30ste naar België. Hij doceert nu aan de KU Leuven vakken over Jodendom, Hebreeuws en de Hebreeuwse Bijbel. Daarnaast is hij mee verantwoordelijk voor het academische tijdschrift Ethical Perspectives. Doyle richtte een kleine joodse gemeenschap op in Leuven, Ohel Yachdav, wat letterlijk ‘tent van samenzijn’ betekent. Dat alles combineert de professor sinds drie jaar met een opleiding tot rabbijn in Berlijn. ‘Maandag en vrijdag geef ik mijn lessen in Leuven, in het weekend ben ik bij mijn gemeenschap en dinsdag, woensdag en donderdag in Berlijn. Het is soms puzzelen om alles te combineren, maar tot nu toe lukt het.’

Bezige bij: professor en rabbijn-in-wording

Zijn docentschap is voor Doyle een verrijking. Toen hij enkele jaren geleden begon als docent, kreeg hij de cursussen van de voorgaande docenten om mee aan de slag te gaan. Wat hem opviel, was dat die – op een paar uitzonderingen na – het jodendom benaderden vanuit een christelijk perspectief. Doyle besloot het anders te doen en het jodendom te tonen met een joodse bril, vertrekkend vanuit zijn eigen leefwereld en ervaringen als jood.

Zo’n twintig procent van Doyles studenten is moslim. ‘Dat is fijn om te zien, omdat mijn vakken geen plichtvakken zijn. Studenten kiezen er zelf voor ze te volgen.’ Doyle is heel dankbaar voor de mix aan religieuze achtergronden bij de studenten in zijn lessen. Dat staat hem toe de raakpunten te zoeken tussen het jodendom en religies als het christendom en de islam.

'Wanneer ik in mijn lessen een joods gebruik of een traditie toelicht, hoor ik vaak van moslimstudenten dat zij binnen hun religie hetzelfde doen'

Aangezien het christendom ontstaan is uit het jodendom, zijn er heel wat gelijkenissen tussen de twee. Maar wat Doyle door de jaren heen ontdekte, is dat het jodendom eigenlijk meer gemeen heeft met de islam dan met het katholicisme. ‘Wanneer ik in mijn lessen een joods gebruik of een traditie toelicht, hoor ik vaak van moslimstudenten dat zij binnen hun religie hetzelfde doen.’ Een groot raakpunt tussen de twee is de erkenning van de eenheid van God. Het Sjema, een kerngebed binnen het jodendom dat zegt dat God één is, is voor moslims heel herkenbaar. ‘Het is mooi om te zien dat we eigenlijk allemaal broers en zussen zijn’, zegt Doyle.

Niet allemaal chassidim

Binnen het jodendom zelf zijn er ook verschillende stromingen. De meest gekende zijn de (ultra-)orthodoxe chassidische joden die speciale uniformen hebben en waarbij de vrouwen pruiken dragen; de joden die we vooral in Antwerpen zien. Maar niet alle joden zijn chassidim. ‘Dat is een groot misverstand. Net als dat alle joden mensen zijn met veel geld en belangrijke posities binnen het bankwezen’, glimlacht Doyle. In Brussel zijn er meer moderne orthodoxe joden te vinden. ‘Aan hen kan je in tegenstelling tot chassidische joden niet zien dat ze jood zijn. Moderne orthodoxe joden vinden het belangrijk de wetten na te leven, maar ook aansluiting te vinden bij het dagelijkse leven.’

Doyle zelf hangt de liberale, progressieve vorm van het jodendom aan. Die stroming is ontstaan uit de hervormingen binnen het jodendom in de negentiende eeuw in Duitsland en heeft zich verder ontwikkeld na de Tweede Wereldoorlog, vooral in de VS. De progressieve of ‘Reform’-beweging binnen het jodendom ontstond in die tijd vanuit een drang naar maatschappelijke integratie in plaats van naar apartheid.

Drie belangrijke pijlers binnen het progressieve jodendom zijn het ethische, het actieve en gelijkheid. Progressieve joden gaan uit van de ethische verantwoordelijkheid die ze dragen tegenover zichzelf, de ander en de planeet, ze gaan steeds op zoek naar de wortels van hun engagement. Het jodendom is bovendien een actieve religie, een religie van doen. Tot slot heerst er binnen het progressieve jodendom een gelijkheid tussen man en vrouw. Ze genieten dezelfde rechten en plichten en vrouwen kunnen ook rabbijn worden. In het traditionele jodendom daarentegen spelen vrouwen een andere rol, die weinig te maken heeft met de liturgische plichten die mannen vervullen.

Moderne orthodoxe joden vinden het belangrijk de wetten na te leven, maar ook aansluiting te vinden bij het dagelijkse leven

Het grootste verschil echter tussen traditionele en progressieve joden is dat traditionele joden vaak de wetten letterlijk volgen, waar progressieve joden op zoek gaan naar een hedendaagse interpretatie van de geschriften en hun evolutie en proberen aansluiting te vinden bij het dagelijkse, moderne leven. 

Een voorbeeld is de sabbat. ‘De sabbat is een dag waarop niet gewerkt mag worden. De vraag is natuurlijk, wat is werken? De traditionele joden hebben een hele lijst met activiteiten die je niet mag doen op de sabbat: dingen dragen (zoals een paraplu tijdens een wandeling), winkelen (want je mag geen geld uitgeven), autorijden (want een auto starten is vuur maken en dat mag niet). Het komt er eigenlijk op neer dat je geen toestandsveranderingen teweeg mag brengen. Het licht aandoen mag dus ook niet. Daar worden heel wat trucjes voor gevonden: tijdsinstellingen op lichtknoppen, eten dat ze warm houden van de dag ervoor zodat ze het niet moeten opwarmen op de sabbat, etc.’, volgens Doyle soms wat omslachtig. Een ander belangrijk aspect van de sabbat is dat het een dag moet zijn van vreugde en rust. ‘Wat mij vreugde en rust brengt, is naar de synagoge gaan. Maar die ligt niet op fiets- of wandelafstand van mijn woning, dus gebruik ik de auto en zie dat als middel tot de vreugde. Dat is voor mij belangrijker.’

Wat het jodendom uniek maakt, is volgens Doyle dat men jood kan zijn zonder een bepaald dogmatisch kader te moeten accepteren. ‘Men zegt wel eens: twee joden, drie opinies.’ De Thora schrijft wel wetten voor, maar het is aan joden zelf om daarmee aan de slag te gaan en die te interpreteren op zijn of haar eigen manier: ‘Joden zien ook in dat er niet één manier is om religieus te zijn. Mensen denken vaak dat hun weg de enige juiste weg is, de meeste joden niet. Ze proberen anderen niet te overhalen tot hun manier van geloven.' 

'Kom je een jood tegen, kan die atheïstisch zijn, humanistisch, zeer gelovig, niet gelovig, bijgelovig. Het zijn allemaal andere, unieke mensen, maar daarom niet meer of minder joods. Jood ben je op je eigen manier, maar wel in een gemeenschap. Het is moeilijk om in je eentje jood te zijn. Het wel of niet accepteren van die wetten en de manier waarop, maakt deel uit van ons geloof’, zegt Doyle. ‘Het is een religie van steeds je weg zoeken. Op ongelukkige momenten, waarin ik op zoek moet gaan en in mezelf moet graven, voel ik me vaak meer joods dan op momenten dat alles voor de hand ligt.’

Koosjere haggis en het vlindereffect

Het Jodendom is een religie die voor een groot deel thuis wordt beleefd. Doyles partner en twee geadopteerde kinderen leven ook volgens het progressieve jodendom. Zijn kinderen genoten in hun vroege jeugd geen sterke religieuze opvoeding, maar werden eerder grootgebracht vanuit een humanistisch-sociaal perspectief. ‘Nu doen ze gewoon mee met ons, maar daar dring ik op geen enkele manier op aan. Ze krijgen de ruimte te zijn wie ze zijn en te doen wat ze willen doen.’

'Op ongelukkige momenten, waarin ik op zoek moet gaan en in mezelf moet graven, voel ik me vaak meer joods dan op momenten dat alles voor de hand ligt'

Doyle is zelf niet joods opgevoed, maar groeide op in een typisch katholiek Iers gezin. Na een aantal ideologische omzwervingen in zijn adolescentenjaren besloot hij op 16-jarige leeftijd joods te worden, al duurde het een paar decennia vooraleer hij zijn beslissing waarmaakte. Van in het begin voelde Doyle zich aangetrokken tot de progressieve vorm van het jodendom. ‘Ik ben niet het type persoon dat strikt volgens het boekje zou kunnen leven.’ Doyles familie heeft altijd heel open gestaan voor zijn religieuze keuze. ‘Voor mijn zestigste verjaardag ging ik naar Schotland en mijn familie bleek een verrassingsfeest te hebben georganiseerd, met ook genodigden uit België. Daar hebben ze een koosjere Schotse haggis voor me klaargemaakt. Dat zegt voor mij genoeg.’

Of Doyle verschillen opmerkt tussen het beleven van het jodendom in België en in Schotland? ‘Het grootste verschil is dat ik als Schotse jood veel opener kon uitkomen voor mijn geloof. Al heeft dat ook met de veranderde tijdsgeest te maken. Veel joodse gemeenschappen voelen zich genoodzaakt zich terug te trekken uit veiligheidsoverwegingen. Sinds de aanslag op het Joodse Museum in 2014 heeft jood zijn in België een totaal andere invulling gekregen. In synagogen heersen strenge veiligheidsvoorschriften. Zelfs in mijn eigen gemeenschap. Wanneer mensen de synagoge willen bezoeken, vragen we hun een week op voorhand hun identiteitskaart door te geven en die moeten we dan screenen. We hebben al mensen moeten weigeren.’

'Je merkt dat mensen in schrik zijn beginnen leven'

Doyle vertelt hoe hij een jaar voor de aanslagen van 22 maart 2016 het initiatief nam om in een Brussels cafeetje de Poerim te organiseren. Op dat feest komen joden verkleed en gemaskerd samen om iets te drinken en te luisteren naar het verhaal van de koningin Esther, die het Joodse volk bevrijdde. Het feest staat in het teken van gezellig samen zijn. Het event was een groot succes.

Een jaar later wilde Doyle het hernemen. Twee dagen voor de geplande datum ging 200 meter van het café de bom af in de metro van Maalbeek. De horecazaken in de omgeving sloten hun deuren. Een event als het feest van Poerim het jaar daarvoor zouden de veiligheidsdiensten sindsdien niet meer toelaten. Doyle heeft met pijn in het hart de organisatie van het feest op een publieke plaats moeten staken. ‘Je merkt dat mensen in schrik zijn beginnen leven. Niet enkel Joden, ik hoor van moslimgemeenschappen hetzelfde. Mensen zijn banger geworden, en dat is zo jammer…’

Al draagt Doyle in zich wel de wil daar van onder uit verandering in te brengen. Dat doet hij door in zijn lessen jonge mensen van welke religie dan ook meer bij te brengen over het jodendom en te tonen hoeveel we eigenlijk gemeenschappelijk hebben. Het vlindereffect.