Wanneer werk een voorrecht wordt

Arenbergsymposium buigt zich over robotrevolutie

02 december 2015
Artikel
Auteur(s): Sam Rijnders
Robots zullen ons niet onderwerpen. Maar ze stelen misschien wel onze banen. Op het Arenbergsymposium bogen academici, bedrijfsleiders en politici zich woensdag over de robotrevolutie.

“Zonder mensen maak je geen producten,” stelt Patrick Danau, CEO van Audi Brussels, ons gerust. In zijn fabriek werken 2.521 mensen. “Die werken hier vandaag, morgen en overmorgen.”

Danau is een anti-ludiet. Hij vreest onze blikken vrienden niet. “De periode van grote automatisering is voorbij,” verklaart hij. Het laaghangend fruit aan de robotboom is al geplukt. Het onderzoek naar nieuwe robotica staat misschien ver, maar de weg naar de fabrieksvloer is nog lang.

Robots van morgen zijn voor zijn arbeiders geen concurrenten, maar collega’s. Human Robot Collaboration.“Dertigduizend jaar geleden ging een man jagen om zijn familie te voeden. Nu jaagt hij op euro’s. Een wereld zonder werk zou zeker tot ongenoegen leiden. Maar dat werk moet wel werkbaar zijn.” Zeker nu we meer looprekjes dan loopwagens behoeven, kunnen robots daarbij helpen.

Ingenieur Bram Vanderborght (VUB) hielp Audi Brussels dat verhaal te schrijven. “Alleen in China werken ze aan enkele zero labour fabrieken waar je geen mens meer ziet. Daar gaat het om gigantische massaproductie. België heeft geen grondstoffen en dure arbeidskrachten, dus moeten wij het hebben van kleinschaligheid, innovatie en kwaliteit.” Robots moeten arbeid verlichten, niet vervangen.


“Wie laat zich graag kappen door een robot?”

Koen Algoed (Kabinetchef Philippe Muyters)

Zo kunnen robots zelfs voor meer jobs zorgen. “Op deze manier kan ik efficiënter en goedkoper werken, waardoor ik meer verkoop, en dus meer nieuwe mensen kan aannemen,” redeneert directeur Danau.

Of we van Philips gehoord hebben, vraagt Vanderborght. Dat haalde een Chinese scheermesjesfabriek terug naar Nederland. Insourcen dus. “De nieuwe fabriek is hooggerobotiseerd, maar zorgde wel voor nieuwe, Nederlandse banen.”

TECHNO-OPTIMISME

Bij Audi staan voorlopig nog mensen aan de band, maar op lange termijn zullen robots onvermijdelijk banen oppeuzelen. Geen paniek, betogen techno-optimisten. Historisch gezien schiep technologie minstens evenveel banen als ze opslokte.

Dat blijft zo, denkt Koen Algoed, kabinetchef van Vlaams minister voor Innovatie Philippe Muyters (N-VA), niet snel een einde komen. “Keynes (John Maynard Keynes, Brits econoom, red.) was heel pessimistisch en sprak over technologische werkloosheid. Voorlopig zijn we daar nog niet. En zou dat zo slecht zijn? We werken niet om te leven, maar leven om te werken.”

De mens heeft unieke troeven, zoals zijn creativiteit en flexibiliteit, klinkt het. “De kunst is om te ontdekken welke jobs aan automatisering ontsnappen en daar ons onderwijs op af te stemmen,” stelt Danau. Algoed treedt de bedrijfsleider bij. “Misschien moeten studenten vlugger naar de arbeidsmarkt vertrekken? Nadien kunnen ze een paar keer naar de garage voor een stevige onderhoudsbeurt om zich bij te scholen.” Consumenten hebben ook hun voorkeuren. “Wie laat zich graag kappen door een robot,” vraagt Algoed zich af.


“Een UberGoogle heeft genoeg aan een vloot automatische wagens en een tweehonderdtal ingenieurs.”

Yves Moreau, Ingenieur KU Leuven

TWEEDERANGSJOBS

Niet iedereen kijkt zorgeloos toe. Wat als de technologie te snel gaat voor mens en maatschappij om zich aan te passen? Dat vreest ingenieur Yves Moreau (KU Leuven). “Kijk naar ons onderwijs. Dat zit nog vast in de manufacturing era en moet de digitale revolutie nog bijhalen.” Laat staan de robotrevolutie.

Zelfs met een aangepast onderwijs blijven sommigen achter. “We hebben de mond vol van een hoge opleiding, creativiteit en flexibiliteit, maar is iedereen tot die combinatie van intellectuele, psychologische en sociale skills in staat?”

De overige mensenjobs zullen tweederangsgarnituur zijn. “Je kapper zal ook je koffie zetten en een halve psychotherapeut zijn, om het karikaturaal te stellen. In ziekenhuizen komen er ook banen bij. Maar voor ons zijn dat tweederangsjobs met een tweederangsloon,” meent Moreau.

Een handvol topjobs en veel klotejobs. Die job polarisation baart heel wat economen zorgen. “Het middensegment dreigt te verdwijnen,” geeft ook Algoed toe. Maar jobs zijn niet het doel. Het doel is mensen op het einde van de dag goede huisvesting en gezondsheidszorg bezorgen. Finaal gaat het altijd om herverdeling. We zullen altijd welvaart creëren, maar hoe gaan we die verdelen?”

Die herverdeling zal broodnodig zijn, vindt Moreau. Anders dreigt een terugkeer naar de tijden van Daens. “Het kapitalisme was toen veel brutaler dan nu. Wij geloven sterk in de natuurlijke vooruitgang van het kapitalisme. Maar was die wel zo natuurlijk, of kwam die er onder druk van arbeiders, in een economie waar arbeid wel noodzakelijk was?”

“Kijk naar Uber,” besluit Moreau. “Zij willen allesbehalve zoveel mogelijk kwalitatieve jobs scheppen. Wel, eenUberGoogle heeft genoeg aan een vloot automatische wagens en een tweehonderdtal ingenieurs.”