Humane Wetenschappen offert collecties op voor leercentra

'De collectie wordt als erfgoed bewaard of in een depot opgeslagen'

11 februari 2020
Artikel
Auteur(s): Ana Van Liedekerke
Een toekomstnota over de bibliotheken van Humane Wetenschappen kiest voluit voor digitalisering. Vanuit de faculteiten komt weerstand om de boeken te snel uit de rekken te halen.

De plannen komen er nadat het groepsbestuur aan de campusbibliotheekraad vroeg om fundamenteel na te denken over de toekomst van de bibliotheken, met horizon 2040. Volgens vicerector Bart Raymaekers gaat het om 'louter denkpistes'. Toch heerst er bij enkele faculteiten en proffen consternatie. Afstand doen van de fysieke collectie is - zelfs met de verre tijdshorizon - voor sommigen een brug te ver en Theologie is geen vragende partij voor het overhevelen van ander bibliothecair erfgoed naar de Maurits Sabbe bibliotheek.

Centralisatie van fysieke collectie

Dennis Gelders, studentenvertegenwoordiger in de campusbibliotheekraad Humane Wetenschappen, situeert het voorstel: 'Er is nog niets goedgekeurd, maar het plan bestaat om de bibliotheken van Leuven centrum samen te voegen tot één bibliotheek. De meeste faculteiten staan daarachter. HIW en Theologie zien nog enkele problemen die eerst uitgeklaard moeten worden.’

'Er wordt gekeken naar de groep Biomedische Wetenschappen en Wetenschap & Technologie, waar een geïntegreerde aanpak al veel langer de norm is'

Dennis Gelders, studentenvertegenwoordiger in de Campusbibliotheekraad

'Het idee is om kosten-efficiënter te werken. Er wordt sterk gekeken naar de groep Biomedische Wetenschappen en Wetenschap & Technologie, waar een geïntegreerde aanpak al veel langer de norm is; en naar andere bibliotheken in Vlaanderen en buitenlandse voorbeelden.'

Boeken naar vuilbak of depot

Een van de uitgangspunten is dat er in 2040 nauwelijks nog een fysieke collectie zal zijn. Het plan gaat uit van een onderscheid tussen bijzondere collecties – waardevolle manuscripten, eerste drukken... – en gebruikscollecties. Alle boeken die gedigitaliseerd worden en geen bijzonder statuut hebben, zouden niet langer worden aangeboden in open rek, maar verwijderd of opgeslagen in depots, waar je ze wel kunt opvragen.

Gerd Van Riel, decaan van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, vindt het uitgangspunt verkeerd: 'Men doet alsof een bibliotheekbeleid moet uitgaan van het onderscheid tussen erfgoed en al de rest. Maar manuscripten, eerste drukken en dergelijke zijn museumstukken en vragen een aparte behandeling. Die staat los van een bibliotheekwerking als dienstverlening om geschreven materiaal aan mensen ter beschikking te stellen, onder de vorm die de gebruikers verkiezen.'

Bibliotheken als learning spaces

De plannen spreken over een centralisatie van de fysieke collecties in de centrale bibliotheek. De vrijgekomen ruimte in de huidige faculteitsbibliotheken zou ingevuld worden als learning spaces. Extra ruimte komt ook vrij in het Psychologisch Instituut in de Tiensestraat. Aangezien Psychologie en Pedagogische Wetenschappen in 2024 verhuizen naar de Redingenstraat, wil men dat gebouw slopen en het veranderen in een multifunctioneel onderwijsgebouw.

'Het creëren van studieplaatsen mag niet ten koste gaan van de bibliotheekwerking'

Gerd Van Riel, decaan van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte

Het bibliothecair erfgoed zou centraal opgeslagen worden in de Maurits Sabbebibliotheek, de huidige bibliotheek van de faculteit Theologie. De faculteit is daar niet happig op, zegt professor Wim François: 'Als er plannen zijn om kostbare boeken van bijzondere collecties naar hier te brengen, dan zijn wij daar nu geen vragende partij voor. Laat dat vooral duidelijk zijn.'

Aarzeling bij geesteswetenschappen

Het afnemende belang van het fysieke boek is vooral voor de gedragswetenschappen een feit. Wilfried Lemahieu, decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, kan zich vinden in een centralisatie van de collecties: 'Voor FEB zien we zeker het nut van het poolen van fysieke collecties, maar we begrijpen ook heel goed dat dit voor andere faculteiten anders ligt.'

Bij faculteiten als Wijsbegeerte, Theologie en ook Rechten blijft het fysieke boek als onderzoeksobject meer een centrale waarde behouden. Zij zien het niet zitten om hun collecties af te voeren. Van Riel: 'Toen ik het plan ter sprake bracht op de faculteitsraad, was iedereen verbijsterd. De weerstand is algemeen, maar misschien nog het grootst bij onze studenten.'

Professor François van Theologie spreekt over de bibliotheek als 'het visitekaartje van de faculteit'. Daarbij komt dat een deel van hun wereldwijd vermaarde collectie wordt uitgemaakt door collecties van religieuze ordes en congregaties. François: 'Zij hebben hun erfgoed hier gedeponeerd, in een vertrouwensrelatie, met een contract vastgelegd. Voor hen is het belangrijk dat het hier onder toezicht van onze professoren wordt bewaard.' Bij een verlies van autonomie in een centralisatie wordt dat een ander verhaal.

Bernard Tilleman, decaan van Rechtsgeleerdheid, wijst op de ziel die een bibliotheek een faculteit geeft: 'De bibliotheek is het hart van onze faculteit. Het is een sociaal knooppunt tussen onderzoekers en studenten. Als je geen lessen meer hebt op je faculteit, geen bibliotheek, hoe ga je dan een faculteitsgevoel creëren?'

Minder bibliotheekpersoneel, meer studieplaatsen

De digitalisering zou betekenen dat zaken als uitleen volledig geautomatiseerd worden. Het personeel van de dagelijkse bibliotheekwerking kent op die manier een aanzienlijke daling. Er zouden wel mensen bijkomen met specialisatie in zaken als restauratie, en praktisch personeel voor onderhoud.

Een terugkomend argument in de centralisatie van de collecties is dat er op die manier studieplaatsen vrijkomen. Van Riel vindt de vraag naar een leercentrum gegrond, maar zegt dat de druk op dat vlak al hoog lag: 'Het mag niet ten koste gaan van de bibliotheekwerking. Dat zijn verschillende dingen.'

In open rek vind je altijd meer dan je zocht

Wim François, professor Kerkgeschiedenis

Tilleman vult aan: 'Het is niet door een aantal rekken weg te doen dat je plots studieplaatsen creëert voor een volledige faculteit. In dit verband zijn er veel creatievere oplossingen mogelijk.' In de bibliotheek van Theologie is studeren op dit moment niet toegestaan, en dat wenst bibliothecaris Ward De Pril zo te houden: ‘Wij blijven in de eerste plaats een onderzoeksbibliotheek. Op het vlak van ruimte-invulling krijgt het toegankelijk maken van de collectie in open rek voorrang. De functie van leercentrum nemen wij niet op.’

Vragen bij verregaande keuze voor digitalisering

Niemand is gekant tegen digitalisering of een meer verregaande samenwerking. Evoluties als Open Access en een verder vorderende digitalisering maken meer samenwerking noodzakelijk, zegt De Pril, 'maar wel met dien verstande dat we als faculteitsbibliotheek blijven bestaan’.

Er rijzen vragen bij het schijnbaar ongetemperde enthousiasme voor de digitale revolutie in de nota. Tilleman wijst op de vluchtigheid van het digitale medium: ‘Floppy disks kunnen we nu niet meer gebruiken. Het is goed dat men voor een stuk de digitale weg opgaat, maar dat heeft ook zijn kosten en men moet oog hebben voor de houdbaarheid op lange termijn. Ik weet niet of we zo snel moeten gaan.’

Professor François van Theologie spreekt over de meerwaarde van een snel beschikbare fysieke collectie: 'In open rek vind je altijd meer dan je zocht. Je kunt er dieper zoeken. Als ik iets zoek over het Concilie van Trente, dan valt mijn oog op andere interessante boeken, en artikelen in de boeken. Via Limo heb je dat ook, maar niet op dezelfde manier.'

'E-books nemen nauwelijks acht procent in van de totale omzet in onze sector. Dat percentage neemt al enige tijd niet toe'

Kris Moeremans, uitgever Intersentia

Kris Moeremans, uitgever bij Intersentia, een wetenschappelijke juridische uitgeverij, ziet in zijn vak dat de digitalisering beduidend trager gaat dan verwacht: 'Men dacht lange tijd dat e-books alles zouden overnemen, maar dat is zeker niet zo. Op de Frankfurter Buchmesse werd het e-book verschillende jaren aangekondigd als dé game changer in de sector. Maar de laatste jaren verdwijnen e-books meer en meer naar de achtergrond, vorig jaar werd er haast nergens meer melding van gemaakt. Op dit ogenblik nemen ze nauwelijks acht procent in van de totale omzet in onze sector. En dat percentage neemt al enige tijd niet meer toe.'

De beste van alle mogelijke werelden

'De meest ideale situatie binnen de geesteswetenschappen is dat je beide combineert', zegt bibliothecaris De Pril van Theologie. François wijst op de verschillende voordelen van beide: 'Om snel te screenen, zijn digitale middelen enorm interessant. Maar om een tekst te bestuderen tot op het niveau van de voetnoten, wil ik die uitgeprint.' De voorkeur voor digitaal of papier is volgens hem 'discipline- en activiteitsgebonden, over generaties heen'.

Voor Gerd Van Riel zou het uitgangspunt moeten zijn: wie wil samenwerken, en tot op welke hoogte? Dat gebeurt nu te weinig. In een alternatief scenario wordt wel gesproken van het behouden van erfgoed zoals de kerkhistorische collectie in Theologie en het Husserl-archief voor filosofie. Maar voor Van Riel is dat een doekje voor het bloeden: 'Het is zeker niet zo dat enkel het Husserl-archief en de historici van de filosofie vasthouden aan hun bibliotheek. Dat geldt voor de hele faculteit.’

Letteren-decaan Johan Tollebeek, die als portefeuillehouder van de bibliotheken de campusbibliotheekraad voorzit, wenste omwille van de voorlopigheid van de plannen nog niet te reageren. Hij benadrukt wel dat de uitdagingen groot zijn en dat de samenwerking daarom een groot goed is: 'Stilstand op dit vlak is achteruitgang.'

De faculteiten hopen dat ze genoeg gehoord worden in de verdere verfijning van de plannen. Vicerector Raymaekers belooft hun autonomie als uitgangspunt te nemen: 'De faculteiten zijn sowieso aan zet in deze discussie.' 

Voor Tilleman en Van Riel zou meer transparantie de inbreng vergemakkelijken. Tilleman: 'De bedoeling was om nu terug te koppelen naar de faculteiten, zodat input kan worden gegeven door alle stakeholders maar ondertussen blijven nieuwe versies van de nota’s komen. Dat creëert enige onrust.'