Docentenevaluaties aan de KU Leuven: ‘een erg beperkte validiteit’

De wraak van het schaap en andere risico’s van studentenbevragingen als kwaliteitsgaranties

12 November 2016
Artikel
Auteur(s): Ana Van Liedekerke
De resultaten van de docentenevaluaties 2015-2016 zijn bekend. Maar het is de vraag of de studentenbevragingen zoals ze op dit moment aan de KU Leuven worden afgenomen, wel productief zijn.

Als student aan de KU Leuven krijg je na elke examenperiode de kans om online een docentenevaluatie in te vullen. Afgelopen academiejaar (2015-2016) beantwoordde 38 procent van de studenten zo'n lijst.

Annelies Govaerts van de Cel Datamanagement van de KU Leuven vergelijkt: ‘De responsgraad ligt iets lager dan vorig jaar en is gelijkaardig met die van 2012-2013.’ Wat betreft het deelnamepercentage geen grote verrassingen dus.

Na de bevraging

Na het afsluiten van de bevraging wordt voor elk opleidingsonderdeel een rapport opgemaakt. De docent krijgt als eerste inzage. Vervolgens worden de resultaten besproken in de POC-subcommissies.

Die commissies bestaan uit studenten, de programmadirecteur en ander academisch personeel. Zij plakken op basis van het rapport een label op de combinatie opleidingsonderdeel-docent. Dat kan gaan van ‘bijzondere waardering’ tot ‘bijsturing noodzakelijk’.

De resultaten stromen door naar het personeelsdossier en worden toegevoegd aan het onderwijsportfolio. Bij een lage waardering wordt een verbetertraject opgestart. Govaerts licht toe: ‘De programmadirecteur of de decaan onderwijs gaat dan in gesprek met de docent en kijkt wat er kan gebeuren om aanpassingen door te voeren.’

‘De ene studie na de andere toont aan dat docentenevaluaties een heel beperkte of zelfs geen validiteit hebben’

Andreas De Block, professor wijsbegeerte

Kritiek op de huidige rol van de evaluaties

Niet iedereen ziet echter heil in de evaluaties zoals die op dit moment uitgevoerd worden. Onder meer professor wijsbegeerte Andreas De Block is sceptisch: ‘De ene studie na de andere toont aan dat docentenevaluaties een heel beperkte of zelfs geen validiteit hebben.’

Uit de studies waarnaar hij verwijst, blijkt dat studenten niet in staat zijn de kwaliteit van het onderwijs adequaat te beoordelen.

Studenten leren niet méér van professoren die ze een hogere waardering geven. Hun evaluatie is afhankelijk van andere factoren dan de kwaliteit van onderwijs. Professor De Block licht toe: ‘Er zijn heel wat studies die tonen dat dergelijke evaluaties een bias hebben tegen vrouwen, minder knappe mannen en vrouwen enzovoort.'

Evaluaties aan de KU Leuven: “extra problematisch”

De Block ziet de evaluaties aan de KU Leuven niet als een uitzondering, integendeel: ‘De docentenevaluaties aan de KU Leuven zijn extra problematisch omdat ze afgenomen worden na de examens.’ Dan krijg je te maken met de wraak van het schaap: de gebuisde student die zijn misnoegdheid uit in de evaluaties. Of omgekeerd: de goedlachse prof die zijn lessen vult met niet ter zake doende anekdotes en achttienen geeft bij de vleet, krijgt een hoge score als beloning. Terwijl hij hen misschien weinig heeft bijgebracht.

Professor De Block ziet daar een gevaar: ‘Ik heb het sterke vermoeden dat bepaalde docenten milder zijn bij het verbeteren dan ze zelf gerechtvaardigd vinden. Dat geldt zeker voor de docenten die niet vast benoemd zijn.’

De schuld is niet in de schoenen van de proffen te schuiven: ‘In de mate dat de universiteit belang hecht aan die docentenevaluaties is die houding eigenlijk rationeel: er is duidelijk een sterke band tussen hoe streng iemand is en haar of zijn beoordeling in de docentenevaluaties.’

'Ik heb het sterke vermoeden dat bepaalde docenten milder zijn bij het verbeteren dan ze zelf gerechtvaardigd vinden'

Andreas De Block, professor wijsbegeerte

Helemaal afgeschaft hoeven de evaluaties voor professor De Block niet: ‘De waarde die ze hebben is mijns inziens vooral dat ze peilen naar een soort consumententevredenheid. Ik heb er niet zo een probleem mee dat dat gebeurt.’

Het schoentje knelt wel in de manier waarop de evaluaties worden voorgesteld: ‘Men ziet het als een middel om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken.'