5 redenen om mee te doen aan Dagen Zonder Vlees

Recepten met impact

25 februari 2017
Artikel
Auteur(s): Eva Sevrin
De meeste studenten onder ons zullen de opwarming van de aarde niet ontkennen. Het is echter moeilijk om je niet machteloos te voelen, wanneer de Trumps van de wereld geen zier geven om het milieu.

Het idee heerst dat de opwarming van de aarde gestopt moet worden door politici, verdragen en globale maatregelen. Dat is zeker zo, maar daarnaast is de perceptie fout dat je als individu machteloos staat. Dagen Zonder Vlees is een realistisch initiatief. Een kleine aanpassing in je eetgewoonten heeft meer impact dan je denkt.

1. Uitstoot

De opwarming van de aarde, dat komt toch omdat we te veel met de auto rijden? Je moet er maar eens op letten, wanneer een krant een artikel brengt over CO2-uitstoot prijkt er steevast auto’s met roetachtige uitlaat als themabeeld. Maar een koe stoot methaangas uit, een broeikasgas dat ongeveer 30 keer meer effect heeft dan CO2 (ja, dit zijn dus koeienwinden). De vleesindustrie is zelfs verantwoordelijk voor meer uitstoot van broeikasgassen (18% van de totale uitstoot) dan alle globale transport samen. Volgens Laurens De Meyer van Dagen Zonder Vlees stoot een koe in een jaar meer broeikasgassen uit (in CO2 equivalent) dan een Porsche Cayenne die 15.000 km rijdt (de gemiddelde afstand die de Belg op een jaar met de auto aflegt). Elke dag dat je geen vlees eet, spaar je dus 15,2 km met de auto uit.

2. De gigantische omvang van de industrie

De vleesindustrie bestaat hoofdzakelijk uit vier grote diersoorten: kippen, koeien, schapen en varkens. Wereldwijd zijn er ongeveer 20 miljard kippen, 1,5 miljard koeien, 1,2 miljard schapen en 1 miljard varkens. In België zijn er meer dan drie keer zoveel kippen dan inwoners. Deze dieren moeten niet enkel gevoed worden, maar daarnaast nemen ze ook ontzettend veel plaats in. Meer dan één vierde van het ijsvrije aardoppervlak wordt gebruikt voor het vee, en als je daar de ruimte van het veevoedsel bij telt loopt het op tot één derde van het ijsvrije aardoppervlak. Minstens 73% van de ontbossing van het Amazonewoud is hieraan te wijten.

In België bijvoorbeeld, voeren we volgens De Meyer de helft van het benodigde veevoer in. Dit veevoer komt meestal uit Latijns-Amerika, waar het kostbare amazonewoud hiervoor wordt gekapt. Helaas neemt het aantal vegetariërs op onze planeet af (vooral doordat landen zoals China en India steeds meer vlees gaan eten). De harde realiteit is echter dat het aardoppervlak niet groot genoeg is om alle zeven miljard mensen vlees te laten eten zoals de gemiddelde Europeaan. Meer zelfs, de aarde kan maar 2,5 miljard omnivoren met Amerikaanse eetgewoonten voeden. Dat terwijl onze planeet 10 miljard vegetariërs zou kunnen voeden.

3. Efficiëntie

Een argument voor de meer pragmatische geesten aan deze universiteit is de efficiëntie van vleesproductie. De vorm van voedselvoorziening vereist meer energie dan ze oplevert. De Meyer haalt aan dat 90% van de energie uit de voeding van koeien verloren gaat als warmte en mest. Slechts 10% gaat naar de uiteindelijke vleesproductie. Met de hoeveelheid plantaardig materiaal die je nodig hebt voor het voeden van een persoon met rundvlees, kan je acht vegetariërs voeden. Hierbij kan je - voor dezelfde pragmatische geesten uit de E-bib - toevoegen dat het ook nog eens goedkoper is om geen vlees te eten!

4. Waterverbuik

Een bijkomend nadeel aan de vleesindustrie is dat de dieren uitwerpselen produceren eten, en drinken om mensen van eten te voorzien. De Meyer stelt dat je voor een kilogram rundvlees 15.000 liter water nodig hebt. Ter vergelijking: voor een kilogram groenten is 300 liter water nodig. Dat is letterlijk 50 (!) keer minder water. Volgens een rapport van de Verenigde Naties is de vleesindustrie ook hoogstwaarschijnlijk de grootste vervuiler van water. Zo draagt het bijvoorbeeld bij tot de vervuiling en eutrofiëring - waarbij de mest in het water terecht komt en zo door een overmaat aan voedingsstoffen de biodiversiteit sterk afneemt - van het grondwater maar ook tot het veroorzaken van zogenaamde dead zones in de oceanen.

5. Het ethische aspect

Vee wordt gekweekt met slechts een doel: zo snel mogelijk zo veel mogelijk vlees opleveren. Daarbij worden ze gefokt op bepaalde eigenschappen die pijnlijke en gevaarlijke gevolgen hebben voor de dieren zelf. De uiers van melkkoeien zijn pijnlijk groot geworden, kippen groeien sneller dan hun lichaam aankan.

Slechts een marginaal deel van de eigenlijke vleesconsumptie draagt een 'diervriendelijk' label (en er kan nog gediscussieerd worden over de waarde van zo’n label). Maar biovlees is veel duurder: een kip die een diervriendelijk label verdient is minstens drie kwart duurder in Vlaanderen dan een ‘standaardkip’ (en wij zijn arme studenten). Daarnaast zou een vleesindustrie van de huidige omvang waar alle dieren genoeg plaats en ruimte krijgen geen duurzame ecologische oplossing zijn, denk maar aan het plaatsgebrek dat punt twee aanhaalt.

Is de vleesindustrie uitbuiting? Absoluut ja. Maar heeft de mens het recht om deze dieren uit te buiten, omdat ze ‘minder ontwikkeld zijn en daarom minderwaardig’?

Talloze onderzoeken hebben aangetoond dat de cognitie van veedieren geavanceerd en grondig ontwikkeld is. Zo zijn varkens intelligenter dan peuters, sommige mensen met een verstandelijke beperking en ouderen met dementie. Het argument dat we deze menselijke wezens niet mogen uitbuiten omdat ze cognitief zwakker zijn kan evengoed toegepast worden op dieren.