Jan Tytgat, overtuigd van zijn mening

Geen beleidservaring, wel succesvolle dienst uitgebouwd

10 mei 2021
Profiel
Auteur(s): Tijs Keukeleire
Collega's staan verdeeld tegenover Jan Tytgat. Dat hij zo opkomt voor zijn eigen dienst zorgt soms voor spanning, zijn accent in dienstverlening ook. Een blik achter de schermen bij de farmaceuten.

Weinig collega's willen iets zeggen over Jan Tytgat. 'Hier doe ik niet aan mee', klinkt het. Ze kennen hem slecht of willen geen oude wonden openrijten, maar collega's met een betere band gaan wel het gesprek aan. Tytgat zit nochtans al sinds 1988 in het departement.

Tytgat lijkt bijna een einzelgänger in het departement door zijn weinige samenwerkingen. Al is dat ook logisch, want geen van Jan Tytgats onderzoeksdomeinen sluit direct aan bij het werk van anderen. 'Hij heeft daardoor vooral samenwerkingen in het buitenland', legt oud-departementsvoorzitter Arthur Van Aerschot uit.

Forensisch onderzoek

Tytgat is in de eerste plaats een succesvol onderzoeker. Zijn precieze specialisatie is 'het karakteriseren van neurotoxines in het gif van dieren zoals schorpioenen en spinnen', zo legt Chris Ulens, Tytgats eerste doctorandus, uit. Het feit dat zulke dieren vooral in het buitenland leven, verklaart verder zijn internationale focus.

'Hij is heel ambitieus'

Chris Ulens, professor neurobiologie

'Ik heb ervaren van bij het begin: de lat ligt erg hoog', vertelt Ulens. 'Hij is heel ambitieus. Hij heeft al een paar publicaties in Nature en Neuron, waarvan een die al duizenden keren is geciteerd.' Of hij daarmee ook de meest succesvolle onderzoeker van zijn departement is, wil niemand gezegd hebben: er zijn zeker andere groepen die het nog beter doen.

Misschien schuilt daarvoor een verklaring in Tytgats vele forensische onderzoek. Dat wordt wel vergoed, maar het vraagt nog steeds tijd die Tytgat niet aan andere zaken kan spenderen – zoals ook beleidsfuncties. 'Het ontbrak hem ongetwijfeld aan de nodige tijd om veel beleidsfuncties op te nemen', stelt departementsvoorzitter Pieter Annaert. 

Het is anderzijds niet dat hij het nooit heeft geprobeerd: Tytgat was in 2001 kandidaat-decaan van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen, maar moest toen de duimen leggen tegen Paul Declerck, die na een pauze nu opnieuw decaan is.

In de tussentijd was Tytgat een tiental jaar lid van het departementsbestuur, maar dat was automatisch als diensthoofd. Zijn kandidatuur verbaasde bijgevolg sommige collega's: waarom heeft hij niet eerst nog eens geprobeerd om decaan of departementsvoorzitter te worden?

Conflict

Intern heeft zijn mindere inzet voor de faculteit al tot wrevel geleid – al is er ook begrip voor hoe hij in zijn dienstverlening vooral het accent 'extern' heeft gelegd, onder andere bij het gerecht. In 2017 bereikten bepaalde spanningen zelfs de pers. 'Het werken wordt me bijna onmogelijk gemaakt', verklaarde hij die zomer in De Tijd. 'De departementsvoorzitter verweet me onlangs in een vergadering dat ik minder met de media bezig moet zijn.'

'Jan had zich vergist van vijand'

Arthur Van Aerschot, oud-departementsvoorzitter Farmaceutische en Farmacologische Wetenschappen

In een trek kondigde hij aan dat hij overwoog om zich vier jaar later kandidaat te stellen als rector – wat hij effectief heeft gedaan. Zowel Tytgat als de toenmalige departementsvoorzitter, Arthur Van Aerschot, benadrukken dat het conflict ondertussen is bijgelegd.

'Jan had zich vergist van vijand', vertelt Van Aerschot. 'Ons departement moest toen zwaar inleveren vanwege het allocatiemodel binnen de groep. Het heeft even geduurd voor hij besefte dat iedereen in het departement moest inleveren.'

Zou Tytgat als rector dan iets aan het allocatiemodel tussen de departementen in Biomedische Wetenschappen willen doen? Aan Veto benadrukt Tytgat dat je zijn kandidatuur echt gescheiden moet zien. Huidig departementsvoorzitter Annaert sluit zich daarbij aan: 'Dit is toch meer een kwestie van een groepsbestuur. Jan wil dat overstijgen.'

Populariteit

Een aantal collega's hebben een goede samenwerking met Jan Tytgat, maar volgens een collega is Tytgat 'niet altijd eenvoudig om mee samen te werken': 'De vraag is: wat staat voorop, het individu of de instelling?'

Van Aerschot nuanceert: 'De meningen zijn verdeeld. Net zoals voor een decaan zijn er voor- en tegenstanders.' Het valt hoe dan ook op dat Tytgat geen brede steunbetuiging krijgt van zijn eigen faculteit – zoals duidelijk wel het geval was bij Sels in 2017. Maar dat kan zeker ook liggen aan de digitale aard van de verkiezing.

Annaert ziet een verklaring in Tytgats heel uitgesproken meningen. 'Hij is heel intelligent en slaat soms de nagel op de kop. Sommige mensen voelen zich daar ongemakkelijk bij.' Tytgat durft op de barricades te staan, vindt hij. 'Vooral voor zichzelf', reageert een collega scherp. 'Laat mij het zo stellen: Jan zal niet standaard naar een faculteitsraad komen, behalve als er ergens iets is dat hem zou kunnen aanbelangen.'