Wat staat er eigenlijk in het Leuvense doopcharter?

De inhoud van het charter dat de mannenclubs niet willen

01 maart 2019
Artikel
Auteur(s): Rani Goelen
De deadline voor het ondertekenen van het Leuvense doopcharter verstreek gisteren. De faculteitskringen en vrouwelijke studentenclubs ondertekenden, de mannenclubs vooralsnog niet.

Clubs en kringen die het charter ondertekenen verbinden zich ertoe de doop op voorhand te melden aan de studenteninspecteur van de Leuvense politie. Daarbij moeten ze een vragenlijst invullen die de belangrijkste aandachtspunten van een ‘menselijke doop’ bevat. Voor het academiejaar 2013-2014 werd reeds een charter opgesteld dat ondertekend werd door de faculteitskringen van de KU Leuven, niet door de Leuvense studentenclubs. Dit academiejaar werd een licht aangepast doopcharter in het leven geroepen na de dood van een student tijdens de doop van de club Reuzegom in december 2018. Dit document werd opnieuw door de kringen ondertekend, en voor het eerst ook door de vrouwelijke studentenclubs.

Geen dierenleed 

In beide charters staat onder meer dat er geen dieren gebruikt mogen worden tijdens het doopgebeuren. In 2013 ging het nog om het gebruik van levende en gewervelde dieren, het huidig doopcharter verbiedt het gebruik van dieren tout court. Club Reuzegom kwam in 2013 al in opspraak omdat ze hun schachten een biggetje lieten mishandelen door het onder andere ontsmettingsmiddel te laten drinken, en het door het hoofd te schieten met een geweer. Ook moesten de schachten voor konijntjes zorgen op hun kot, om de beestjes daarna eigenhandig te slachten.

Nuchtere doopmeesters

Verder staat in het doopcharter te lezen dat doopmeesters niet dronken of onder invloed van andere stimulerende middelen mogen zijn tijdens de doopactiviteiten, en dat schachten altijd het recht hebben om alcoholische dranken te weigeren. Alle leden moeten zich onthouden van het plegen van geweld, racisme, staking, afpersing, pesterijen, ongewenst seksueel gedrag, discriminatie of andere vormen van grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast verbinden de clubs zich ertoe de openbare orde niet te verstoren, of onrust uit te lokken bij de rest van de bevolking. Als overtredingen plaatsvinden op de openbare weg kan de politie de acties stopzetten, de universiteit kan hetzelfde doen op haar terreinen.

Tuchtreglement

Het grote verschil tussen beide charters zit in de toepasbaarheid van de regelgeving. Daar het eerste charter gericht was op erkende verenigingen bestond de straf uit het terugtrekken van die erkenning, naast het volgen van de algemene wet. Het huidige charter is een verlengde van het algemene tuchtreglement, waardoor de KU Leuven, Hogeschool UCLL of LUCA campus Lemmens tuchtmaatregelen kunnen treffen tegen individuele studenten. Een tweede verstrenging verplicht de organisaties bij de lokale politie en studenteninspecteur aan te geven wanneer een doop plaatsvindt buiten Groot-Leuven.

Zelfs als de clubs het charter ondertekenen lijkt het moeilijk te zijn de maatregelen door te voeren, aangezien verregaande controle nodig zou zijn. Verder kunnen enkel acties ondernomen worden tegen individuele studenten, niet tegen de volledige club.