Voor elk wat wils: zweefvlieger

Koffieklets in de lucht

09 December 2016
Interview
Auteur(s): Arne Sonck
Griet Vervoort is bio-ingenieur en zweefvliegster, en die dingen liggen minder ver uiteen dan je zou denken. ‘Bij een noodlanding beland je al gauw in een veld tussen de koeien.’

Hoe ben je begonnen met zweefvliegen?
Griet Vervoort: 'Ik was veertien jaar zwemster, maar dat was ik beu. Toen ben ik beginnen bladeren in het sportaanbod aan de KU Leuven en ben ik bij zweefvliegen terechtgekomen. Ik ben dan in de winter begonnen met theorielessen. Dat is de fysica van stabiliteit in de lucht, zweefgetallen, regelgeving … In februari ben ik dan voor het eerst naar het vliegveld gegaan. Dan bouw je mee de vlieger op en kan je eigenlijk direct beginnen vliegen.'

'In het begin zit er wel nog een instructeur achter je, die leert je de basis. Als hij dan denkt dat je er klaar voor bent mag je alleen vliegen rond de vlieghaven. Na een aantal proeven en een theoretisch examen krijg je een licentie en mag je overland vliegen, dat betekent dat je niet bij het vliegveld moet blijven maar in alle vrije zones mag vliegen.'

'Zweefvliegen is vaak meer koffieklets in de lucht dan iets anders'

Hoe lang blijf je normaal zweven?
'Dat hangt af van het weer. Je hebt thermiek, dat is warme opwaartse luchtstroming, nodig om te stijgen. Dus als er weinig zon is of het weer te stabiel is, sta je meestal na twee minuten vliegen weer op de grond, bij goed weer blijf je soms tot twaalf uur in de lucht.'

'Onder schapenwolkjes zit thermiek, daar moet je naartoe. Meestal zie je ook wel waar goede thermiek is, doordat daar een heleboel andere zweefvliegers aan het rondcirkelen zijn. Als zweefvlieger ben je bijna nooit alleen. Dat is eigenlijk heel gezellig. Er zijn vrije radiofrequenties waar iedereen op zit te zeveren. Eigenlijk is zweefvliegen vaak meer koffieklets in de lucht dan iets anders.'

Wat als er geen thermiek meer is?
'Als je over land vliegt moet je altijd opletten dat je weer terug geraakt. Je vliegt eigenlijk van thermiekbel naar thermiekbel. Soms is er nergens meer thermiek te vinden en dan moet je een buitenlanding maken. Dan hoop je normaal op een vliegveld waar je mag landen, maar anders zoek je gewoon een goed grasveld. Dan bel je iemand met de aanhangwagen, je haalt de vlieger uit elkaar en hup je vertrekt.'

'Bij zo'n buitenlanding beland je wel vaak tussen de koeien'

'Bij zo’n buitenlanding beland je wel vaak tussen de koeien en die zijn nogal nieuwsgierig. Dan moet je die weghouden van je vlieger. Je moet ook altijd checken hoeveel koeien er staan want als er maar eentje staat, moet je niet landen! Een eenzame koe is geen koe maar een stier en daar wil je niet naast landen. (lacht)'

'En dan eens je in die wei ligt, hoop je dat de boer niet al te lastig doet. Soms is die vriendelijk, doet die een fles wijn open en helpt die je eruit. Soms moet je de politie bellen omdat hij je niet laat vertrekken.'

Is er veel gevaar op neerstorten?
'Je moet echt al heel veel moeite doen om zo’n vlieger te laten neerstorten. Die zijn daarop voorzien, dat zijn enorm gestroomlijnde toestellen, zelfs instructeurs moeten moeite doen om zoiets in spiraalduik te trekken. Er kan wel iets voorvallen als bijvoorbeeld je pinnen niet goed verzekerd zijn, maar normaal check je alles sowieso twee keer.'

'Er zijn dit jaar wel al veel zweefongevallen gebeurd, ik denk vijf. Dat is meestal met landingen, als ze verkeerd inschatten hoeveel ruimte ze nog hebben en dan tegen de bomen zitten en hup, vleugels eraf.'

Is dat geen enorm dure hobby?

'Dat hangt af van je start. Er zijn drie manieren om te vertrekken. Je kan bij een sleepstart vertrekken, dat doe ik in Zwartberg, en dan trekt een ander vliegtuig je de lucht in. Dat is ook wat zweefvliegen zo duur maakt. Je moet steeds de benzine van het vliegtuig dat je trekt betalen. Dat komt op zo’n dertig euro per vlucht, als er dan slechte thermiek is en je moet vijf keer starten op een dag ben je al vlug 150 euro kwijt.'

'Je kan je ook de lucht in laten trekken door een tractorachtige motor, dat is de lierstart. Of je hebt zelfstarter, dan moet je een motor in je vliegtuig hebben. Bij de lierstart betaal je zes tot tien euro, maar dat hebben we niet in Zwartberg.'

Jullie moeten je vlieger ook steeds zelf opbouwen?

'Ja, dat is letterlijk een bouwpakket. (lacht) Je hebt dus zo’n superlange remorque waar je dan je vleugels en je romp vanaf haalt en dan steek je dat zelf ineen. Bij een twin, een tweezitter van onze club, weegt zo’n vleugel 70 kilo. Dat doe je dus best niet alleen.'

Hoe weet je waar je mag vliegen?

'Er is een website die je op voorhand altijd eerst moet checken. Daarop staat waar je kan vliegen, welke zones bezet zijn, bijvoorbeeld als daar opeens een airshow is. Sommige zones, zoals boven een kerncentrale of bijvoorbeeld Pukkelpop zijn altijd verboden. Golfterreinen zijn typisch voor zweefvliegers, dat is ongecontroleerd luchtruim, daar mag je vliegen.'

'Als je de grens overgaat is dat ook opeens een heel andere regeling. Voor zweefvliegen moet je eigenlijk heel wat regelgeving kennen. Je hebt ook steeds een radio mee, dus als je een zone wit binnengaan roep je iemand op en vraag je of je mag binnenvliegen.'

'Het kan altijd dat je moet kotsen in de lucht, maar er hangen kotszakjes hé. Dat komt ook voor als je er wat lang in zit'

'Boven of in de wolken vliegen mag niet, want wij vliegen visual, je kan op instrumenten vliegen, maar wij doen alles op zicht, dus in de wolken of ‘s nachts vliegen mag niet. Dronken mag ook niet, je hebt ook fit to fly regels: voel ik me fysiek goed, mentaal goed ... Het kan altijd dat je moet kotsen in de lucht, maar er hangen kotszakjes hé, dat komt voor als je er wat lang in zit. (lacht)'