De legende: Wouter Druwé

'Ik probeer een zo zoet mogelijke appel te zijn'

30 november 2020
Artikel
Een van de jongste professoren ooit aan de rechtenfaculteit combineert geestdrift voor zijn vak met ongeziene namenkennis van zijn studenten: 'Want niemand mag het gevoel krijgen een nummer te zijn.'

Een tweetal jaar geleden doceerde Wouter Druwé op een opvallend jonge leeftijd zijn eerste les aan de oudste faculteit van onze universiteit. Een gesprek met de professor in Romeins Recht en Rechtsgeschiedenis: over seksueel misbruik door geestelijken en andere zure appels.

U bent officieel een Veto-legende.
Wouter Druwé: 'Ik vind het nogal vroeg om al een legende te zijn, ik ben amper twee jaar docent. Ik hoop dat het niet betekent dat ik een afschrikwekkende indruk heb gemaakt in de colleges. (lacht)'

U maakt indruk op studenten door velen van hen bij naam te noemen. Heeft u technieken om zoveel namen snel van buiten te leren?
'Ik zal een goed geheugen hebben zeker? (lacht) Ik vind het belangrijk dat mensen weten dat je hier geen nummer bent, dat je er niet bent om in de anonimiteit te verblijven, hoewel je in een grote groep zit. Maar laten we toch zeggen dat het een pars pro toto is: door enkele tientallen namen te kennen, lijkt het alsof ik de hele aula ken.'

Vanaf wanneer had u het idee professor te willen worden?
'Dat was aanvankelijk zeker niet het plan. Ik heb altijd een brede interesse gehad. Toen ik in het middelbaar een universitaire studie zocht, heb ik zitten twijfelen tussen Klassieke Filologie (studie van de oud-Griekse en Romeinse beschavingen, red.), Godgeleerdheid, Geschiedenis, Rechten, … Uiteindelijk heb ik voor Rechten gekozen, maar wel gecombineerd met Theologie onder andere. De bedoeling was nooit specifiek om professor te worden, helemaal niet. Ik ben daarin gerold.'

'Ik probeer niet zoveel stil te staan bij mijn leeftijd'

Had u zelf een professor die u legendarisch of zeer inspirerend vond?
'Professor Laurent Waelkens, mijn promotor en ook voorganger in Romeinse Recht, die ons helaas te vroeg ontvallen is. Hij zette zich enorm in voor de studenten en sprak vol passie over zijn vak. Hij haalde zaken waarvan wij dachten dat het waarheden waren onderuit aan de hand van heel kritische stellingen, ook al werden die niet altijd gedeeld door andere rechtshistorici. Zo probeerde hij mensen uit het kot te lokken en aan het denken te zetten.'

Hoe is het om zo jong prof te zijn? 
'Ik probeer niet te veel stil te staan bij die leeftijd. Ondertussen ben ik twee jaar bezig en wel wat gerodeerd geraakt, denk ik. Er zijn natuurlijk nog uitdagingen. Ik weet dat ik nog veel te leren heb, maar ik doe mijn best.'

Hoe vond u het om op Iedereen Beroemd te komen voor uw eerste college? 
'Voor alle duidelijkheid: ik heb zelf niet om die reportage gevraagd. Een paar vrienden zagen het fragment wel, maar om nu te zeggen dat ik op straat meer aangesproken werd, dat niet. Anderzijds geef ik elk jaar colleges aan 400 studenten, dus dan is het logisch dat mensen je na een tijdje herkennen. Dat komt dan wellicht niet door die ene reportage.'

U zei toen dat u een beetje nerveus was. Bent u nog steeds zenuwachtig voor een aula?
'Voor het lesgeven niet meer, nee. Als ik een voordracht geef aan grote specialisten in mijn vakgebied, en zeker als in het in een andere taal moet gebeuren, kan ik soms wel nog wat zenuwachtig zijn.'

'Velen denken dat het recht almaar beter wordt. Dat is niet per se het geval'

Hoe ervaart u het COVID-19-virus?
'Ik mag niet klagen: ik denk vaak aan de mensen die met velen op een kleine oppervlakte samenwonen of die hun job verliezen. Ik heb mijn werk behouden en we moeten het natuurlijk anders doen dan voordien – ik ging in februari normaal in Peking doceren en van midden maart tot midden april zou ik naar Yale gaan op onderzoek – maar dat zijn kleine dingen.'

'Ik ben nogal een fan van interactie in de colleges. Nu met het online lesgeven is er gelukkig wel veel interactie via forum en chat, maar je hoort en ziet niemand. Dat is toch erg bevreemdend.'

Het is denkbaar dat niet alle studenten onmiddellijk geïnteresseerd zijn in wat u doceert. Hoe probeert u uw passie voor de rechtsgeschiedenis over te brengen?
'Enerzijds wil ik tonen dat het inderdaad mijn passie is. Anderzijds probeer ik naar het recht van vandaag te verwijzen en het belang van rechtsgeschiedenis te benadrukken voor juristen. Ik tracht iedereen warm te maken, maar dat zal ongetwijfeld niet bij iedereen lukken. Je krijgt veel vakken binnen een rechtenopleiding en er kunnen altijd enkele vakken tussen zitten die je minder liggen. Dan moet je door de zure appel heen bijten.'

'Met Romeins recht probeer ik een zo zoet mogelijke appel te zijn, al blijf ik misschien een zure voor sommige studenten. Maar goed, in het beroepsleven is het ook zo dat je niet al wat je doet even graag zal doen.'

Wat waren uw zure appels vroeger?
'De meeste vakken volgde ik met plezier, maar fiscaal recht was niet meteen mijn passie. Ook sociologie sprak mij niet zo aan: ik vond dat dat inleidende vak zich toen nogal sterk richtte op allerhande definities. Dat gezegd zijnde heb ik daar nooit over geklaagd.'

'Enkele weeffouten van twaalfde-eeuwse kerkjuristen bleven nog vele eeuwen doorwerken'

Vanwaar de passie voor Romeins recht?
'Het legt een mooie link tussen alles wat ik wilde gaan studeren aan de universiteit: Geschiedenis, Godgeleerdheid, Klassieke Filologie, Rechten. Het is de ideale combinatie. Ook de combinatie onderzoek en lesgeven vind ik erg boeiend: beide verrijken elkaar.'

U bent voornamelijk bezig met rechtsgeschiedenis en Romeins recht, maar hebt ook een master in kerkelijk recht en doceert aan de bijzondere faculteit Kerkelijk Recht. Heeft u zelf een christelijke achtergrond?
'Mijn christelijke inspiratie drijft mij zeker, maar als ik in mijn colleges over de geschiedenis van het kerkelijke recht spreek, dan kan ik uiteraard ook erg kritisch zijn. De stof van mijn colleges is zeker geen propaganda of christelijke indoctrinatie. (lacht)'

'Ik ben al van jongs af aan kerkelijk actief en ook een regelmatig kerkbezoeker. Als je geïnteresseerd bent in theologie en de Kerk, én je doet nog eens rechtshistorisch onderzoek naar een onderwerp waarvoor kerkelijk recht van belang is, dan is de optelsom snel gemaakt. De keuze voor een bijkomende studie in het kerkelijke recht lag voor de hand.'

'Een van mijn masterproeven ging over hoe kerkjuristen aan de universiteit van Bologna in de twaalfde eeuw omgingen met schandalen. Wat als bijvoorbeeld een priester seksueel misbruik pleegt? Verplaats je die naar een andere parochie? Zorg je dat hij ontzet wordt uit zijn ambt? De antwoorden van de twaalfde-eeuwse kerkjuristen tonen enkele weeffouten in het kerkelijke recht, die – minstens onbewust – nog vele eeuwen doorwerkten. Het helpt om sommige treurige patronen uit onze recente kerkgeschiedenis te verklaren.'

'Ik ben ervan overtuigd dat een Vlaams-historische canon iets positiefs kan zijn'

Toch nog een link met de actualiteit dan.
'Ja, die link vind ik wel belangrijk. Daarom schreef ik onlangs ook over de juridische omgang met pestepidemieën. Het biedt een historisch perspectief aan huidige juridische debatten. Die link met de actualiteit probeer ik naar studenten en collega's te leggen, maar kan ook interessant zijn om onderzoeksgelden te krijgen.' 

'Ik denk dat dat een essentieel aspect is van een universitaire studie en van mijn vak rechtsgeschiedenis: kritisch laten denken; begrijpen dat het recht van vandaag niet als een deus ex machina is neergedaald maar het gevolg is van heel veel diverse factoren. Wat ook toont dat we kritisch moeten zijn tegenover wat we vandaag hebben.'

Merkt u dat het rechtshistorisch perspectief te weinig meegenomen wordt?
'Velen denken dat het recht almaar beter wordt. "Vandaag en bij ons is het zoveel beter dan vroeger en in het buitenland." Dat is niet per se het geval. Zowel de rechtsgeschiedenis als de rechtsvergelijking blijft nuttig, omdat het toont dat het anders kan dan we hier gewoon zijn op ons Belgisch eilandje. We moeten niet te snel denken dat we voorlopers zijn.'

Gesproken over de relatie tussen geschiedenis en vandaag: wat vindt u van een Vlaams-historische canon? 
'Ik vind zo'n canon iets positiefs. Niet omdat ik denk dat je de geschiedenis in canons kan omvatten, wel omdat het de interesse in geschiedenis kan aanwakkeren. Uiteraard mogen we uit zo’n canon niet afleiden dat wat er niet in opgenomen is waardeloos is. Ik ben ervan overtuigd dat het onder begeleiding van academici een erg interessant document kan worden en niet enkel een gepolitiseerd overzicht zal zijn van de Vlaamse geschiedenis, zoals sommigen misschien vrezen.'

Zijn er, tot slot, misverstanden over het Romeins recht die u graag de wereld uit wil helpen?
'Romeins recht gaat niet enkel over het recht van de oudheid. Teksten uit de oudheid lagen aan de basis van de rechtenstudie in de middeleeuwen en de vroegmoderne periode. Die universitaire rechtsleer heeft ons huidige recht mee vormgegeven. In het vak Romeins recht behandelen we al die elementen. De naam van het vak leidt soms tot misverstanden.'