Filosoof Daniel C. Dennett: 'Noam Chomsky is een pestkop die de taalkunde jarenlang heeft geterroriseerd'

Interviewreeks: Denkers voor onze tijd

26 april 2021
Profiel
In "Denkers voor onze tijd" interviewen we grote geesten over actuele uitdagingen. Deze editie: filosoof Daniel C. Dennett. 'Soms is de drang om mensen voor schut te zetten bijna onweerstaanbaar.'

Voor een rabiaat atheïst als Daniel C. Dennett komt zijn polemische karakter gevaarlijk dicht bij een lotsbestemming. Zijn denken is zo origineel, zijn taalgebruik zo'n belediging voor het jargon, zijn tong en pen zo scherp, dat zijn werk de gemiddelde Oxford-professor in de gordijnen jaagt: een tijdschrift kan best al wat plaats reserveren in de lezersbrieven-sectie, want 'Dennett heeft Darwin niet begrepen' of 'Dennett is geen echte filosoof' of Dennett dit of Dennett dat. Hij doet het bloed van zijn collega's koken en - nog erger - hij geniet ervan! 

Dennett is een van die zeldzame academici die zich expert mag noemen in verschillende domeinen. Hij noemt zichzelf een filosoof, maar maakt daarbij gebruik van psychologie, neurowetenschappen, informatica en ga zo maar door. Ook citeert hij wel eens Jane Austen en verafschuwt hij slecht schrijvende universitairen.

'Academische pestkoppen verdienen ontmaskerd en aangepakt te worden'

Bekend is de 79-jarige Dennett van From Bacteria to Bach and Back uit 2017, een evolutionaire geschiedenis van onze geest. Daarin volgt de ene provocatieve these de andere in ijltempo op, allemaal verbonden met zijn meest eigenzinnige stelling: evolutie is ontwerp. Toegepast op onze geest: al het menselijke kunnen is het resultaat van een ontwerpproces. Zonder intelligente ontwerper dan weliswaar, waardoor Dennett zich toch onder de darwinisten kan rekenen.

De pest aan pesten

Als er iets is waar Dennett niet tegen kan, dan zijn het wel pestkoppen. Academische pestkoppen zijn vaak nog de hardnekkigste. 'Ze verdienen ontmaskerd en aangepakt te worden', vat Dennett zijn missie samen. Hij moest zich geen zorgen maken over financiering, dus 'kon hij de pestkoppen zonder veel angst confronteren, en dat was best leuk!'

Dennett noemt vervolgens enkele notoire bullebakken uit het circuit: Stephen Jay Gould vertoonde 'onvergeeflijk gedrag en heeft reputaties verwoest', Gerald Edelman was 'verbazingwekkend onzeker' en 'dwaas in zijn pesterijen', maar de grootste naam op zijn zwarte lijst is Noam Chomsky: 'Hij heeft de taalkunde jarenlang geterroriseerd.'

Op een dag bezocht hij een les van Chomsky en Jerry Fodor ('een andere bullebak, maar een veel betere vriend van mij'). Ze gaven een cursus over cognitiewetenschap en AI, waarin ze 'week na week lachten met alle mensen die ze niet leuk vonden'. Zo ging het op een gegeven moment over Roger Schank, een collega waar Dennett zelf 'zeker geen grote fan' van is. 'Maar', voegt hij toe, 'Chomsky behandelde hem gewoon als een complete karikatuur.'

'Uiteindelijk kon ik er niet meer tegen. Hij gaf me het woord en ik zei: "Noam, je bent niet eerlijk tegenover hem. Wat je beschrijft zijn niet zijn ideeën, die zijn veel interessanter." Noam snoerde me gewoon de mond: "Oh nee Dan, je hebt het mis, dat zijn echt zijn opvattingen, ze zijn onverdedigbaar enzovoort." Hij ging door met praten, dus ik stak mijn hand weer op en ik zei: "Oké Noam, als dat echt zijn opvattingen zijn, waarom verspilt een slimme man als jij dan onze tijd door over zo'n dom persoon te praten?" Dat vond hij niet leuk!'

'Noam Chomsky en ik zijn geen vrienden meer'

Een tweede incident gebeurde na een recensie die Dennett had geschreven over twee boeken die de laatste ideeën binnen de taalkunde integreerden in de cognitiewetenschap. In de recensie meende Dennett 'dat het feit dat ze deze boeken moesten schrijven gedeeltelijk aan Chomsky zelf was te wijten, omdat hij de agressieve, beledigende en pestende houding onder zijn volgelingen aanmoedigde'. De reactie volgde snel: 'Hij ontplofte echt. Hij schreef me een van zijn beroemde brieven, vier pagina's zonder alinea's, en vroeg me om mezelf te verdedigen. En ik schreef terug en verdedigde mezelf. Sindsdien zijn we geen vrienden meer.'

'Vreemde opvattingen'

Volgens veel van zijn Franse collega's is een andere academische pest die van wokeness en cancel culture. Hijzelf maakt zich er ook zorgen over, maar aan de andere kant ook over de aanval op de fenomenen. Waar het vooral om draait is 'dat ook vreemde opvattingen op de campus moeten worden getolereerd'. 'Ik haat het om mensen buitengesloten te zien worden', stelt hij. 

Politieke correctheid valt desondanks al bij al wel mee in de Verenigde Staten, vindt hij. 'Ik denk dat de rechtse nieuwsmedia de incidenten opblazen en de indruk wekken dat er veel meer gebeurt dan er werkelijk aan de hand is. Ja, het is iets om je zorgen over te maken, maar het is geen storm die door Amerika raast.'

Niet alleen de individuen die er deel van uitmaken, maar ook het universitaire systeem zelf heeft volgens Dennett zijn gebreken. Hijzelf heeft altijd geloofd dat een academicus ook moet schrijven voor leken. Het is namelijk 'een groot probleem wanneer experts met experts praten', zegt hij. 'Ze leggen te weinig uit, omdat ze hun collega-experts niet willen beledigen. En dus praten ze langs elkaar heen.'

'Ik heb er opvallend veel plezier in gehad arrogante wetenschappers aan te pakken'

Diegenen die het vaakst in hun ivoren toren schuilen, zijn de filosofen. Ze voeren de meest academische der academische discussies, over de meest microscopische onderwerpen en zonder 'de geschoolde leek' bij hun wijsgerige project te betrekken. Je hoeft maar een boek open te slaan en daar heb je het al: 'Als filosoof ben ik de laatste jaren steeds meer gaan geloven dat als ik andere filosofen lees, ik vooral leer wat filosofen vinden van de fouten die andere filosofen hebben gemaakt. Ik leer niets anders.'

Dennett gelooft sterk in het belang van de polymath, of de interdisciplinaire denker. Daarvoor werd hij vroeger als excentriekeling beschouwd, vertelt hij, maar intussen hebben filosofen 'weinig moeite hun collega's op andere terreinen ervan te overtuigen dat filosofen kunnen helpen'. 'Dat is een grote verandering', meent hij. 'Vroeger was het vrij bon ton voor wetenschappers om filosofen die zich in deze kwesties verdiepten, belachelijk te maken. Niet meer.'

'Eerlijk gezegd heb ik er opvallend veel plezier in gehad arrogante wetenschappers aan te pakken die denken dat ze filosofische vragen kunnen oplossen. Ze denken "oh, deze zijn niet moeilijk", en dan vallen ze gewoon in alle valkuilen waar filosofen door de jaren heen op hebben gewezen. Ze hebben er moeite mee en dan stoppen ze uiteindelijk met filosofen uitlachen en beginnen zelfs, in het beste geval, om hulp te vragen. En zo zou het moeten zijn.'

Geestelijk intiem

Het filosofisch en wetenschappelijk onderzoek naar bewustzijn heeft de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen, en Dennett voelt zich temidden van alle ontwikkelingen als een vis in het water: 'Het is een geweldige tijd om bezig te zijn met de geest en het bewustzijn. Het is een goudkoorts. Onderzoekers over de hele wereld voelen zich eindelijk niet meer geremd om aan empirisch onderzoek te doen en te theoretiseren over het bewustzijn. Ik vind het leuk om daar middenin te staan.'

De ideeën van Dennett over de geest roepen nogal eens wat weerstand op. Ze gaan vaak tegen onze intuïties in, en voor een intiem onderwerp als ons eigen bewustzijn is dat soms lastig te accepteren: 'In feite blijft de wetenschap aantonen dat veel van onze veronderstelde kennis gewoon verkeerd is. Op sommige gebieden kiezen mensen uiteindelijk, en wijselijk, voor de wetenschappelijke kant. Maar als het om de geest gaat, zeggen mensen: "Nee, nee, nee, ik ben de autoriteit over wat er in mijn eigen geest omgaat. Ik weet alles wat ik moet weten over het bewustzijn, omdat ik bewust ben."'

'Individuele cellen hebben hun eigen belangen en knowhow'

Dennett is protest en verontwaardiging gewend, en kijkt er daarom niet meer van op: 'Ik heb geleerd er voorzichtig mee om te gaan. Het heeft geen zin mensen te beschamen. Soms is de drang om mensen voor schut te zetten bijna onweerstaanbaar, maar ik probeer me ertegen te verzetten.'

Hij ziet zelf gelijkenissen met de coronacrisis, waar de kennis van experts regelmatig in twijfel wordt getrokken: 'Ik denk dat velen van hen gewoon willen schreeuwen en zeggen: "Jullie bende idioten! Kijk, je verhindert de gemeenschap om collectieve immuniteit te ontwikkelen. Besef je niet dat jullie je gemeenschappen schade berokkenen door dit standpunt in te nemen?" Maar over het algemeen zijn ze zachtaardig en diplomatiek, terwijl ze krachtig zijn. En ik hoop dat ze niet beginnen te schreeuwen. De drang moet er zijn.' 

L'homme-machine

In de ogen van zijn critici is Dennett hard voor onze mede-aardbewoners, die hij een mindere plaats lijkt toe te bedelen en vaak op machine-achtige wijze beschrijft. Mag je dieren zomaar machines noemen? 'Ja, dieren zijn net machines. Maar allereerst zijn wij allemaal machines. We zijn robots gemaakt van robots gemaakt van robots gemaakt van robots … Er is niets magisch aan ons, er is niets magisch aan dieren. Uiteindelijk wordt alles uitgelegd in termen van zeer kleine nanomachines, zoals eiwitten, ribosomen en tal van andere dingen. Individuele cellen hebben hun eigen belangen en knowhow. Ze weten genoeg over waar ze zijn, zodat ze de juiste dingen op het juiste moment doen.'

'Het belangrijkste dat je moet beseffen over dieren is dat ze over veel van de dingen die ze doen, die zo wijs, zo slim, zo geschikt zijn voor hun rol in de omgeving, niet hoeven te begrijpen waarom ze het doen. We moeten stilaan beginnen wennen aan dit verrassende feit. Het is wat ik "competentie zonder begrip" (competence without comprehension, red.) noem. En dat geldt niet alleen voor dieren, maar ook voor mensen. Voor veel dingen die we elke dag doen, zijn er hele goede redenen om ze te doen, maar we weten niet wat die redenen zijn. We hoeven het niet te weten.'

'Het is een van mijn hobby's filosofen zover te krijgen dat ze me niet langer vragen om afgebakende lijnen te trekken'

Daarmee komen we tot de kern van Dennetts theorie: de natuur zit wonderbaarlijk scherpzinnig in elkaar, en er zijn overal redenen te ontdekken waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Dennett spreekt van ontwerp, maar wijst het idee van een intelligente ontwerper af: 'Je kunt ontwerp hebben zonder ontwerper. Natuurlijke selectie is zelf niet slim: ze weet niet wat ze doet. Het is het beste voorbeeld van competentie zonder begrip. Na miljarden jaren van trial and error hebben we nu buitengewoon effectieve mechanismen en ontzettend ingenieuze inwendige apparatuur, tot stand gekomen zonder intelligente ontwerper.' 

Een essentieel concept voor Dennett is dus competentie zonder begrip: een vogel kan uitstekend een nest bouwen zonder te weten wat hij doet of waarom. Is er daarmee een harde grens te trekken tussen mens en dier, aangezien mensen wel dat begrip hebben? 'Nee, die grens is er niet. In feite is het een van mijn hobby's filosofen zover te krijgen dat ze me niet langer vragen om afgebakende lijnen te trekken. De natuur werkt zo niet. Essentialisme zou voorbij moeten zijn.'

Ook bij mensen komt competentie zonder begrip dikwijls voor. De atoombom op Hiroshima werd gebouwd in een fabriek waar de meeste mensen geen idee hadden wat ze aan het maken waren. Schuilt daarin een gevaar? 'Ja, in principe wel. Maar het grote verschil is dat mensen wonderbaarlijk nieuwsgierige en in vele opzichten vrije wezens zijn. Ze zijn niet zoals de bijen in een bijenkorf of de mieren in een mierenhoop. Die doen gewoon hun werk zonder na te denken; wij reflecteren op wat we doen. Maar het wordt ons steeds moeilijker gemaakt door al het toezicht en de controle die dag en nacht op ons wordt uitgeoefend. Meestal niet eens door mensen die voor overheden werken, maar door bedrijven die veel geld proberen te verdienen door je aandacht te trekken. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn.'

AI-pocalyps

Kunstmatige intelligentie is niet zomaar een dom blondje met gekleurd haar, voor Dennett is het een van de grootste uitdagingen voor de toekomst. Geen apocalyptische scenario's van de professor, maar wel een omineus verlangen: 'Ik hoop dat AI's nooit intelligente agenten worden.'

Geen X-VR2 als serveuse of Bartje, de cyborg-chef, dus. 'Als we daadwerkelijk kunstmatige collega's maken, als we agenten maken die hun eigen belangen hebben en autonoom zijn, dan hebben we geen controle meer over hen', waarschuwt Dennett.

'De oorlog om aandacht is de laatste wapenwedloop'

Het grootste gevaar zit in de zogenaamde 'antropomorfisatie' van AI's: ze gaan er steeds menselijker uitzien. Dat is wel degelijk een bewuste strategie van vele producenten - volgens Dennett 'extreem gevaarlijke misleidende reclame'. 'Ik denk dat het grote risico is dat we de reacties van systemen die niet echt begrijpen wat ze lijken te begrijpen, veel te serieus gaan nemen.'

Die producenten zouden daar volgens hem niet mee mogen wegkomen: 'Ik zou wetten introduceren met zeer zware straffen voor iedereen die een AI creëert die mensen voor de gek houdt door hen te laten denken dat het zaken begrijpt die het niet begrijpt.'

Dennett houdt wel eens van de occasionele Nostradamus-uitspraak. En dat is waar we mee eindigen: 'De oorlog om aandacht is de laatste wapenwedloop.'

Lees het volledige interview op veto.be.

Met de medewerking van Sjereno Corvers.

Lees het volledige interview hier.