371 KU Leuven-academici pleiten voor basisfinanciering

‘Je hebt je salaris, maar daarmee kun je geen onderzoek doen’

24 April 2017
Artikel
In een open brief in deze krant pleiten 371 academici van de KU Leuven voor een basisfinanciering voor onderzoek. Kandidaat-rectoren Rik Torfs en Luc Sels reageren mild enthousiast.

‘Wij vragen in deze open brief dat de BOF-middelen van de KU Leuven (interne middelen voor onderzoek, red.) in de toekomst ten dele worden aangewend voor een basisfinanciering. Wij vragen geen gelijkmatige verdeling van alle BOF-middelen over alle professoren, noch een afschaffing van elk competitief model.’

‘Wel vragen we een voldoende spreiding van de BOF-middelen zodat iedereen die onderzoek doet daar ook middelen voor krijgt. Dat is rechtvaardiger en het maakt de positie van onze universiteit en onze onderzoekers sterker.’ Dat is de basisstelling van de open brief die de KU Leuven-academici aan onze redactie bezorgde. Het thema van basisfinanciering is hot: vorige week stelden zowel Luc Sels als Rik Torfs in hun programma een vorm van basisfinanciering voor.

Vicieuze cirkel

Aanleiding van de brief is een nota die door een informele groep van professoren uit verschillende geledingen tot stand kwam. ‘Meerdere mensen zagen dat er een probleem was rond de financiering van wetenschappelijk onderzoek’, licht Philippe Muchez, vicedecaan Onderwijs aan de faculteit Wetenschappen, toe.

Uit verschillende groepen, faculteiten en departementen kwamen een aantal professoren samen om na te denken over hoe het anders kan. Uit de analyse van de literatuur en gegevens van enkele departementen bleek dat tussen de 10% en de 30% van het voltijdse Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP) in de laatste vijf jaar gemiddeld met minder dan 20.000 euro per jaar onderzoek moest uitvoeren. Volgens de werkgroep had een aanzienlijk deel zelfs helemaal geen financiële middelen voor onderzoek. Dat creëert een vicieuze cirkel: wie geen geld heeft, kan geen onderzoek doen. Maar wie geen onderzoek doet, zal ook geen externe middelen kunnen verwerven.

‘De onderzoekskredieten van de departementen, maar ook de facultaire onderzoekskredieten komen steeds meer onder druk te staan’

Philippe Muchez, vicedecaan Onderwijs faculteit Wetenschappen

‘De onderzoekskredieten van de departementen, maar ook de facultaire onderzoekskredieten komen steeds meer onder druk te staan’, vindt Muchez. ‘Uit deze bezorgdheid is het initiatief gegroeid.’

Blue sky

Veerle Baekelandt, gewoon hoogleraar en hoofd van de Onderzoeksgroep voor Neurobiologie en Gentherapie, is ook betrokken. ‘Als je erover nadenkt is het vreemd: als ZAP’er is één van je basisopdrachten onderzoek doen, maar de universiteit die je aanneemt voorziet niet noodzakelijk geld om dat te doen.’

‘Onderzoek kost nu eenmaal geld’, stelt Baekelandt. ‘Je hebt natuurlijk je salaris, maar daarmee kun je geen onderzoek doen.’

Een ander belangrijk argument voor basisfinanciering, is de mogelijkheid die zij biedt voor blue sky onderzoek. De drang naar resultaat maakt dat velen risico’s vermijden en er een homogenisering optreedt in de aanvragen. Blue sky onderzoek is daarentegen principieel vrij, waardoor het ‘zich niet gebonden weet door de diverse vakjes die je moet aanvinken in een competitieve projectaanvraag’, aldus Ortwin de Graef, vicedecaan Onderzoek aan de faculteit Letteren, die ook meeschreef aan de brief.

‘Onderzoekers zijn aangenomen omwille van hun wetenschappelijke capaciteiten, geef hen dan ook het vertrouwen om te bewijzen dat ze daar ook iets mee kunnen bereiken'

Ortwin De Graef, vicedecaan Onderzoek faculteit Letteren

‘Onderzoekers zijn aangenomen omwille van hun wetenschappelijke capaciteiten’, stelt de Graef. ‘Geef hen dan ook het vertrouwen om te bewijzen dat ze daar ook iets mee kunnen bereiken. Geef hen de vrijheid om daar echt over na te denken en niet snel iets te verzinnen wat past binnen het template van een aanvraag.’

Verdeelsleutel

Momenteel worden de BOF-middelen, het interne onderzoeksgeld binnen de KU Leuven, alleen op competitieve basis verdeeld. Dat wil zeggen dat onderzoekers onderzoeksaanvragen moeten indienen, terwijl lang niet alle aanvragen worden ingewilligd.

‘Er mag zeker competitie zijn’, vindt Baekelandt, ‘maar het is nu wel heel ongelijk: een deel van de onderzoekers krijgt heel veel en een ander helemaal niets.’

‘Je moet als onderzoeker eigenlijk al veel externe middelen verkrijgen: van Vlaanderen, van Europa…’, benadrukt Baekelandt. ‘Ik denk dat we beter intern onze krachten bundelen zodat we sterk staan en over tijd en energie te beschikken om externe middelen binnen te halen.’

De groep schuift bewust niet één voorstel naar voren als te nemen of te laten. Een model van basisfinanciering kan volgens hen immers op veel manieren. Uiteraard is er de mogelijkheid om de hele BOF-pot voor te behouden aan basisfinanciering.

De timing van de brief, die net voor de rectorverkiezingen wordt gelanceerd, is naar eigen zeggen overigens toevallig

Toch kan het model ook hybride zijn: een deel van de BOF-middelen zou competitief blijven, terwijl een significant deel (20 miljoen) zou worden gebruikt voor basisfinanciering. Een ZAP’er die het nodig heeft zou basisfinanciering in verschillende gradaties kunnen aanvragen. Een categorie A bedraagt bijvoorbeeld 5.000 euro per jaar voor vijf jaar, een categorie B zou 20.000 euro kunnen bevatten.

De groep stelt wel voor om voorwaarden te koppelen aan een aanvraag: zo moet de ZAP’er wel degelijk onderzoek verrichten en zou men bijvoorbeeld per periode van 5 jaar – de standaardperiode tussen twee evaluaties - minstens twee keer substantiële externe projectfinanciering moeten aanvragen.

De besteding van de middelen zou in principe vrij zijn, maar zou wel onderzoeksgerelateerd moeten zijn en dient ook achteraf te worden verantwoord. Ook is het bedrag bewust laag, waardoor het aantrekken van externe middelen noodzakelijk blijft. ‘Basisfinanciering staat niet haaks op een competitief model, maar is er juist complementair aan’, aldus de Graef.

Toevallige timing

De timing van de brief, die net voor de rectorverkiezingen wordt gelanceerd, is naar eigen zeggen overigens toevallig. Al jaren wordt over het principe van basisfinanciering nagedacht, maar door allerlei omstandigheden zijn de nota en brief pas recent geland.

‘Aansluitend op de algemene tendens om vertrouwen te geven aan ontvangers van overheidsgelden, vragen ook onderzoekers dat vertrouwen aan de academische overheid’, stellen de briefschrijvers. ‘We geloven ook dat onze alternatieve visie op onderzoeksfinanciering realistisch is, zoals buitenlandse voorbeelden aantonen.’

Eindigen doen ze met een oproep aan Rik Torfs en Luc Sels: ‘We vragen aan de kandidaat-rectoren om de KU Leuven op dit vlak in Vlaanderen een voortrekkersrol op te laten nemen.’

Tekenen kan nog steeds hier.

Reactie Luc Sels

‘Ik vind het een heel knap voorstel. Het is zeer inspirerend in zijn huidige versie. Ik vind het wel heel moeilijk om in te schatten hoe groot het draagvlak is. Ik ben iemand die niet graag beloften maakt waarvan ik niet zeker ben dat ik ze kan implementeren. Daarom ben ik in mijn voorstel voor een meer voorzichtige variant gegaan.’

‘Ik vind echter wel dat de werkgroep moet blijven bestaan en moet verder werken onder de auspiciën van een raad voor onderzoeksbeleid, zonder dat dat een garantie is dat hun voorstellen en zeker de meer uitgewerkte varianten ervan geïmplementeerd worden. Dat is voorwerp van discussie binnen de Academische Raad (centrale raad aan de KU Leuven waar alle geledingen samenkomen, red.).’

Reactie Rik Torfs

‘Het idee van basisfinanciering ben ik genegen. Ik vind dat als iemand hier aangesteld is als professor, onderzoek een deel van zijn of haar taak is. Dan moet die professor ook in staat zijn om ook de facto dat ook echt onderzoek te doen. Er moet wel nog altijd ruimte blijven voor excellentiefinanciering, waarin we een grote traditie hebben opgebouwd.’

‘De precieze modaliteiten, daar moeten we nog over nadenken. De behoeften kunnen heel verschillend zijn. Ik vind niet, en dat is ook iets waarbij ik verder zou gaan dan de brief stelt, dat je per se externe projecten moet indienen. Ik denk dat het soms kan volstaan om dossier per dossier te kijken. Neem nu bijvoorbeeld een filosoof die zegt: Ik wil geen projecten indienen want ik moet erg steunen op mijn eigen kennis die ik heb geaccumuleerd. Ik kan wél bewijzen uit mijn publicaties en uit mijn internationale carrière dat ik wel degelijk functioneer. Ik zou die man of die vrouw niet per se verplichten om projecten aan te vragen pro forma.’