Opinie: tussen droom en daad...

Prof. Frank Vandenbroucke over beleidsprioriteiten in magere begrotingstijden

06 May 2019
Analyse
Auteur(s): Schrijver
In verkiezingstijd vliegen de dure beloften in het rond, maar het begrotingsspook loert om de hoek. Prof. Frank Vandenbroucke bekijkt hoe de politiek moet omgaan met budgettaire beperkingen.

Wat zijn de prioriteiten van het beleid na de verkiezingen? Het antwoord op die vraag hangt natuurlijk af van je politieke voorkeuren. Maar er zijn uitgangspunten waar niemand om heen kan. De Leuvense econoom André Decoster legt in zijn blog (1) uit dat het overheidstekort met 3% van het BBP moet verbeteren om de budgettaire situatie op termijn 'houdbaar' te maken. Professor Decoster geeft de regering Michel voor haar begrotingsbeleid 'een dikke buis'. Het is echter niet de uittredende regering die het herexamen moet doen; de nieuwe regering zit opgezadeld met een immens probleem. De put vullen is dus de eerste prioriteit. In euro's van vandaag komt het er op neer dat de belastingen met 13,5 miljard moeten stijgen, of dat de uitgaven met 13,5 miljard moeten dalen, of dat een combinatie van belastingverhogingen en uitgavenbesparingen dit bedrag oplevert.

De tweede prioriteit is het klimaat. Wie zegt dat maatregelen tegen de opwarming eigenlijk niets 'kosten' en alleen maar baten opbrengen, heeft gelijk op een abstract niveau. Dat de klimaatomslag draait rond investeringen die 'opbrengen' (eerder dan te 'kosten') is juist als je ver vooruit kijkt, en als je ervan uitgaat dat de burgers al beseffen dat hun welvaart zal verminderen als we niets doen tegen de opwarming. Burgers die daar al rekening mee houden, zullen het niet als een 'verlies' beschouwen dat ze morgen meer moeten betalen voor klimaatmaatregelen die hun toekomstige welvaart veilig stellen. Maar aan vele mensen, die daar nog geen rekening mee houden, zullen we moeten uitleggen dat ze een duit in het zakje moeten doen om hun toekomst beter te maken: rekeningrijden, het geleidelijk afschaffen van de salariswagens, een eventuele koolstofbelasting… het hoort er allemaal bij. Als je wil dat rekeningrijden effect heeft, dan moeten de mensen het ook voelen, zo stelt een andere Leuvense econoom, Stef Proost. Zeker, de klimaatomslag vereist acties die nieuwe jobs creëren, zoals grootschalige isolatieprogramma's van woningen. Maar we mogen niet ontkennen dat de klimaatomslag op korte termijn aanzienlijke investeringsuitgaven vergt. Die dwingen tot scherpe keuzes. 

Als je wil dat rekeningrijden effect heeft, dan moeten de mensen het ook voelen

Wat zijn de sociale prioriteiten? Armoede bij mensen op actieve leeftijd is het meest urgente probleem, zo leert een rapport van het Leuvense Centrum voor Sociologisch Onderzoek (Ceso) (2). Prioriteit voor armoedebestrijding betekent niet dat we de precaire positie van mensen die net boven de armoedegrens zitten (de 'lage middenklasse') uit het oog verliezen. Beleid tegen echte armoede en beleid tegen de bestaansonzekerheid van mensen in de lage middenklasse steunen ten dele op dezelfde instrumenten. Denk aan de cruciale rol van het huisvestingsbeleid, zeker in het licht van de ecologische uitdaging. Zowel voor mensen in armoede als voor mensen uit de lage middenklasse is een ommekeer in ons woonbeleid erg belangrijk: sterkere huurpremies, meer sociale woningen, renovatie.

De huishouddimensie

Een rapport van de Koning Boudewijnstichting (KBS) (3) bevat een lijst maatregelen die regeringen moeten nemen als ze het ménen met armoedebestrijding. Deze lijst moet de leidraad vormen voor de mensen die na de verkiezingen onderhandelen over regeerakkoorden. Armoedebestrijding is niet goedkoop: als je de laagste uitkeringen wil verhogen, dan moet ook het nettoloon van wie tegen een laag loon werkt omhoog: beide opties kosten geld. De overheid zal het gros van de inspanning moeten doen om gezinnen die leven van lage arbeidsinkomens meer koopkracht te geven. Aan bedrijven vragen dat ze drastisch hogere brutominimumlonen uitbetalen, is geen goed idee als je armoede wil bestrijden, want het remt de tewerkstellingskansen van laaggeschoolde mensen.

In de middenklasse zullen velen aangesproken worden om een duit in het zakje te doen voor de ecologische transitie en de begrotingssanering. Ze kopen er een betere toekomst voor.

In een nieuw boek (4) plaats ik de batterij voorstellen van het KBS-rapport in een breder perspectief: de huishouddimensie van onze sociale bescherming moet worden geherwaardeerd. Elk huishouden – of het nu gaat om een alleenstaande gepensioneerde, een koppel met kinderen of een alleenstaande moeder – heeft nood aan betaalbare huisvesting, nutsvoorzieningen en mobiliteit. Bij een ecologische transitie wordt die huishouddimensie nog belangrijker: goed wonen, energie, water en mobiliteit zijn basisbehoeften bij de organisatie van een huishouden.

Zoals gezegd, rekeningrijden en de afschaffing van salariswagens dringen zich op. Politieke haalbaarheid vereist compensaties en geleidelijkheid. Maar wie beweert dat niemand dit zal voelen in de portemonnee maakt de omslag onmogelijk. Autorijden wordt duurder, de elektriciteitsfactuur is al fors gestegen. Grootschalige isolatieprogramma's kunnen gezinnen met bescheiden inkomens in het bijzonder beschermen tegen oplopende energie-uitgaven. Maar de essentie is dat belastingen, uitkeringen, kinderbijslag en huisvestingsbeleid leiden tot een betere algemene verdeling van inkomens en bestedingsmogelijkheden over huishoudens, waardoor de gevolgen van de ecologische transitie op de prijs van goederen en diensten die onontbeerlijk zijn in de organisatie van een huishouden verteerbaar worden voor iedereen. Belastingverminderingen kunnen dus een rol spelen, maar ik kan slechts beamen wat Gert Peersman schreef in De Standaard (19 februari) (5): de btw-verlagingen die door de partijen bepleit worden (op nieuwbouw, op elektriciteit…) zijn sociaal niet efficiënt.

De overheid zal het gros van de inspanning moeten doen om gezinnen die leven van lage arbeidsinkomens meer koopkracht te geven

Verdeel de inspanningen rechtvaardig 

Wie 'de koopkracht van de middenklasse' uitroept tot dé prioriteit, maakt sterk sociaal en ecologisch beleid onmogelijk. Daarmee ontken ik niet dat het beleid oog moet hebben voor de middenklasse. De middenklasse heeft belang bij een robuust, solidair pensioenstelsel. Hoe kunnen we een ruime vrijheid organiseren met betrekking tot het moment waarop mensen hun pensioen opnemen, en hoe kan dat sporen met een verbetering van de pensioenen? Een grote vrijheid in het pensioenstelsel is mogelijk, op één voorwaarde: een voldoende krachtige beloning voor wie langer doorwerkt. De herinvoering van een fors versterkte pensioenbonus is daarom de eerste prioriteit. Zo'n pensioenbonus dient twee doelstellingen: een verbetering van vele pensioenen, met name van lage pensioenen, en een logische pensioenarchitectuur die veel vrijheid toelaat inzake vervroegd pensioen (de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 voor mensen met een korte loopbaan, wordt dan ook veel beter verteerbaar). Andere pensioenmaatregelen kunnen voortbouwen op zo'n bonus.

In de middenklasse zullen velen aangesproken worden om een duit in het zakje te doen voor de ecologische transitie en de begrotingssanering. Ze kopen er een betere toekomst voor. Om de middengroep daarvan te overtuigen, moet de echt rijke groep ook en stevig aangesproken worden. Ik geef een voorbeeld. Een inspanning om de koopkracht van mensen die werken tegen een laag loon merkelijk te verbeteren, zal vooral van de overheid moeten komen. Maar we mogen niet tolereren dat multinationale ondernemingen vermijden om belastingen te betalen aan die overheid. Ook op dat punt zijn maatregelen nodig. Rechtvaardigheid in de inspanning is dus de boodschap.

Frank Vandenbroucke was minister in de Federale en Vlaamse regering en partijvoorzitter, en is vandaag werkzaam als professor aan de Universiteit van Amsterdam, www.frankvandenbroucke.uva.nl


Gerelateerde Artikels