Journalisten zijn geen voetballers

Splinter

07 maart 2016
Splinter
Auteur(s): Jasper Van Loy
Koop een krant naar keuze. Lees de colofon. Doe hetzelfde een halfjaar later.

De kans is groot dat er een nieuwe hoofdredacteur aan het roer staat en dat de halve redactie bij de concurrentie zit.

Journalisten jobhoppen graag, dat is duidelijk. Om de zoveel tijd verschijnen er berichten over het nieuwste lijntje op de cv van Jörgen Oosterwaal of Joël De Ceulaer. Met die transfers is niks mis, met de hetze erover wel.

Het is een signaal van een evolutie die al langer aan de gang is: journalisten worden merken. Ze krijgen personalityprogramma's en kijken je doordringend aan op de foto's naast hun artikels.

Is dat dan zo erg? Op het eerste gezicht niet. Journalistiek is een zaak van mensen. Ik ben dan ook de laatste om te pleiten voor een systeem à la The Economist. Dat weekblad vermeldt geen enkele auteursnaam en laat zijn stukken daardoor objectiever lijken dan ze theoretisch gezien kunnen zijn.

Journalistiek is vaak teamwork

Dat neemt niet weg dat ik het onkies vind om de individuele journalist een aura te geven. Je impliceert ermee dat achter het artikel één creatieve geest zit, aan wiens brein het is ontsproten. Die premisse klopt niet, op twee vlakken.

Ten eerste weet iedereen die actief is in de (studenten)pers dat journalistiek vaak teamwork is. Je praat met collega's over je insteek. Achteraf gaat je artikel door de handen van een team redacteurs. Het is oneerlijk om al dat noeste werk te verkopen alsof één persoon dat allemaal voor elkaar heeft gekregen. Het enige merk dat je er op zou mogen plakken, is dat van de krant.

Ten tweede is journalistiek geen kunstvorm, maar een ambacht. Uiteraard is vlot en aantrekkelijk schrijven belangrijk, maar het uitzoeken van je onderwerp blijft de premisse van de journalist. Wie zijn schrijven ziet als een werk van creativiteit, kan beter aan een roman beginnen.

Hebben bekende journalisten nog wel de vrijheid om iets totaal anders te denken dan iedereen verwacht?

Daarbij, en ik beken dat dit een gevoelsargument is, voelt het niet juist aan. Het zijn voetballers en tv-presentatoren die zichzelf cultiveren en met veel poeha overstappen naar de concurrentie. Journalisten zouden de bescheidenheid en beroepsernst moeten hebben om zichzelf ver weg te houden van het voetlicht.

Blijft nog de vraag hoe een publiek kijkt naar de journalist-als-merk. Bij dat merk horen namelijk bepaalde onderwerpen, instekingen, inzichten en meningen. Vertrouwen lezers of kijkers het nog wel als een journalist ineens over een compleet ander expertisegebied begint te schrijven? Hebben bekende journalisten nog wel de vrijheid om iets totaal anders te denken dan iedereen verwacht?

Goede journalisten hebben het recht om met fierheid hun naam onder hun stukken te plaatsen. Die naam mogen ze uitbuiten zoveel ze willen, maar ze horen te bedenken dat de vraag what's in a name in dat geval een heel complex en onvoordelig antwoord krijgt.

De Splinter bevat een mening van de auteur. Ze bevat niet de mening van de redactie.

De Splinter bevat een mening van de auteur. Ze bevat niet de mening van de redactie.