RECENSIE CONCERT
USO overtuigt opnieuw met Visions of Italy-concerten
Op 29 en 30 april speelde het Universitair Symfonisch Orkest haar lenteconcerten, dit jaar binnen het thema Visions of Italy. Wie het USO al vaker heeft zien spelen, weet dat die een indrukwekkende avond tegemoet gaat. Ook deze keer werd die verwachting ingelost.
In een bijna volle Pieter De Somer-aula vond op 29 april de openingsavond van de lenteconcerten van het Universitair Symfonisch Orkest (USO) plaats. Het orkest werd in 1962 opgericht door diezelfde Pieter De Somer en speelt nu, 64 jaar later, een impressionant klassiek programma. Onder leiding van dirigent Bart Van Beneden nam het USO ons mee op reis door Italië.
Van de Alpen tot Verona
De avond begon met In the South (Alassio) van Edward Elgar. De eerste klanken van het orkest bezorgden het publiek meteen kippenvel, waarna we 20 minuten lang werden meegevoerd met de muziek. Elgar kreeg inspiratie voor deze ouverture tijdens een familievakantie naar Italië in de winter van 1903.
Het was niet vanzelfsprekend met het prachtige weer buiten, maar zonder veel verbeelding kon het USO ons transporteren naar besneeuwde bergtoppen en een koude zee. De zachte dialoog tussen altviool en harp in het midden van het stuk deed de winterse vorst even ontdooien en de harten in de zaal smelten.
Met Italië associëren we ook het bekendste tragische liefdesverhaal ter wereld: Romeo en Julia. Opnieuw werden we getrakteerd op een ouverture van twintig minuten, deze keer van Tchaikovsky. Zwaardvechten, verboden liefde en het noodlot dat toeslaat: het is een prachtig werk, en het USO bracht het vol passie.
Klasse tot de laatste noot
Na de pauze hoorden we Harold in Italy van Hector Berlioz. Geïnspireerd door een gedicht van Lord Byron, schreef Berlioz deze symfonie met de hoofdrol weggelegd voor de altviool. Die solo's werden gebracht door Jozefien Dumortier. Net zoals Berlioz bedoelde, hield ze de aandacht van het publiek, maar trok ze die niet weg van het orkest.
Met een diepe en zwoele toon pakte Dumortier heel de zaal in, zoals enkel een altviool-solist dat kan. Tegelijk liet ze ruimte voor de muzikanten van het USO om in de schijnwerpers te staan. Het was mooi om te zien hoe ze elkaars partijen voedden en samen het stuk vormgaven. De laatste noot was nog maar net gespeeld, en het publiek barstte uit in een lang applaus.
Het lenteconcert was met drie lange werken niet heel toegankelijk voor mensen die niet vaak klassieke muziek luisteren. Maar misschien is dat juist wat het USO zo speciaal maakt: stuk voor stuk zijn het knappe muzikanten die het aandurven monumentale stukken te doorploegen. Alleen al daarvoor verdient dit orkest hun bloemen, zeker wanneer je bedenkt dat ze dit hele programma op slechts één semester hebben ingestudeerd.
Wanneer dat programma dan ook nog eens tot een goed einde wordt gebracht, verdient het orkest niet enkel een boeket, maar een hele bloemenweide. Met de lenteconcerten bewees het USO nog maar eens wat iedereen eigenlijk al wist: het speelt muziek in de hoogste klasse.
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.