Cursiefje: 'Vogelvrij'

Cursiefje

17 februari 2020
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
Een wandeling in het bos, een les sociologie? Uw cursivist zocht het uit.

In een park bij mij in de buurt is er, midden in een bospartij, een wat vervallen stenen amfitheater. Een beetje zoals bij de oude Grieken. Ik ging er laatst even zitten om tot rust te komen, maar werd plots verrast door een uiterst boeiend spektakel. Enkele vogels streken neer op het podium en brachten, onder begeleiding van een kraaienkoor hoog in de bomen, hun spel. Het was me niet helemaal duidelijk of het een komedie of een tragedie betrof – wat is ook het verschil? – maar wel bevatte het stuk een duidelijk patroon. Steeds wanneer de vogels enkele kruimels ontdekten, dan namen ze rustig de tijd om die op te eten. Wanneer de kruimels op waren, begonnen ze echter mekaar zenuwachtig achterna te lopen en mekaar te pikken, tot ze weer enkele kruimels zagen en hun aandacht weer even richtten op de maaltijd.

Zoals zo vaak met dingen in de natuur is de gelijkenis met de mens treffend. Zolang er kruimels te rapen vallen, loopt alles vlot. Maar als het werk gedaan is en de maaltijd voorbij, raken we geïrriteerd en beginnen we mekaar lastig te vallen. Dat is geen nieuwe gedachte: de Franse filosoof Pascal zei reeds dat het ongeluk van de mens erin bestaat dat hij niet in staat is gewoon  in een kamer rustig op een stoel te zitten. Voortdurend is de mens op zoek naar verstrooiing, en als hij niet wordt beziggehouden, dan gaat hij jagen, vergokt hij zijn fortuin of begint hij een oorlog. Het streven naar vrijheid van economische beslommeringen is edel – de tijd van Daens wil niemand terug – maar het nadeel van vrijheid, zo zou men kunnen stellen, is dat men ook vrij is om domme dingen te doen.

In die zin is het tekenend dat Aristoteles in zijn Poetica suggereert dat de beste tragedies er niet in bestaan dat de personages een of ander verschrikkelijk leed overkomt waar ze niets aan kunnen doen – zo’n dingen horen nu eenmaal finaal bij het leven. Een echte tragedie bestaat er volgens hem in wanneer een in op zich moreel goed mens een stommiteit begaat die verschrikkelijk leed veroorzaakt. Vrijheid is iets moois, maar ze moet met verstand worden geconsumeerd. Daarom is het elke keer een opluchting, om bij de oude Grieken te blijven, als de Olympische vlam weer ontstoken wordt. Het Olympische vuur is immers de ideale lichtbak die voor een tijdje onze aandacht kan trekken en ons voor de vermoeiende vrijheid beschermt. Tijdens de Spelen begin je immers geen oorlog, dat wisten de Grieken al. De moraal van het door de vogels gespeelde stuk was dus duidelijk: wie altijd zonder doel is, is een vogel voor de kat.