INTERVIEW CHRIS VERSLYPE
Zuhal Demir trekt artsenquotum op, maar botst op onbegrip: 'Dit is de slechtst mogelijke maatregel'
Met haar beslissing om het aantal studenten dat mag starten aan de opleidingen Geneeskunde en Tandheelkunde te verhogen, zet Zuhal Demir kwaad bloed bij de instellingen. 'Zo kan het niet verder', zegt decaan Chris Verslype.
'We zitten in een perfecte storm', zucht Chris Verslype, decaan van de faculteit Geneeskunde aan de KU Leuven, wanneer we hem over de telefoon spreken. 'We hebben nu al een toenemend aantal studenten in de opleiding Geneeskunde. Maar tegelijk is er een tekort aan stageplaatsen voor studenten huisartsgeneeskunde en een doorgedreven limitering van het aantal specialisten.'
'Daardoor zullen er nog meer mensen ongewild gepusht worden richting huisartsgeneeskunde. Of zullen studenten zich na een opleiding in het buitenland zich gewoon als specialist terug in België vestigen.' Chris Verslype is dan ook teleurgesteld in de beslissing van de Vlaamse regering om het startquotum voor Geneeskunde en Tandheelkunde – dat bepaalt hoeveel studenten kunnen starten aan die opleidingen – te verhogen.
Voor het academiejaar 2025-2026 behield Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) nog het startquotum, maar voor 2026-2027 trekt ze dat stevig op. Zo stijgt het quotum voor de opleiding Geneeskunde van 1723 naar 1878, en voor Tandheelkunde van 252 naar 277. Dat werd vrijdag bekendgemaakt.
Overaanbod
'We zijn het niet eens met die beslissing', zegt Verslype. 'We hadden liever een quotum van 1.500 studenten per jaar. Dat was het ideale scenario. Daarnaast zijn er geen extra middelen gevolgd met de verhoging van het startquotum. Het probleem ligt niet bij het gebrek aan infrastructuur – we kunnen die studenten wel aan in Leuven – maar bij de inzet van personeel. We hebben extra middelen nodig. De huidige volstaan niet.'
Demir wijst onder andere naar 'de tekorten aan artsen en tandartsen' en de 'lange wachttijden voor patiënten'. Er moest dus wel iets gebeuren, erkent Verslype. 'Maar dat probleem ga je niet oplossen door de quota te verhogen.'
'We staan niet alleen met onze bezorgdheden. Er is nog nooit zo'n consensus geweest in het werkveld'
Hij wijst erop dat met de vorige verhoging van het startquotum de uitstroom aan huisartsen al flink zou toenemen. 'Met deze verhoging zullen we over enkele jaren terug een overaanbod krijgen aan artsen, zoals dat er was toen ik begon aan mijn opleiding in 1985. Het probleem is dat Demir een probleem op korte termijn wil oplossen met iets dat op lange termijn juist problemen gaat opleveren.'
'Ze kan nu niet ineens huisartsen toveren', zegt hij. 'Wat ze wel zou kunnen doen, is de omstandigheden voor de mensen die nu huisarts willen worden, verbeteren door hen beter te ondersteunen. Er zijn zaken die wel aangepakt moeten worden maar waar ik niet direct een beleid voor zie. Denk aan het spreiden van huisartsen in bepaalde gebieden. Dit is geen oplossing.'
Waarom neemt de minister dan deze beslissing?
Chris Verslype: 'Dat is een interessante vraag, maar ik kan jammer genoeg niet in het hoofd van de minister kijken. We hebben onze bezorgdheden al een tijdje geleden geuit aan haar kabinet. We staan hier ook niet alleen in. Er is nog nooit zo'n consensus geweest in het werkveld: zowel van bestaande artsen als van studenten, als van de opleidingen. Dit is niet de weg die bewandeld moet worden.'
'Maar ik denk niet dat de minister zich iets aantrekt van het werkveld. Dit is de slechtst mogelijke maatregel. Daarop zal ze afgerekend worden binnen een tiental jaar. Ik ben benieuwd hoe men hierop gaat terugkijken in de toekomst.'
De Vlaamse regering beslist enkel hoeveel studenten er kunnen starten. Hoeveel artsen er effectief mogen zijn, hangt af van de federale regering. Zij komt deze week met haar advies. Waarom heeft minister Demir niet daarop gewacht?
'Dan ga je er vanuit dat de Vlaamse en federale politiek rationeel handelen. Het is goed dat er verschillende accenten worden gelegd tussen de gemeenschappen. Ik vind dat niet slecht, maar het was verstandiger geweest om de consensus af te wachten.'
Wat kan er nu nog gedaan worden?
'Minister Vandenbroucke is nu aan zet. Hij beslist finaal hoeveel "RIZIV-ticketjes" (elke arts heeft één RIZIV-nummer, red.) er worden uitgedeeld aan de gemeenschappen. Het is niet omdat Vlaanderen meer artsen laat starten, dat die allemaal een RIZIV-nummer zullen kunnen krijgen. De vraag is wat er gaat gebeuren als deze trend zich verderzet. Dan gaan we op een bepaald moment meer artsen per inwoner hebben dan in Cuba. Zo kan het niet verder.'
'Als je studenten gaat spreiden over universiteiten, raak je aan de vrijheid van onderwijs'
'Het is beter om een systeem met een stabiele instroom te hebben waar universiteiten zich op kunnen baseren. Als het quotum terug verlaagd wordt, zullen kleine universiteiten die nu een plotse groei kennen, opnieuw minder studenten hebben. Dat is ook voor hen niet goed. Ik weet dat er ideeën zijn om studenten te spreiden over universiteiten, maar dan raak je aan de vrijheid van onderwijs. Die piste lag op tafel, en daar speelt men ook echt serieus mee.'
De VUB start nu met een opleiding Tandheelkunde. De Vlaamse regering zal daar volgend academiejaar extra financiële middelen voor voorzien. Is dat niet vreemd omdat ze over het algemeen wel bespaart op universiteiten?
'De VUB had al zo'n opleiding, maar die is ter ziele gegaan. De investeringskosten voor een opleiding als Tandheelkunde liggen nog vele malen hoger dan die voor Geneeskunde. Je moet bovendien niet alleen investeren in onderwijs, maar je moet ook een onderzoekscultuur opstarten. Onderwijs zonder onderzoeksgebaseerde cultuur is gewoon geen goed onderwijs. Dat Tandheelkunde in Leuven tot de top van de wereld behoort, is ook niet zomaar gebeurd.'
'Maar als er binnen enkele jaren opnieuw een daling is, is dat geen solide investering. Dat terwijl men in Brussel het hoger onderwijs fnuikt (een aantrekpremie voor Brusselse hogeronderwijsinstellingen van tien miljoen euro werd geschrapt, en de VUB verliest drie miljoen euro omdat hun studentenpopulatie voor meer dan twee procent bestaat uit niet-EER-burgers bestaat, red.).'
'Hoe de puzzel wordt gelegd in investeringen in het hoger onderwijs, daar word ik niet vrolijk van. Ik heb het gevoel dat er beleid wordt gevoerd om een punt te maken, maar dat de impact daarvan verkeerd wordt ingeschat.'
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.