Rectoren zetten politieke druk voor soepele kennismigratie

Complexe staatsstructuur maakt het moeilijk om aan de oproep gehoor te geven

12 November 2019
Analyse
Auteur(s): Pieter Jespers
Een zoekjaar en uitbreiding van de gastovereenkomst voor kennismigranten, dat vragen de elf Belgische rectoren. Europese richtlijnen leveren munitie om het Belgische complex aan te manen tot actie.

De Vlaamse Interuniversitaire raad (VLIR) legde eind vorige maand haar rapport voor met aanbevelingen rond kennismigratie. In De Tijd verscheen een gezamenlijk pleidooi van de rectoren met deze aanbevelingen. De vraag of ze daarmee politieke druk zetten of juridisch een punt hebben over de gebrekkige of niet-omzetting van artikelen uit Europese richtlijnen werpt zich hier nadrukkelijk op. Bovendien blijkt dat de schuld eenvoudig van het ene niveau naar het andere geschoven kan worden in ons land.

Kennismigratie: Vlaams en federaal

'Kennismigratie' omvat twee onderdelen: verblijf en arbeid. Het verblijf is een federale bevoegdheid, de toegang tot de arbeidsmarkt is sinds de zesde staatshervorming (2014) volledig gewestelijke materie. Studenten-onderzoekers zijn werknemers, waardoor ze onder de Vlaamse Single Permit procedure vallen. 

Die Single Permit is sinds 1 januari van dit jaar in voege (al moest ze eigenlijk al tegen 25 december 2013 omgezet zijn). In deze procedure moeten alle economische migranten aanschuiven bij de federale overheid voor een gecombineerde werk-verblijfsvergunning, met lange procedures tot gevolg. In de federale wetgeving waren zij onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van een arbeidsvergunning. Maar dat voordeel is dus weggevallen bij de zesde staatshervorming. 

Het kabinet van Maggie De Block, de federale Minister belast met Asiel en Migratie, zit dikwijls verveeld met de kwaaltjes van de Belgische staatsstructuur: 'Er moet telkens overleg gepleegd worden met de deelstaten om samenwerkingsakkoorden af te sluiten, waarmee elk deelstaatparlement zich dan ook nog akkoord moet verklaren.'

De Single Permit is sinds 1 januari van dit jaar in voege (al moest ze eigenlijk al tegen 25 december 2013 omgezet zijn)

Zoekjaar

Na het afstuderen of het afronden van een onderzoeksproject kunnen niet-EER studenten of onderzoekers niet doorstromen naar de Belgische arbeidsmarkt. Daarom poneerde de Europese richtlijn 801 in 2016 het idee van een zoekperiode. Daarin krijgen studenten en onderzoekers de kans om een job te vinden of een onderneming te starten in hun gastland nadat de termijn waarvoor ze op het grondgebied mochten verblijven voor hun studie of onderzoek was overschreden. 

De EU stelde negen maanden voor in artikel 25, maar in Nederland is er regelgeving gekomen die deze periode uitbreidde tot twaalf maanden, het zogenaamde 'zoekjaar'. Dat jaar kan men tot drie jaar na het beëindigen van het gastverblijf opnemen.

Wat betreft de niet-omzetting van de bepaling van het zoekjaar bestaat er weinig juridische twijfel: de federale overheid blijft hier in gebreke. Ze geeft dat ook zelf toe. Het kabinet De Block meldde onze redactie dat het zoekjaar momenteel nog wordt omgezet in Belgisch recht, omdat andere richtlijnen voorrang hadden verkregen, zoals de gecombineerde vergunning of Single Permit. Het staat reeds ingeschreven in het interfederaal samenwerkingsakkoord van 2 september 2019, maar moet nu nog in wetten gegoten worden.

Toch heeft Steven Bouckaert, docent Vreemdelingenrecht aan de KU Leuven, een zalvend woordje over voor de federale overheid: 'De beleidsmarge in lid twee e.v. van artikel 25 - ook al hebben ze slechts betrekking op een aantal modaliteiten (voorwaarden voor niet toekennen of inkorten zoekjaar, red.), niet op het principe - lijkt mij moeilijk verenigbaar met het aanvaarden van een rechtstreeks, afdwingbaar recht. Maar recht is op dit punt geen wiskunde. Een andere interpretatie van deze kwestie is dus niet uitgesloten.'

Volgens het VLIR-rapport zullen de wachttijden oplopen van één maand naar drie-en-een-halve maand.​​

Waar Koen Verlaeckt, secretaris-generaal van VLIR, een unieke positie ziet voor de kennisinstellingen en een bijbehorend specifiek kennismigratiebeleid, ziet Bouckaert het anders: 'De universiteiten claimen als werkgever een bijzondere positie. Kennismigratie is zo’n begrip dat zou moeten verwijzen naar mensen die naar hier komen om te studeren of onderzoek te verrichten. Maar als het echt gaat om het aantrekken van arbeidskrachten, valt dat onder de regel van arbeidsmigratie (bijvoorbeeld het ZAP, red.).'

Toch betekent dit niet dat de Europese richtlijn 98 van 2011 (betreffende de enkelvoudige procedure voor een gecombineerde vergunning) gebrekkig is omgezet zoals de rectoren stellen, tenzij ze het zouden hebben over de timing. De procedure is gemiddeld nog steeds sneller afgerond dan de vier maanden die in de Europese richtlijn als maximum worden geformuleerd.

Gastovereenkomst

Volgens Verlaeckt zette de federale overheid met de gastovereenkomst (2007) destijds in op de maximale responsabilisering van de kennisinstellingen: 'Als de onthaalinstelling op een lijst stond van erkende kennisinstellingen van de federale overheid kon men zelf het dossier in orde brengen. Op die manier konden wij veel werkdruk weghouden van de administratie, federaal, maar nu ook gewestelijk. Dat liet ons toe om een dossier binnen de dag af te handelen. Daarna kon de visumaanvraag (visum: document nodig bij aankomst, red.) beginnen lopen en binnen de maand stond die onderzoeker dan in België.'

De gastovereenkomst moet volgens het VLIR nu uitgebreid worden voor onder meer gedetacheerden, gastprofessoren en ZAP (gewoon hoogleraar, hoogleraar, hoofddocent, docent, tenure track docent). De uitbreiding is echter niet prioritair, zegt Verlaeckt. Wel wil men koste wat kost vermijden dat de gastovereenkomst wordt ingekanteld in de Single Permit procedure: 'Dan zit je in een verhaal waarbij wij zeer bevreesd zijn dat de flexibiliteit die we nu hebben met de gastovereenkomst wegvalt. Flexibiliteit wil hier niet zeggen dat we beschikken over een instrument om de regeltjes te buigen.' Volgens het VLIR-rapport zullen de wachttijden oplopen van één maand naar drie-en-een-halve maand.

'Het is hoe cynisch ook een golden opportunity om het parlement met haar wisselmeerderheden te bewerken'

Koen Verlaeckt, secretaris-generaal VLIR

Bouckaert benadrukt dat er geen strengere voorwaarden komen voor kenniswerkers, maar dat ze wel dezelfde centrale procedure zullen moeten doorlopen als elke economische migrant. 'Hoe ga je aan een andere werkgever uitleggen dat hij wel vrede moet nemen met de Single Permit procedure voor internationale werkkrachten, als de universiteiten dat niet moeten doen?'

Politieke opportuniteit

Aanleiding voor het opiniestuk situeert Verlaeckt bij de casuïstiek, cijfers zijn er volgens hem niet. 'We krijgen veel signalen van andere publieke kennisinstellingen, zoals de strategische onderzoekscentra, Imec, VIB, VITO, maar ook van de industrie, bijvoorbeeld Johnson & Johnson, Janssen Pharmaceutica en Beer City.'

'Wij mikken op deze periode omdat we de eerste problemen zien opduiken met de implementatie. Zo werden er bijvoorbeeld verkeerde visa afgeleverd, en zien we dat gemeenten die betrokken worden in de administratieve molen rond de verblijfsvergunning op bepaalde plaatsen beter geïnformeerd zijn dan op andere. Dit creëert rechtsonzekerheid.'

'Ten tweede zetten in het Vlaams regeerakkoord een aantal passages in op excellentie, innovatie, het promoten van Vlaanderen in het buitenland en het aantrekken van buitenlands talent. Die doen ons denken dat we het ijzer nu moeten smeden.'

Het VLIR mikt ook op het federaal parlement, waar nu aan de lopende band wetgevende initiatieven worden genomen: 'Verschillende coalities, die niet noodzakelijk een afspiegeling zijn van de bestaande regeringscoalitie, vinden elkaar momenteel. Het is een beetje cynisch, maar het is eigenlijk een golden opportunity om het parlement te bewerken.'

ZAP: Zelfstandig Academisch Personeel

Voor wie zelf een kijkje wil nemen in het VLIR-rapport: 
www.vlir.be/beleidsdomeinen/internationalisering/#tab_2