Stage lopen in een vluchtelingenkamp

Ontwikkelingshulp of educational tourist?

29 November 2017
Longread
Auteur(s): Benno Debals
Sinds enkele jaren stuurt het departement architectuur studententeams naar vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten. Studenten Urban Design kunnen er meteen aan de slag en hopen een impact te maken.

Talbieh, Husn en Jerash zijn niet meteen de eerste steden waar je aan denkt om een stage te lopen. Toch worden er vanuit het departement architectuur al enkele jaren studenten naar vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten gestuurd voor thesisonderzoek. Dit gebeurt in samenwerking met de UNRWA, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties die zich richt op hulp en ontwikkeling van Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten.

Professor Lieven De Cauter, copromotor van de thesissen, verduidelijkt: ‘Al een aantal generaties studenten deden groepsthesissen rond camp improvement in vluchtelingenkampen in Jordanië. Die thesissen waren in groep aangezien het onderzoek op zich zeer complex was. In het kader daarvan werden studenten op veldonderzoek gestuurd naar de kampen zelf. Het grootste architecturaal probleem is de tijdelijke aard van de kampen. Ze zijn bevroren in een tijdelijkheid: hoewel ze al decennia bestaan, zijn ze wegens het recht op terugkeer principieel tijdelijk. Daarom is het belangrijk dat er goed onderzoek wordt gedaan om de kampen te verbeteren.’

'Het is belangrijk dat er goed onderzoek wordt gedaan om de kampen te verbeteren.'

Professor Lieven De Cauter

Wouter Luysterman en Machiel Van Nieuwenhove zijn twee zo'n studenten die in Jerash, ten noordoosten van Amman, hun stage hebben gedaan en een thesis hebben geschreven. Van Nieuwenhove vertelt hoe de stage eraan toe ging: ‘Er was zeer veel veldwerk: bestuderen hoe het kamp in elkaar zit, hoe de mensen leven, hoe de commerciële activiteiten in elkaar zitten, hoe de mensen zich verplaatsen, welke straten al dan niet belangrijk zijn, commerciële en religieuze centra spotten, scholen in kaart brengen enzovoort. De grootste focus lag uiteindelijk op de omgeving. In het kamp wonen ±20.000 vluchtelingen, maar rondom het kamp zijn nog een hele hoop dorpen die daar ontstaan zijn omdat het kamp te klein werd.’

Aan hun stage hebben beide oud-studenten zeer positieve herinneringen. Veldwerk ging vlot en ook de sociale factor zat steeds goed. ‘We hadden een grote ondersteuning van UNRWA staff, Palestijnse vrijwilligers en de Camp Manager van Jerash’, verklaart Luysterman. ‘We hadden ook een lokale promotor, wat maakte dat we meer voeling kregen met de complexe realiteit. Zonder die begeleiding zouden we niet ver geraakt zijn. Veldwerk gebeurde telkens met vrijwilligers, die uiteraard ook onmisbaar waren voor vertalingen en het leggen van contacten. We leerden hen beter kennen via bijvoorbeeld uitstappen naar het prachtige Dibbeen Natural Reserve. Ook waren er tijdens de dag voldoende momenten om elkaar beter te leren kennen.’

Een grote praatshow

Hoewel de ervaringen wel altijd goed zijn, verloopt niet alles van een leien dakje. Het onderzoek mag dan wel gebeurd zijn, maar wat wordt er effectief mee gedaan? Professor De Cauter spreekt van een logge en bureaucratische bedoening bij de UNRWA, die ervoor zorgt dat studenten op hun honger blijven zitten als het gaat om de realisatie van hun onderzoek. Studentenonderzoek wordt niet altijd beloond en dit is weer maar eens een voorbeeld van die sombere realiteit.

Zeker Van Nieuwenhove kan getuigen van die trage verwerkingssnelheid van de VN. Hij keerde na zijn studies terug naar het kamp met het idee er drie maanden stage te lopen bij een project van de UNRWA, die net een donatie had gekregen om een aantal projecten te implementeren in het kamp. Zelfs na zijn vertrek drie maanden later, was er nog geen enkele vacature uitgeschreven voor desbetreffend projectteam. Vanuit de UNRWA was het slecht voorbereid en kwam er (voorlopig) niets in huis qua implementaties.

'De VN is een grote praatshow, waar dingen wat achterhaald zijn en traag gaan.'

Machiel Van Nieuwenhove

‘Je kan ergens wel stellen dat we educational tourists zijn,’ verduidelijkt Van Nieuwenhove. ‘Het is interessant voor ons om dat onderzoek te doen maar inderdaad, wat gebeurt er met die thesis? We doen ons best om ontwerpen te maken die realiseerbaar zijn, of onderzoek dat aanzet geeft tot verder onderzoek. Maar dat blijft vaak liggen bij de VN. En de VN is globaal gezien een grote praatshow, waar dingen wat achterhaald zijn en traag gaan. In die zin kun je inderdaad zeggen dat het kamp als uniforme entiteit niet zoveel aan dat onderzoek heeft.’

Luysterman probeert het enigszins te relativeren: ‘Wel moeten we uiteraard in alle eerlijkheid en nederigheid voor ogen houden dat het niet vanzelfsprekend is voor UNRWA om door ons onderzoek prompt verbeteringswerken in het kamp uit te voeren. Ten eerste is alles buiten het kamp volledig buiten UNRWA’s verantwoordelijkheid. Ten tweede zijn de prioriteiten van UNRWA voornamelijk in de medische basiszorg en het onderwijs.’

De kracht van architectuur

Niet alle studenten leggen zich neer bij die trage realisatie van hun onderzoek. Uit het jaar voor Luysterman en Van Nieuwenhove ontsprong al een initiatief rond de renovatie van shelters. Van Nieuwenhove zelf startte ook zijn eigen non-profitorganisatie na zijn teleurstelling bij de UNRWA. Naast zijn stage kreeg hij genoeg tijd en ruimte om zelf op onderzoek te gaan.

Van Nieuwenhove getuigt: ‘Ik ontdekte dat er in andere vluchtelingenkampen een aantal organisaties daktuinen hadden gebouwd. Ik zag dat als een interessante onderneming. Vorig jaar ben ik dan mensen bij elkaar beginnen zoeken die bezig waren met ontwikkelingssamenwerking, landbouw en groene technologie. Zo hebben we een team opgesteld en dan zijn we in januari begonnen met pilootprojecten in downtown Amman. We zijn ondertussen geregistreerd in België als vzw. Het idee is om daktuinen te bouwen in Palestijnse kampen en Amman en overwegend met gerecycleerd materiaal te werken. Ondertussen zijn de installaties voor een eerste project in het kamp klaar. Het is nog even wachten op structurele ingrepen in het gebouw in kwestie voor we een serre kunnen bouwen en de installaties operatief zijn.’

'Het idee is om daktuinen te bouwen in Palestijnse kampen en Amman en overwegend met gerecycleerd materiaal te werken​.'

Machiel Van Nieuwenhove

De thesissen mogen dan wel blijven liggen bij de UNRWA, toch blijkt er een andere kracht te schuilen achter het veldwerk van de studenten. 'Ondanks het feit dat een thesis niet integraal gerealiseerd wordt, lijkt me de hele opzet van de samenwerking niet zinloos', voegt Van Nieuwenhove toe. 'De vele jonge vrijwilligers, die studenten en onderzoekers helpen door op te treden als vertalers en contactpersonen binnen de kampgemeenschap, zijn doorheen hun jarenlange ervaring uitgegroeid tot onvoorstelbaar sterke leiders binnen die gemeenschap. Ze zetten nu zelf projecten op touw die veel meer kans op slagen hebben dan ingrepen van buitenaf omdat ze dichter bij de gemeenschap staan en gestaag kunnen groeien.’

Maar niet iedereen is even blij met de komst van de blanke westerling. Van Nieuwenhove probeert het scepticisme tegenover de aanwezigheid van Europeanen en Amerikanen te relativeren: ‘Samenwerkingen tussen de KUL en UNRWA mogen dan niet het gewenste effect hebben qua implementering, ze tonen wel dat we de Palestijnse diaspora niet vergeten. Ondanks het feit dat de Palestijnse kwestie meer en meer naar de achtergrond van de globale agenda verdwijnt, toont de aanwezigheid van buitenlandse studenten dat de vluchtelingen, die sinds generaties lang in kampen leven, er niet helemaal alleen voor staan.’