Eten om te vergeten

Onbekend, niet onfrequent: eetbuistoornis

14 October 2019
Analyse
To eat or not to eat: that’s the question. Onder normale omstandigheden geen moeilijke vraag: je eet wanneer je honger hebt, je eet niet als je verzadigd bent. Simpel, toch?

De psychiatrische Bijbel, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (kortweg DSM-V), bevat sinds 2013 een nieuwkomer onder de eetstoornissen: Binge Eating Disorder (BED) of eetbuistoornis. Daarvoor werden eetbuien voornamelijk als symptoom gelinkt aan anorexia en boulimia nervosa. Wie niet leed aan een van deze stoornissen, maar wel last van eetbuien had, werd naar Appendix B van de DSM-IV verwezen. Omdat het kind een naam moest hebben, werd de sticker 'Eating Disorder Not Otherwise Specified', kortweg EDNOS, opgeplakt. 

De constante evolutie in de psychologie bracht hier verandering in nadat wetenschappelijk onderzoek uitwees dat dit symptoom alsnog een op zichzelf staand syndroom bleek te zijn. Een geïndividualiseerde reflectie van de maatschappelijke stijging in overgewicht en obesitas werd het leven ingeroepen. Anders dan bij de voorgaande fenomenen eten mensen met eetbuistoornissen meestal zonder honger te hebben en stoppen ze niet wanneer ze verzadigd zijn. Vaak proeven patiënten dan zelfs niet langer wat ze eten. 

Van eten naar eetbui, van eetbui naar eetbuistoornis

Maar wanneer wordt veel eten dan té veel eten? Volgens de DSM-V wordt een eetbui gekenmerkt door het eten van een grote hoeveelheid voedsel binnen een periode van ongeveer twee uur. Deze portie overschrijdt de hoeveelheid voedsel die mensen normaal zouden eten. Hierbij is er een gevoel van controleverlies aanwezig: de persoon kan niet meer kiezen wat en hoeveel hij eet. Daarom komen eetbuien vaker voor wanneer men alleen is; het eten van grote hoeveelheden voedsel kan immers heel wat schaamte met zich meebrengen. 

'Er is een heel groot stigma rond eetbuien. Ik denk dat dat een groter probleem is'

Elske Vrieze, professor Psychiatrie

Al hoeft het hebben van één of meerdere eetbuien niet per se te wijzen op een eetbuistoornis. Strikt genomen wordt er pas van een eetbuistoornis gesproken mits er wekelijks minstens één eetbui optreedt over een periode van minstens drie maanden. En zo'n eetbui gaat verder dan af en toe een zak chips als guilty pleasure. 'De meeste mensen die dat doen hebben nog het gevoel "ik kan stoppen" ', meent Nicolas Leenaerts, psychiater aan UZ Leuven. 'Het gaat 'm voornamelijk om het eten van een grote hoeveelheid voedsel die meer is dan wat jij of een andere persoon zou eten op een bepaalde tijd tezamen met een gevoel van controleverlies.'

Er kan zelfs een toestand optreden waarbij mensen het eten in hun mond niet meer proeven en vergeten hoeveel ze gegeten hebben. In tegenstelling tot bekendere eetstoornissen als anorexia en boulimia nervosa, vindt bij BED geen compensatiegedrag plaats. Die compensatie kan men zien als een poging de eetbui 'ongedaan' te maken, door bijvoorbeeld te braken, laxeermiddelen te misbruiken, overmatig te sporten of te vasten. Uiteraard worden deze criteria minder strikt genomen in de klinische praktijk: de lijdensdruk die mensen ervaren omtrent het eetgedrag blijft een doorslaggevende factor in het definiëren van de eetbuistoornis.

Een ongeluk komt nooit alleen

Dat eetbuistoornissen zo onder de radar blijven heeft niet enkel te maken met de onbekendheid van het fenomeen. 'Er is ook een heel groot stigma rond, ik denk dat dat uiteindelijk een groter probleem is', vertelt Elske Vrieze, professor Psychiatrie en gespecialiseerd in eetstoornissen. 'Dat stigma, in combinatie met geleidelijk aan overgewicht hebben, maakt dat mensen zich heel erg schamen. De stap zetten naar hulp is daarom heel moeilijk. Ik denk dat een groot aantal patiënten verstopt blijft voor ons.'

'De periode van late adolescentie naar volwassenheid is een kwetsbare periode voor het ontwikkelen van een eetstoornis'

Elske Vrieze, professor Psychiatrie

Andere psychische stoornissen spelen een grote rol bij het ontstaan en in stand houden van een eetbuistoornis. 'We weten dat depressie en angststoornissen bij deze populatie veel aanwezig zijn', zegt Leenaerts. Ook dwang- en persoonlijkheidsstoornissen, zoals borderline en vermijdende persoonlijkheidsstoornis, worden vaak gelinkt aan de eetbuistoornis.  Alcoholmisbruik blijkt ook eerder een broer dan een verre neef van de eetbuistoornis te zijn. Welke van de stoornissen eerst in het plaatje kwam, blijft een kip-of-eiverhaal, zoals bij zowat alle combinaties van stoornissen het geval is. 

Zelfstandigheid en gevoeligheid

In de ontwikkeling van eetbuien (en andere eetstoornissen) blijkt de studentenperiode van wezenlijk belang. Vrieze legt uit: 'De periode van late adolescentie naar volwassenheid is een kwetsbare periode voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Naar kot gaan brengt immers heel wat zelfstandigheid met zich mee en studenten hebben vaak voor het eerst controle over wat en wanneer ze eten. Op tijd eten, zelf gezond eten kopen, koken…; het vergt een goede planning en enige emotionele stabiliteit. De jonge student is echter vaak nog impulsief en kampt met heel wat heftige emoties. 

Daarnaast kunnen ook meer biologische factoren meespelen, weet Leenaerts: 'Studenten vormen een interessant publiek omdat de prefrontale cortex, het controle- en planningssysteem van de hersenen, nog niet volledig ontwikkeld is. Dat heeft een grote invloed op het beloningssysteem en de impulscontrole, wat op zijn beurt bij adolescenten wellicht een grote rol speelt in de ontwikkeling van zo'n eetbuistoornis.' 

'Als je door veel te eten leert omgaan met stress, wordt dat een gewoonte die moeilijk te stoppen is'

Elske Vrieze, professor Psychiatrie

Die neurologische factoren vormen een gevaarlijke cocktail die met de nodige negatieve gevoelens zoals stress volledig ontploft. 'Als je door veel te eten leert omgaan met stress, wordt dat op een gegeven moment een gewoonte. Net zoals bij roken kan je dan eigenlijk niet zo goed meer stoppen', vult Vrieze aan.

Help!?

Hoe meer informatie er kan ingewonnen worden over de werkingen van problematisch gedrag, hoe meer inzicht men kan krijgen in mogelijke behandelingen van de problematiek. Leenaerts is momenteel bezig met een onderzoek dat 'Stuurloos' heet. 'We onderzoeken periodes waarin veel eten of alcohol wordt geconsumeerd. Dit is de eerste studie die beide op zo'n grote schaal met elkaar gaat vergelijken. We volgen mensen gedurende een heel jaar op en kijken hoe stresserende factoren een invloed hebben op later eet- en drinkgedrag.' Door deze factoren verder uit te klaren en te specificeren, kan men de behandeling van deze problematische gedragingen vernauwen en intensiever werken aan wat er echt toe doet bij deze problemen.

Kandidaten voor het onderzoek van Nicolas Leenaerts naar de invloed van stresserende factoren op later eet- en drinkgedrag, kunnen zich aanmelden via stuurloos@kuleuven.be.