De ombudspersoon is niet de sheriff van de universiteit

Plekken waar personeel terecht kan met problemen werken niet (vlot).

30 november 2014
Artikel
Auteur(s): Korneel De Schamp
Naast de personeelsdienst, zijn er ook de ombudsdienst en IDEWE, een externe dienst voor preventie op het werk. Ook zij bieden plekken waar het personeel terecht kan met problemen, al werken ze niet,

Pieter Eraly verklaart wat IDEWE doet bij problemen. “We werken nauw samen met de bestaande preventiedienst van de KU Leuven. Waar zij de expertise niet voor in huis hebben, doen wij. Dat gaat om collectieve en individuele preventie, bijvoorbeeld het medisch toezicht.” Grote problemen leiden normaal eerst bij de diensten van de KU Leuven, maar occasioneel vangt IDEWE wel mensen op, aldus Eraly. “Bij pesten op het werk volgen we altijd een nauwgezet stappenplan. Wij proberen dat altijd op een overlegbasis op te lossen, alvorens we overgaan tot een formele klacht.”

Jozef Corveleyn is de ombudsman voor het personeel. “Ik heb vooral een bemiddelingsfunctie. In geval van conflict tussen collega’s of bij iemand die benadeeld meent te zijn in een dossier ben ik beschikbaar. Op één jaar zijn er ongeveer 60 à 70 mensen die beroep op mij doen.” Zaken bij de ombuds komen zelden tot een klacht, aldus Corveleyn. “Meestal helpt bemiddeling en een gesprek, want het gaat vooral om misverstanden. Er is slechts zelden een klacht over pest-, grensoverschrijdend- of té autoritair gedrag.”

“Ik voel me zeer onafhankelijk tegenover de rectorale- en andere overheden."

Jozef Corveleyn, ombudsman KU Leuven

Corveleyn betwist met klem dat hij onder invloed van het rectoraat zou staan. “Ik voel me zeer onafhankelijk tegenover de rectorale- en andere overheden. Ik zeg daarmee niet dat ze het graag hebben dat op mijn tussenkomst beroep wordt gedaan, maar ik word niet onder druk gezet. Ik heb in die vijf jaar nog niet meegemaakt dat men zei “blijf daar weg” of “kom daar niet aan.” Dat kan reglementair ook niet. De ombudspersoon wordt aanvaard en gerespecteerd als een zeer neutrale positie.”

Doorbriefen

Toch beseft Corvelyn dat zijn positie niet altijd juist gepercipieerd wordt. “Er zijn mensen die lang aarzelen om naar mij te komen, omdat de perceptie leeft dat de ombuds alles doorbrieft aan de rector. Dat is absoluut niet het geval. Ik spreek regelmatig met de rector om moeilijke dossiers te melden en te bespreken hoe dat door bemiddeling kan worden opgelost, ofwel om een structureel probleem te signaleren op een bepaalde sectie of dienst.”

De

ombudsman benadrukt dat zijn positie niet alles kan oplossen. “De

ombudspersoon is niet de sheriff van de universiteit. Mijn taak is

gehoor geven aan elke vorm van klacht of mededeling over een disfunctie.

Wat het beleid dan daarmee doet is zijn zaak. Uit angst voor de

oversten aarzelen sommigen wel heel lang om langs te komen. Ze ondergaan

alles vaak lang, terwijl dat toch wel anders zou moeten. Het is hier

geen dictatuur. De mensen zijn niet per definitie bang voor het gezag.

Enige assertiviteit is er wel. Maar bij langdurige conflicten verbijten

ze het soms te lang.”