‘Waarom zouden veertig studentenvertegenwoordigers in godsnaam naar Brussel trekken?’

Nota van Vlaamse Onderwijsraad over ondersteuning studentenvertegenwoordiging kritisch onthaald in parlement

22 maart 2018
Artikel
Auteur(s): Ianthe Cooreman
De vraag in hoeverre studentenvertegenwoordiging ondersteund moet worden, kent geen consensus binnen de verschillende studentenraden. Toch trok VVS naar het parlement om de alarmbel te luiden.

Op woensdag 13 maart werd de omstreden nota over ondersteuning van studentenvertegenwoordiging, voorgesteld door de Vlaamse Studentenraad (Vlor), voorgelegd aan het Vlaams Parlement. De respons vanuit het parlement was kritisch: is een oplossing op decretaal niveau wel gewenst?

Nijpend tekort

Hoewel de nota pas is voorgesteld aan het parlement, heeft ze al veel stof doen opwaaien in de weg daarnaartoe. De kiem van controverse ontstond rond twee grote punten: de participatiecoach en onderzoek naar een geldelijke vergoeding voor studenten die zich inzetten als vertegenwoordiger. De Vlaamse Studentenvereniging (VVS) wou met onder andere deze maatregelen een antwoord bieden op het nijpend tekort aan en de overbelasting van studentenvertegenwoordigers, maar dit standpunt werd niet gedeeld door alle studentenverenigingen.

De Studentenraad van de KU Leuven (Stura), had zich sinds een jaar teruggetrokken uit de VVS omwille van onverzoenbare meningsverschillen, en was reeds in het begin sceptisch over de aannames en ideeën van de nota. Stura leek geen enkel probleem te zien in het vullen van de posten voor studentenvertegenwoordiging.

'Problemen moeten benoemd worden, maar moet je daar een logge structuur bovenop gaan zetten?’

Koen Daniëls, N-VA

Daarnaast stond Stura ook niet te wachten op een participatiecoach: ‘Moet die participatiecoach een personeelslid van de instelling zijn? Wij zijn studentenvertegenwoordigers! Een dergelijke coach loopt het risico een betuttelende instantie te zijn, een controlepost’, aldus Marie Vanwingh, oud-voorzitter van Stura, vorig jaar in Veto. Ook het voorstel voor de geldelijke vergoeding kon op weinig bijval rekenen. Tenslotte was er nog de nota zelf: ‘Voor zo'n decretale one size fits all-benadering is LOKO echt geen vragende partij.’ Zo sprak Bram Van Baelen, toenmalig voorzitter van de Leuvense Studentenkoepel LOKO.

Nochtans is de situatie in Leuven nu verre van ideaal te noemen. Door intern geruzie namen de voorzitter en de raad van bestuur van Stura ontslag begin dit jaar en gaat de studentenraad gebukt onder een zware periode met weinig mankracht.

Parlement

Niettemin overleefde de nota zijn kritieken en bereikte het voorstel de parlementaire kamers. Hoewel met aandacht werd geluisterd, bleken de opmerkingen in het parlement opvallend gelijkaardig aan de bedenkingen van Stura:

‘Het is niet aan de politiek om te bepalen dat er een participatiecoach of geldelijke vergoedingen moeten komen of niet. Zo’n keuzes kan de studentenvereniging zelf maken', stelde Ann Brusseel van Open Vld. Ze erkent het belang van effectieve studentenvertegenwoordiging, maar stelt zich de vraag of het implementeren van de nota niet juist een averechts effect zal hebben.

Koen Daniëls van de N-VA lijkt dit standpunt te delen: ‘Dat je op tijd wordt geïnformeerd, een computer hebt, je koffies niet moet betalen en dat reiskosten vergoed worden zonder dat dat jaren duurt – dat lijken mij evidenties. Als hier problemen mee zijn, laat ons die dan benoemen, want die zijn wel degelijk belangrijk. Maar moet je daar een logge structuur bovenop gaan zetten?’

Elisabeth Meuleman van Groen denkt dat de wetgever wel nog een rol te spelen heeft. Niettemin bleef ook zij kritisch: ‘In de nota stond vooral wat er niet nodig was. Maar ik ben geïnteresseerd in wat er wél nodig is. Het decretaal verankeren van een beleidsplan kan volgens mij wel degelijk verschil maken, maar er is meer informatie nodig.’

'De tegenstrijdige standpunten van de VVS en Stura werken absoluut niet versterkend. En de student lijdt hieronder'

Elisabeth Meuleman, Groen

Geen consensus

De commentaren uit het parlement zijn niet verrassend. Ze reflecteerden het standpunt van de studentenvertegenwoordigers – of eerder, het gebrek aan eenduidig standpunt. Zowel het verschil tussen de noden van studentenverenigingen aan hogescholen en universiteiten, als de onderlinge meningsverschillen tussen de VVS en Stura, zwakten de kracht van de nota af.

Daniëls: ‘De uitdagingen aan een hogeschool zijn anders dan die aan de universiteit. Aan een hogeschool zijn de lesperiodes korter, de lesopdrachten zijn intensiever en er zijn meer stages. Ik hoor kortom zeer verschillende verhalen. Zelfs in de hoorzitting viel op dat de standpunten tussen hogescholen en universiteiten sterk verschilden.’

Strijdvaardig

Frederic Piccavet, studentenvertegenwoordiger bij de VVS en de Gentse Studentenraad, erkent de verschillen, maar ziet niet in waarom deze een hinderblok zouden zijn: 'Het is niet omdat er een ander beleid nodig is voor hogescholen en universiteiten dat het onmogelijk is om dat in een decreet vast te leggen.'

Daarnaast bood de onenigheid tussen VVS en Stura ook geen duidelijkheid. Meuleman: ‘De tegenstrijdige standpunten van de VVS en Stura werken absoluut niet versterkend. En de student lijdt hieronder. Een spijtige zaak.’

Piccavet besluit in het licht van deze kritieken strijdvaardig: 'We beseffen dat het meeste werk zich inderdaad bevindt in het bijstellen van de cultuur in de instellingen zelf. Waar ik zo moe van word is dat dit dossier al drie jaar lang meegaat, steeds meer aanhangers krijgt, maar het nut van extra wettelijke ondersteuning nog steeds in twijfel wordt getrokken. Waarom zouden veertig studentenvertegenwoordigers in godsnaam naar Brussel trekken wanneer ze er zelf niet van overtuigd waren dat een wettelijk kader nodig is?'