‘Mondelinge examens zijn de minst betrouwbare examenvorm’

Vergeet blind grading, mondelinge examens zijn het echte probleem

11 februari 2017
Artikel
Auteur(s): Simon Grymonprez , Mika Tuyaerts
Na het voorstel om examens ‘blind’ te beoordelen is het misschien tijd om mondelinge examens onder de loep te nemen, vindt Winibert Segers (KU Leuven).

De professor Vertaalevaluatie vindt een mondeling examen de minst betrouwbare examenvorm. ‘Mondelinge examens hebben een groot validiteitsprobleem’, zegt Segers. ‘Dat betekent dat het examen niet meet wat het pretendeert te meten. Bij een mondelinge overhoring spelen bijvoorbeeld de taalvaardigheid en stress even hard mee als feitelijke kennis.’

De problematische validiteit en bias-factoren bij mondelinge examens zijn natuurlijk niets nieuws

Dat brengt natuurlijk problemen met zich mee. ‘Een student die verbaal vaardiger is, kan op die manier hogere cijfers halen dan een bedeesder iemand die de leerstof beter kent’, concludeert Segers. ‘En dan spreek ik nog niet over de manier van binnenkomen in het examenlokaal, de kledij en zelfs de stem van de student. Dat zijn allemaal zaken die het oordeel van de examinator beïnvloeden.’

Halo- en horn-bias

De problematische validiteit en bias-factoren bij mondelinge examens zijn natuurlijk niets nieuws. Opvallend is evenwel dat in Vlaanderen, zeker aan de KU Leuven, de praktijk van mondelinge examens graag en veelvuldig gehanteerd wordt, terwijl in het buitenland en vooral in de Angelsaksische wereld mondeling examineren met veel wantrouwen wordt bekeken.

De problemen zijn legio: sociologische (arm-rijk) en cultuurverschillen spelen een grote rol in wat wetenschappers de ‘oral performance’ noemen. De (onbewuste) vooroordelen zijn gekend: zowel van de kant van de student als van de examinator, die een grote rol speelt in het mondeling examen. De hoeveelheid ‘hulp’ die de examinator geeft is zo cruciaal. Deze is vaak erg verschillend en zo (nogmaals: onbewust) een factor die het uiteindelijke resultaat beïnvloedt. Wie ooit mondelinge examens heeft afgelegd, weet dat de examinator bijvoorbeeld bij de ene student meer geduld opbrengt dan bij de andere.

'Onder stress kennis uiten is een belangrijke competentie’

Katrien Struyven, VUB

Daarbovenop speelt bij traditionele mondelinge examens het niveau-verschil in vragen een grote rol. Studies wijzen ook uit dat discriminatie ten opzichte van minderheden een rol kan spelen, al is dat contextgebonden. In bepaalde gevallen geldt hetzelfde voor vrouwelijke studenten, zoals wanneer sprake is van de ‘halo- of horn-bias’, cognitieve vooroordelen die door de aan- of afwezigheid van een bepaalde kwaliteit de aan- of afwezigheid van andere kwaliteiten of kenmerken suggereert. In bepaalde studies worden vrouwelijke studentes zo benadeeld als het gaat om wetenschappelijke onderwerpen, zoals bijvoorbeeld chemie.

Altijd subjectief

Het afschaffen van mondelinge examens is uiteraard niet zaligmakend. Katrien Struyven, hoofddocent Educatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel: ‘Je moet je inderdaad afvragen of je bij een mondeling examen faalangst of kennis meet. Het is natuurlijk de bedoeling van mijn vakgebied om meetfouten zo klein mogelijk te houden.’

‘Anderzijds begrijp ik dat sommige proffen een mondeling examen willen houden, het laat immers toe om dieper in te gaan op antwoorden van studenten. Het kan zelfs dat kennis uiten onder - soms stressvolle - situaties een competentie is die belangrijk geacht wordt’, vindt Struyven. ‘Studenten zullen het waarschijnlijk ook in hun latere leven moeten kunnen.'

Bestaat er dan al zoiets als een ideale examenvorm? Segers ziet de oplossing vooral bij de examinatoren: ‘Lesgever en beoordelaar zijn voor mij twee verschillende rollen. Beide rollen zouden idealiter door twee verschillende personen moeten worden ingevuld. Als dat niet gebeurt, ontstaan er betrouwbaarheids- en validiteitsproblemen en zal de evaluatie altijd subjectief zijn.’

Struyven heeft bedenkingen. 'Als je ten gronde over het concept evaluatie nadenkt, zal daar altijd een vorm van subjectiviteit in zitten. Immers, elke lesgever kan niet zomaar ‘vervangen’ worden door een beoordelaar. Bij examens die vooral draaien rond eenvoudige beheersing van inhouden die elke expert in het domein heeft, kan zoiets makkelijk. Bij specialisatie en complexe beheersing van inhouden en competenties is zoiets veel moeilijker en is het deskundige oordeel van de expert belangrijk. Lesgeven en evaluatie zijn dan inherent verbonden.'