KU Leuven-professor werkte 17 jaar aan woordenboek Aboriginaltaal

'De meeste visies op Aboriginals hebben geen respect voor hun talen en culturen'

19 oktober 2020
Interview
Auteur(s): Emiel Roothooft
Jean-Christophe Verstraete, taalkundige aan de KU Leuven, is al twee decennia lang gefascineerd door Aboriginaltalen. Nu heeft hij eindelijk zijn woordenboek klaar van één zo'n taal: het Umpithamu.

Bijna vijfhonderd pagina's. Zoveel heeft Jean-Christophe Verstraete nodig gehad om een heel taalsysteem te vatten. Het woordenboek is slechts een afgeleid product van zeventien jaar heen en weer vliegen tussen België en Australië, waarbij hij nauwe banden ontwikkelde met de lokale bevolking en zich stilaan meer vertrouwd maakte met een cultuur die voor velen enigmatisch blijft.

Wanneer Verstraete tijdens zijn doctoraatsstudie een gastprofessor ontmoette die gespecialiseerd was in de talen van Noordwest-Australië, wist hij meteen wat hij na zijn doctoraat wilde gaan doen: 'Ik wilde niet gaan werken met talen waar ik de zaken theoretisch moest verfijnen. Ik wilde echt werken met een taal waar ik van nul moest beginnen, een intellectuele uitdaging.'

'Ik heb mensen weten sterven, kinderen weten geboren worden'

Als postdoc zette hij koers naar Melbourne, waar hij al snel de aantrekkingskracht van het noordoosten ondervond, meer specifiek: Kaap York. Daar leven de Lamalama, een Aboriginalvolk dat maar liefst vijf verschillende talen spreekt. Hij zette zich gestaag aan het Umpithamu, waar hij nu zijn woordenboek van klaar heeft. 

Maar ook de andere talen kennen voor Verstraete na twee decennia nog maar weinig geheimen. Voor vier lokale talen heeft hij zelfs woordenboekapps ontwikkeld. 'Dat is een heel goed medium om ook jonge mensen te betrekken bij de erfgoedwerking', meent Verstraete.

Uw onderzoek is naast taalkundig ook antropologisch. Hoe verschilt dat van louter taalkundig onderzoek? 
Jean-Christophe Verstraete: 'Dit werk kan je niet op afstand doen. Je werkt met een gemeenschap, maakt deel uit van hun leven. Ik heb mensen weten sterven, kinderen weten geboren worden. Bij dit soort werk ontwikkel je een sterke emotionele band met de mensen die je ontmoet.'

'Ik heb mijn interesse als wetenschapper, maar datgene wat ik doe moet ook ten goede komen aan de gemeenschap'

Voor het woordenboek werkte Verstraete nauw samen met twee mensen die het Umpithamu nog vloeiend spraken. Nog voor de publicatie van het woordenboek sloeg het noodlot toe: een van hen, Florrie Bassani, overleed. 'Ze wist dat het boek er zou komen, ook al ging ze de publicatie hoogstwaarschijnlijk niet meemaken. Met dit woordenboek hebben we haar nog een laatste eerbetoon kunnen geven', vertelt Verstraete.

Hoe verliepen de eerste contacten met de lokale bevolking?
'Je werkt in een postkoloniale context, waar het koloniale tijdperk ervoor heeft gezorgd dat die mensen met een zekere argwaan kijken naar buitenstaanders. Dat wil zeggen dat het moreel niet verantwoord is om daar gewoon binnen te stappen, er dan wat uit te halen en weg te gaan. De relatie moet wederkerig zijn: ik heb mijn interesse als wetenschapper, maar datgene wat ik doe moet ook ten goede komen aan de gemeenschap.'

'Ik heb veel culturele faux pas begaan'

Verstraete vond het dan ook belangrijk om met zijn onderzoek de gemeenschap daar verder te helpen. Zo heeft hij van zijn expertise gebruik gemaakt om borden in Aboriginal-land van culturele informatie te voorzien. Het Australian Institute of Aboriginal and Torres Strait Island Studies, dat de productie van het woordenboek financieel steunde, heeft bovendien grote oplages beschikbaar gesteld voor de plaatselijke bewoners. Die wederkerigheid leverde hem al snel een plaats in het verwantschapssysteem op, waar ze hem naast JC - naar Jean-Christophe - ook broer of oom noemden. 

'Het grootste obstakel was leren hoe je binnen zo’n gemeenschap functioneert. Ik heb veel culturele faux pas begaan, maar gelukkig was ik vaak omringd door collega's, die me op mijn fouten konden wijzen.'

Wat heeft u ertoe aangezet dit grote project te starten?
'Het voornaamste vind ik de erfgoedwerking. De lokale gemeenschap vindt dat heel belangrijk. Maar ook vanuit Australië komt er steeds meer steun voor zulke projecten. De laatste twintig jaar is het besef gekomen dat de geschiedenis complexer is dan ze eerst leek. Er is dan ook een tendens om te werken naar reconciliation of verzoening, om meer aandacht te hebben voor de Aboriginalcultuur en talen. Ook voor Australië is het dus belangrijk dat dit gedocumenteerd wordt.'

'Aboriginals willen niet dat groene jongens uit steden hun komen zeggen wat ze moeten doen'

'Vanuit wetenschappelijk perspectief is het heel simpel: als je een volledig beeld wilt krijgen van taal, moet je naar zoveel mogelijk talen kijken. Er zijn ongeveer 7000 talen in de wereld. Het is dan ook jammer dat een heel groot deel van het taalkundig werk gericht is op een heel kleine groep talen. Als je wil weten hoe een taalsysteem kan opgebouwd zijn, moet je talige diversiteit zo volledig mogelijk kunnen bestuderen, en dat betekent op wereldschaal.'

'Ten slotte help je de cultuur te documenteren. Daarbij hoop ik vooral de culturele diversiteit te beschrijven, zoals de mensen hun cultuur daar zelf zien. Soms moet je ook bepaalde westerse opvattingen ontkrachten, zoals het idee dat Aboriginals op één lijn zitten met de groene beweging.'

'Dat is niet zo. De groene beweging ziet vaak de rol van de gemeenschap over het hoofd. Ze stellen: "Dit is vanaf nu een nationaal park. Niemand mag hier iets doen", zonder ervan bewust te zijn dat het ook een oud cultuurlandschap is en dat ook Aboriginals economische aspiraties hebben. Er is dan soms een clash tussen wat de natuurconservatie en wat de Aboriginals willen. Ze willen niet dat groene jongens uit steden hun komen zeggen wat ze moeten doen.'

'Er heersen heel veel romantiserende visies op Aboriginalcultuur'

In Orientalism bekritiseerde de Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said hoe er vanuit het westen gekeken werd naar oosterse culturen. Hij had het onder andere over 'een subtiel, maar persistent eurocentrisch vooroordeel tegenover Arabisch-Islamitische volkeren en hun cultuur'. Merkt u bij Europeanen ook een oriëntalistisch beeld van Aboriginals?
'Er heersen heel veel romantiserende visies op Aboriginalcultuur. Zo is er 'de nobele wilde' of de New Age-achtige ideale samenleving die in harmonie leeft met de natuur. In de standaardvisie op zulke talen en culturen zit wel degelijk een vorm van oriëntalisme. Die visie heeft geen respect voor de taal en cultuur. Echt respect is het volledig willen begrijpen, met alle moeilijke kanten.'

Als je het woordenboek openslaat, merk je meteen dat dit meer is dan de Van Dale. Vooraan vind je een basiscursus Umpithamu en een introductie over de Lamalama en hun geschiedenis. Verder is het boek gespeend met prachtige etnografische foto's uit 1928. Maar ook de lemma's zijn enigszins anders. Bij ieder woord vind je niet alleen de betekenis(sen) terug, maar ook voorbeeldzinnen uit traditionele vertellingen, etymologische achtergrond en culturele duiding.

U heeft al gewezen op het belang van uw onderzoek voor de lokale gemeenschap en voor Australië, maar wat draagt het wetenschappelijk gezien bij?
'Er zijn bijvoorbeeld de volgende twee aspecten die deze taal zeer interessant maken. Ten eerste slijten woorden in het Umpithamu doorheen de tijd systematisch vooraan af, terwijl die bij de meeste andere talen achteraan afslijten. Ik heb de historische evolutie van die woordstructuur bestudeerd, waardoor we nu al iets beter weten hoe zoiets kan gebeuren. Ten tweede hebben naamvallen in het Umpithamu een dubbele functie: ze zeggen niet alleen wie wat doet, maar ook wie belangrijk is in de zin. Mijn onderzoek laat toe om te kijken hoe die functies met elkaar zijn vergroeid.'


Normaal gezien had Verstraete zijn zomermaanden in Australië doorgebracht, zoals ieder jaar, maar de coronacrisis gooide roet in het eten. 'Ik hoop volgend jaar nog te kunnen vertrekken', klinkt het.