Nieuw Leuvens stadsgezelschap Cie Tartaren

Egoboost voor sociaal-artistieke werking

06 December 2015
Artikel
Auteur(s): Evelyne Van Hecke
De Stad Leuven kroonde een derde gelukkige tot stadsgezelschap. Naast Het nieuwstedelijk en fABULEUS krijgt nu ook de sociaal-artistieke Compagnie Tartaren een oorkonde.

In vergelijking met de andere twee stadsgezelschappen, heeft Compagnie Tartaren een wel erg eigen insteek: het theatergezelschap maakt voorstellingen voor en door maatschappelijk kwetsbare groepen. “De Tartaren zijn gelukkig,” vertelt artistiek coördinator Wim Oris, “want dit is een erkenning van jarenlang hard werken.”

Dankzij de erkenning krijgen niet alleen de maatschappelijk kwetsbare spelers zelf, maar ook de Leuvense sociaal-artistieke werking een stevige egoboost. “Hiermee bevestigt het stadsbestuur het belang van sociaal-artistieke werk, waarbij het sociale en het artistieke evenwaardig zijn,” licht Denise Vandevoort (sp.a), schepen van cultuur toe.

“De Tartaren vervullen die rol met glans,” vervolgt ze. “Ze combineren de buurtgerichte, lokaal verankerde werking met hoog artistiek niveau dat zijn plaats heeft binnen het Vlaamse kunstenveld.”

Dat zo’n erkenning een welkom statement is voor sociaal-artistiek werk, bevestigt ook Oris: “Het is zoals een zekeringskast. De noodschakelaar werd opgezet door de Vlaamse overheid, maar nog niet alle schakelaartjes waren opgezet. Leuven schakelt er nu één in voor ons.”

Die erkenning is niet enkel om aan de muur te hangen

Oris doelt daarmee op een transitie in de kunsten: “In 2006 werd sociaal-artistiek werk mee opgenomen in het kunstendecreet. De transitie heeft tijd nodig om zich volwaardig te ontrollen, maar dat wordt moeilijk als het niet gelijkwaardig behandeld wordt. Onze output verschilt van bijvoorbeeld Abattoir Fermé (een gerenommeerd theatergezelschap red.), maar is artistiek volwaardig.”

PRIJSKAARTJE

De erkenning als stadsgezelschap is niet enkel iets om aan de muur te hangen, maar heeft ook praktische gevolgen. De stad levert voor zijn stadsgezelschappen namelijk inspanningen op financieel, logistiek en communicatief vlak.

“Zo stelt de stad niet alleen zalen ter beschikking, maar voorziet ook een prominente plaats in het programma en de communicatie van het cultuurcentrum 30CC,” belooft Vandevoort.

Dat is uiteraard een goede zaak voor de Tartaren. “Nu zullen we minder moeite moeten doen om 30CC te overtuigen ons te ondersteunen,” vertelt Oris.

De stad trekt in totaal jaarlijks 140.000 euro uit om haar drie stadsgezelschappen te steunen. Een stevige duw in de rug, vindt ook Vandevoort: “Zowel fABULEUS als Braakland/ZheBilding (nu Het nieuwstedelijk, red.) boekten hun grootste successen na hun eerste erkenning als stadsgezelschap.”

Voor dat alles willen Oris en zijn Tartaren iets terugdoen: “Het is ons engagement om nu nog straffer werk te maken vanuit de mensen.”