Libanese prof wordt premier, studenten moeten hem niet

De 17 oktober revolutie in Libanon

02 maart 2020
Artikel
Auteur(s): Thomas Maes
Op 17 oktober 2019 startten in Beirut, hoofdstad van Libanon, protesten aangevuurd door jongeren. Intussen volgde professor in elektrotechniek Hassan Diab premier Hariri op als nieuwe eerste minister.

Aangekondigde belastingen op benzine, tabak en Whatsapp waren de druppel. De emmer gevuld met klachten over corruptie, religieuze vriendjespolitiek, wanbeleid en economische malaise liep over en mondde uit in een volksprotest, met vooral veel jonge mensen in de rangen.

Of professor-premier Diab verbetering zal brengen, is nog maar de vraag. Veel studenten worden alvast niet lyrisch van zijn aanstelling. De Libanezen staan echter op financieel vlak met het mes op de keel en het protest raakt vermoeid. Terwijl de bevolking verdeeld is tussen de nieuwe regering een kans gunnen of niet, verliest de revolutie aan momentum.

Leuven in Beirut

Ruben Van Nimmen, masterstudent Arabistiek, deed vorig semester stage bij de Verenigde Naties in Beirut en volgde de protesten op de voet. Door de protesten kon hij twee à drie weken niet naar zijn stage gaan, aangezien één van de tactieken van de demonstranten erin bestond om wegen te blokkeren. Van Nimmen hield bij de uitbraak van de protesten zijn hart vast, maar voelde zich niet onveilig.

Ook Moritz Vogt, tweedejaarsstudent Arabistiek, was aanwezig in Beirut toen de protesten uitbraken. 'Mensen hier waren zich niet bewust van wat er in Libanon gebeurde. Toen ik er zelf was, wisten mijn moeder en mijn vrienden het pas twee dagen later.'

De burgeroorlog en religieuze fragmentatie voorbij

Libanon kende dertig jaar geleden een burgeroorlog. Daarna ontstond een politiek systeem waarin elke religieuze groep een vastomlijnde plaats kreeg. Een sjiitische parlementsleider, een soennitische premier en een maronitisch-christelijke president en legerleider vullen elk hun rol in. Bovendien moet het parlement gelijk verdeeld zijn tussen moslims en christenen.

De mensen die de oorlog voerden, leiden vandaag nog het land

Nadine Naffeh, Libanese feministe en politiek activiste

Nadine Naffeh, een Libanese feminist en politiek activiste, licht toe dat dertig jaar na de oorlog veel van de militaire leiders van toen nog altijd aan de macht zijn. 'De president, ministers, het hoofd van het parlement en bepaalde leiders van politieke partijen. De mensen die de oorlog voerden, leiden vandaag nog het land. Ze hebben hun oorlogsdiscours voortgezet, zij het dan zonder wapens.'

Het denken in termen van religieuze groepen, en de vriendjespolitiek en de corruptie die daarmee ontstonden, zijn een van de zaken die het protest aanklaagt. Van Nimmen verduidelijkt: 'De protesteerders hebben vrij snel gezegd dat ze een volledig nieuwe politieke klasse en kiessysteem willen. Dit systeem waarin de verschillende religieuze groepen vertegenwoordigd zijn, maakt het land compleet onbestuurbaar. Men wil naar een democratisch systeem gaan, waarbij het draait om wie welk programma heeft en niet meer om wie er tot welke religieuze groepen behoort.'

'Het is niet te tellen hoeveel jongeren naar het buitenland willen verhuizen'

Ruben Van Nimmen, masterstudent Arabistiek, ex-stagiair VN

Vogt benadrukt hoe mooi het was dat verschillende groepen samen opkwamen voor een beter Libanon, ondanks de politieke en religieuze verdeeldheid. 'Je zag altijd Libanese vlaggen, nooit van verschillende politieke partijen of religieuze groepen. Het was iedereen tezamen en in vele verschillende tv-interviews zeiden Libanezen: Dit is mijn sjiitische broeder en dit is mijn christelijke broeder. We zijn allemaal Libanezen en willen gewoon samen een beter land creëren.'

Een religieuze breuklijn is in dit protest dus minder zichtbaar. Het lijkt eerder een conservatief-progressieve breuklijn, met als eisen meer democratie, transparantie en degelijk beleid.

De Libanese student

Jongeren verlaten Libanon dan ook al decennialang, vooral door de corruptie en het tekort aan jobs voor hoogopgeleiden. In 2010 emigreerde zelfs 44% procent van de studenten die hun diploma hoger onderwijs behaalden. Van Nimmen getuigt: 'Ik kan niet meer op mijn twee handen tellen hoe vaak ik jongeren of ouders van jonge gezinnen heb horen zeggen dat ze aan het kijken waren om te verhuizen naar het buitenland of echt al concrete plannen hadden.'

Nu komen velen zelf in actie om een toekomst in hun land te eisen. Vogt vertelt hoe hij studenten al toeterend en met vlaggen beladen door de straten van Beirut zag rijden op brommers. Zo speelden ze een rol door hun stem te laten horen en het protest mee te verspreiden. Van Nimmen beaamt de rol van studenten: 'Er werden bijvoorbeeld vaak discussietenten opgezet om de situatie te bespreken en er werden veel lezingen over gegeven.'

Ingenieursprofessor Diab to the rescue?

De nieuwe premier Hassan Diab is professor elektrotechniek aan de American University of Beirut, de meest prestigieuze universiteit van het land. Eerder was hij al minister van Onderwijs. Activiste Naffeh verduidelijkt dat Diab in die hoedanigheid het inschrijvingsgeld voor publieke universiteiten verhoogde en zelfs bespaarde op publieke scholen.

'Studenten vertellen op sociale media anekdotes van Diab als professor. Die waren niet bepaald positief'

Ruben Van Nimmen

Van Nimmen stelt dat de protesten daarom ook erger werden na de aanstelling van Diab. 'De studenten weten dat Diab nog altijd de oude politieke klasse vertegenwoordigd. Ze zien hem als een marionet van de politieke partijen. Bij de VN moest ik een onderzoek doen waarbij ik op Facebook reacties moest opvolgen. Ik kan mij herinneren dat veel studenten anekdotes vertelden over Diab als professor en die waren niet bepaald positief.'

Toch zijn er ook anderen die Diab als neutraler zien. VN-consultant Dima Krayem licht toe dat de bevolking verdeeld is tussen de nieuwe regering een kans gunnen of niet. Bovendien zou het protest ondertussen wat vermoeid raken en verliest de revolutie aan momentum, zo vertelt ze.

It’s the economy, stupid

De kern van de crisis is dan misschien grotendeels politiek, de voedingsbodem van de protesten zijn zeker ook economisch. Krayem wijst op de financiële en economische kant van de crisis. Ze vertelt dat vele Libanezen ontslagen werden en een groot deel van hun inkomsten verloren. Maatregelen van banken troffen vooral kleine en middelgrote spaarders. Activiste Naffeh verduidelijkt dat burgers amper nog geld kunnen afhalen van hun bankrekeningen.

Met een steeds verder devaluerende munt, een loodzware schuldenberg en de nijpende financiële situatie van vele Libanezen, lijkt de nabije toekomst niet bepaald rooskleurig voor Libanon. Buitenlandse financiële hulp is mogelijk, maar vooralsnog wil de regering de daaraan vast hangende hervormingsvoorwaarden niet doorvoeren. De toekomst zal uitwijzen of de Libanezen hun protest eensgezind kunnen doorzetten of toch bezwijken onder de financiële druk die hen als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt.