Over de vrijheid jezelf kapot te maken en anderen te kwetsen

Splinter

02 november 2020
Splinter
Auteur(s): Ana Van Liedekerke
Opgeheven vingertjes houden de vinger aan de pols van onrecht. Maar als ze uitmonden in een antiliberaal discours waarbij elke 'stoute' handeling of uitspraak verworpen wordt, ondermijnen ze zichzelf.

Onder andere in de nasleep van identiteitsdebatten en #MeToo evolueren we weer naar een verregaand moralistische samenleving, waarbij mensen met het vingertje worden gewezen als ze iets doen dat buiten de grenzen van het morele fatsoen valt. Dat is deels terecht: veel onrecht dat door onze ouders niet als dusdanig werd ervaren, komt aan de oppervlakte en kan worden bestreden. Maar als de braafheid zelfgenoegzaam wordt en geen 'stout' gedrag meer aanvaardt – gedrag dat flirt met de grenzen van wat kan, maar niet echt immoreel is te noemen – dan zet ze zichzelf buiten haar liberale grondgedachte dat verschillende levensvormen naast elkaar moeten kunnen floreren.

Dat begint met het gedrag tegenover anderen. Daar speelt de morele sfeer het hardst: 'Jouw vrijheid stopt waar die van anderen begint.' Er is nooit een excuus voor onverdiend verbaal en fysiek geweld. Maar er is een tendens om die beperking buitensporig te interpreteren: 'gekwetst zijn' door gedrag wordt meer en meer gezien als een voldoende reden om dat gedrag te diaboliseren. De morele laakbaarheid van een daad situeert zich echter in de combinatie van intentie, daad, leed: zich gekwetst voelen is niet genoeg om die daad te veroordelen. Zo waren mensen gekwetst genoeg om Samuel Paty te onthoofden, maar dat maakt het tonen van Mohammedcartoons niet immoreel.

Cynische en donkere humor zijn vaak gebaseerd op leedvermaak en het schoppen tegen heilige huisjes. Gevoeligheden kunnen daarbij niet altijd worden gehandhaafd. Maar trek je het principe van niemand kwetsen door, dan beland je bij de grootvaderachtige verzuchting dat je 'vandaag niets meer kunt zeggen'. De zaken die dan werkelijk problematisch zijn, sneeuwen onder.

Zaken die werkelijk problematisch zijn, sneeuwen onder

Het moralisme leidt er ook toe dat individueel gedrag in toenemende mate een aanknopingspunt wordt voor veroordeling: wie niet het dienstbare woke leven binnen de lijntjes leidt, moet wel iets fouts doen. Dat krijg je bijvoorbeeld in een nieuwe omgang met alcohol. Het steeds luider klinkende 'je kunt ook plezier maken zonder alcohol' is een valabele tegenstem om de dwingelandij van alcohol een halt toe te roepen, maar niet wanneer ze zelf als een nieuw gebod gaat klinken.

Nu drink ik 's avonds al eens graag een neutje om tijdelijk aan het juk van mijn rationele zelfbewustzijn te ontsnappen. Dan kun je tegenwerpen dat er alternatieven zijn om die geestvervoering te bereiken, maar je kunt me niet veroordelen omdat ik de autodestructieve kracht van alcohol er graag bijneem voor een zorgeloze nacht. De liberale grondgedachte staat met zichzelf in tegenspraak als ze het goede leven voor haar burgers gaat bepalen. Tolerantie moet ook bestaan voor levensvormen die je zelf afkeurt. Als drankmisbruik gelinkt is aan crimineel gedrag, zijn gerichte campagnes vereist, maar dat beperkt niet de individuele vrijheid om je de pleuris te drinken.

Door je open op te stellen tegenover humor en handelingen buiten het strikte fatsoen, treden we niet enkel buiten een groeiende krampachtigheid, maar kunnen immorele handelingen en uitspraken die er echt toe doen ook weer zo worden gepercipieerd. Dat iemand zichzelf en anderen soms kwetst, is niet meer dan het gevolg van een leven buiten nauwe lijntjes. En het is verleidelijk om vanuit een keurig leven schuivers van anderen met het vingertje te wijzen, maar het cancelen van anarchisme en eigenzinnigheid is een aantasting van de fundamenten van een liberale democratie, en om die reden niet alleen ergerlijk, maar ook gevaarlijk.