Brihang is de grootste rapper

Navraag

16 maart 2020
Interview
'Ik wacht op een artikel / liefst 1 volle pagina met de koptitel / "BRIHANG IS DE GROOTSTE RAPPER" / Geschreven in de grootste letters.' Alweer een wens die voor de rapper in vervulling gaat.

Afgezien van het bittere gemberbrouwsel dat hij krijgt voorgeschoteld in het café waar we hebben afgesproken - 'Ik heb nog nooit zoiets slechts gedronken' - gaat het Brihang voor de wind. Zijn single Steentje ging viraal, hij verkocht de AB uit en de aanvragen voor shows blijven binnenstromen. Hij komt binnen met brede broek en petje: een hiphopper pur sang. 'Zo is het begonnen, die teksten van hiphop, zo nice en cool, en heel die klederdracht.' Brihang blijft proberen, herdenken en zijn zoeken thematiseren. Titel van zijn laatste album: CASCO.

'Ik was op zoek naar een huis om te kopen. Op een bepaald moment gingen we kijken naar een casco appartement. Ik kende dat woord nog niet destijds. De verkoper vertelde me wat het betekent, "een kast en je moet die nog zelf invullen. Je kunt alle richtingen uit". Bij iemand die constant met muziek bezig is en teksten is aan het schrijven, doet zoiets belletjes rinkelen.'

Hoe komt zo'n album tot stand?
'Dat is een lang stappenplan. Voor mij duurt dat ongeveer drie jaar. Sommige mensen kunnen dat sneller, maar ik doe er liever langer over, omdat ik wil dat het echt een puzzel is die klopt. Je moet het dan ook als album beluisteren, als verhaal.'

'Sinds mijn plaat uit is, heb ik niet meer in de studio gezeten. Ik ben aan het afkicken. Want als die deadline komt, ben je daar constant mee bezig. Een beetje zoals examens, maar dan een heel jaar door. Je zit in je studio te schrijven, schrappen en afwegen wat goed genoeg is.'

Puzzelen

Is de volgorde van je nummers belangrijk?
'Dat is een puzzel die ik meestal achteraf maak, maar het is ook een zoeken naar wat past en clasht. Wat ik nu wel heb gedaan en daarvoor niet, is aan verschillende nummers tegelijkertijd werken. Zo hier en daar wat prutsen. Mark Manders, een beeldhouwer waar ik naar opkijk, doet dat ook. Hij heeft een gigantisch atelier. Hij prutst een beetje aan een beeld. Als hij het beu is, wandelt hij verder en prutst aan een ander beeld.'

Zorgt dat voor meer eenheid?
'Ja, maar te veel eenheid wil ik ook niet. Als het te gesloten is, dan gaat niet iedereen het begrijpen.'

In je muziek zit altijd veel van het proces van het maken. 
'Ja, zeker met dat idee van CASCO werd dat ook het doel. Ik zat met die deadline en dacht: fuck, het gaat niet klaar zijn. Dan kwam plots dat casco-verhaal. Toen bedacht ik dat het misschien niet erg was dat het niet af was, dat dat nog wel deel was van mijn concept. Dan had ik het idee om wat een half onafgewerkt album uit te brengen. Maar dat is natuurlijk gemakkelijk. (lacht) Maar af en toe een foutje erin laten zitten hielp om beter met die druk om te gaan.'

'Ik kan pas een paar dagen later van shows genieten'

Wat is het leukste aan het maken van een plaat?
'Dat ik dit kan doen als job. Er is niets coolers dan net een nummer afgewerkt te hebben en zo ongelooflijk blij te zijn met die creatie. Dan ga ik soms naar huis, leg dat nummer op en luister er tienduizend keer naar omdat ik zoiets heb van: da's cool, da's van mij. Het is wel raar, want als je net een nummer hebt gemaakt, dan luister je daar heel veel naar en doe je een hoop aanpassingen, maar plots is er dan een verzadigd gevoel en luister je nooit meer.' 

Omdat je het beu bent?
'Ja, als ik een lied hoor passeren op de radio, dan verzet ik dat meteen. Je focust op dingen die je niet zo had moeten doen. Ik kan ook pas genieten van shows een paar dagen later. Vlak na een show ben je vooral bezig met alles wat fout is gelopen.'

Doe je de shows zelf wel graag?
'In het begin niet. Toen maakte ik nummers in mijn slaapkamer en wees niets erop dat ik ze live zou moeten brengen en interageren met publiek.'

'Ik ben dat wel leuk beginnen te vinden. Vooral de bindteksten, wat er tussen de nummers gebeurt. Dat is het enige dat niet vaststaat, het enige dat echt kan foutlopen. Als ik zelf naar optredens ga, ben ik daar ook het meest benieuwd naar. In muziek kan je je wel een beeld vormen van wie die persoon is, maar in de bindtekst zie je de echte persoon.'

Laat je dj SNS (zijn vaste dj, red.) soms iets zeggen?
'Normaal gezien niet, maar laatst in de Roma was ik mijn tekst kwijt. Hij pikte in. Plots hoort de zaal dan een stem die niet van mij is. Dat was cool. (lacht)'

Heeft hij ook een rol in het productieproces?
'Nee, veel mensen denken dat hij de beats maakt, maar dat is niet zo. Hij maakt ook wel beats, maar niet voor mijn platen. Live denkt hij wel heel hard mee, zoals hoe je verschillende nummers aanpakt. Hij speelt ook verschillende dingen live in op z’n drumcomputer, daarnaast is hij de ruggengraat van de show. We zijn heel goed op elkaar ingespeeld.'

Bij CASCO zijn er veel meer mensen betrokken bij het productieproces dan bij zolangmogelijk. Is dat bewust?
'Het is eerder toevallig. Ik werk sowieso niet zo gemakkelijk samen met mensen. Maar soms kom je iemand tegen en klikt het. Zo ben ik bijvoorbeeld Johannes Verschaeve van The Van Jets tegen het lijf gelopen. We begonnen over muziek te praten en eindigden met: "Kom eens af naar de studio." '

'Of dan heb je bijvoorbeeld Mick Lemaire, die ook al op zolangmogelijk het nummer fruitig had ingespeeld. Dat is iemand die ik nog ken vanop school. In Brussel ben ik hem op café nog eens tegen het lijf gelopen en zei ik: "We moeten samen nog eens muziek maken." Zo is hij naar de studio gekomen. Door Mick is CASCO ook helemaal veranderd. Hij jamde wat, 'niet voor echt'. Maar ik nam dat op, om bij te houden wat hij gespeeld had. Ik regisseer dan wat: "Doe dat nu eens", of: "Zing daar eens op".'

Expres per ongeluk

Wat of wie inspireert jou?
'Hugo Claus. Die zei: 'Zoeken naar inspiratie, dat is voor de liefhebber.' Het is lang geleden dat ik nog aan dat citaat gedacht heb. Maar het is waar: inspiratie zit overal waar je bent of kijkt of gaat. Ik ga niet op zoek naar inspiratie. Bij mij gaat het veel meer om mij goed voelen. Dan is dat vaak als ik ergens alleen zit, op mijn gemak, waar het veilig is. Dan kan ik schrijven.'

'Ik laat het commerciële wel toe. Je mag geld verdienen met wat je doet'

'Als er nog een persoon is die mij inspireert, dan is het Mark Manders, de beeldhouwer. Hij maakt sculpturen die lijken alsof ze nog niet af zijn. Het lijkt alsof ze bestaan uit klei die nog nat is en alsof hij net de ruimte heeft verlaten en het beeld zo heeft laten staan. Hij speelt met dat vervalsen van materialen. Dat probeer ik ook in mijn muziek te verwerken: 'expres per ongeluk'. Het is nog niet af, maar het is de bedoeling dat het nog niet af is.'

In welke mate heeft je opleiding als beeldend kunstenaar daar iets mee te maken?
'In grote mate. Ik wil zelfs nu nog eens zo'n opleiding volgen, om terug die voeding te krijgen van met uw handen bezig te zijn. En ook bijvoorbeeld met die leerkrachten samenzitten en gewoon wat babbelen over kunst, objecten en beelden. Dat heeft veel van Brihang gevormd. Ik begon anders na te denken. Niet te commercieel, maar ik laat het commerciële ook wel toe. Ik vind wel dat je geld mag verdienen met wat je doet.'

'Dat vind ik niet zo positief aan de kunstwereld: mensen die aan veel te lage bedragen dingen doen. Dat is een stuk misbruik, maar veel mensen gaan daarin mee omdat er weinig kansen zijn. Maar door het te doen voor zo weinig geld, gaat het hele systeem om zeep, want dan wordt alles vervangbaar. Dan vind ik dat idee van 'alles voor de kunst' geen juiste mentaliteit, die wel heerst op zo'n kunstschool. Ik was daar degene die dan meer business-minded was, en dat strookt niet altijd zo goed met dat kunstenaarsschap.'

Werd dat aanvaard op je school?
'Deels. We hadden wel een les op school waarin het dan ging over wat doen als je afgestudeerd was, maar dat interesseerde niemand. Ik was toen al zelfstandige in bijberoep, dus mij wakkerde dat aan om daarmee bezig te zijn.'

'Je moet die commercialiteit ook niet helemaal toelaten. Maar als je niet een beetje commercieel nadenkt, of iets zoekt voor jezelf dat werkt, dan kom je nergens. Dat wordt soms op zo'n kunstschool te veel afgeblokt.'

Zie je jezelf nog teruggaan naar dat beeldhouwen?
'Soms denk ik na over wanneer ik 40 of 50 ga zijn, of ik nog altijd muziek ga maken. Dan hoop ik ergens van niet. Ik zie mezelf nog wel videoclips maken of voor een reclamebureau werken. Dat is natuurlijk wel de hele commerciële kant uit natuurlijk.'

Dan is het wel handig om al bekend te zijn.
'Ja, nu kan ik dat misbruiken. (lacht) Het handige is wel dat ik bekend ben als Brihang, maar misschien niet als Boudy Verleye. Dan kan ik wel opnieuw beginnen, maar die link gaat altijd gemaakt worden. Ik weet eigenlijk niet of dat bekend zijn handig is. Het is niet dat die bekendheid bij mij zo groot is, maar je voelt soms mensen toch kijken - spioneren een beetje.'

Ben je daarom in Brussel gaan wonen?
'Niet bewust daarom, maar ik kan daar wel heel incognito zijn, ja.'

Ben je West-Vlaanderen in Brussel niet aan het verliezen?
'Ik voel dat vooral aan mijn accent dat verwatert. Ik vind dat wel jammer, maar tegelijkertijd heb ik op dit moment eigenlijk niet zoveel meer met West-Vlaanderen. Mijn ouders wonen daar wel nog, maar mijn lief is van Dendermonde en we wonen in Schaarbeek. En eigenlijk ben ik ook niet in West-Vlaams dialect opgevoed. Dat was van dat wannabe AN.'

Niet Radio 1 genoeg

Je hebt op Radio 1 uitgelegd wat twee van je songs betekenen. Vind je niet dat luisteraars zelf mogen uitmaken hoe ze je muziek interpreteren?
'Ik vond het heel moeilijk om te zeggen waarover die nummers gaan. Bij Rommel was het originele idee om iets te doen met pantoffels. Omdat ik mijn pantoffels altijd in mijn rugzak stak toen ik naar de studio fietste, om die daar aan te trekken. Ik nam die overal mee. Dan is de rommel daar ineens bij gekomen. Op dat moment lijkt dat logisch, maar later vraag je je af: waarover gaat dit nu weer?'

Omdat je zelf groeit?
'Ja, je verandert ook van mening over sommige dingen. Bij Steentje was de tekst: 'Het knelt en het wringt nu al 26 jaar.' Live zing ik nu: al 27 jaar. Dat is een makkelijk voorbeeld, maar je gaat anders nadenken over zaken. Ik laat dat los omdat het op een bepaald moment af moet zijn. Anders zou die tekst voortdurend evolueren.'

'Drie jaar geleden ben je niet "radio" genoeg. En plots verandert dat'

Als je nummers brengt van een plaat die nog niet uitgebracht is, kijk je dan hoe het publiek daarop reageert?
'Ze reageerden op Pukkelpop wel goed, maar mocht dat niet het geval zijn, denk ik niet dat ik het niet zou uitbrengen. Een nummer moet groeien. Ik kan mij soms afvragen waarom mensen zo zot van een nummer zijn. Dan besef ik plots: amai ja, dat is wel goed. Het omgekeerde gebeurt ook: je denkt van iets dat het de max is en na een week ben je het beu.'

Hoe selecteer je singles?
'Bij Steentje wist ik dat dat een single was. Het heeft iets single-achtigs, er hangt een verhaal aan vast, ik had een idee voor een clip. Nu komt daarbij dat Radio 1 ons vroeg om Rommel als single te brengen. Vroeger ging het als volgt: we hebben een single, gaan naar "de radio" met: 'Hier zie, onze single'. En dan kregen we als antwoord dat het niet "radio" genoeg is. Drie jaar geleden voldeed je niet aan hun norm, en plots verandert dat.'

Chille wereld

Je wordt papa. Wat denk je van de wereld waarin je een kind moet grootbrengen?
'Er zijn nog mensen die gevraagd hebben of ik wel een kind wil in deze wereld. Maar ik vind onze wereld nog wel een chille wereld. (lacht) Nee, het gaat er momenteel niet zo goed aan toe hé, maar ergens heb ik wel geloof in de mensheid. We zullen wel weer onze middeltjes hebben om dingen op te lossen. Ik ben soms wel bang om papa te worden. Als ik tegen Inca (zijn vriendin, red.) zeg: "Ik ga dat niet kunnen, een kind opvoeden." Dan drukt zij mij op het hart dat we met twee zijn. Dat stelt mij gerust: "Ah ja, chill, we gaan samen wel ondervinden hoe dat moet." '

Denk je dat dat je muziek gaat beïnvloeden?
'Waarschijnlijk doet het wel iets, ook met de manier waarop je naar de wereld kijkt. Misschien ga ik de foute richting uit, alleen nog West-Vlaamse kinderliedjes.'

In je eerste album heb je het ergens over het feit dat je te veel geld vroeg. Nu heb je het omgekeerde probleem.
'Ik vind dat wel grappig om dat in mijn albums ook te thematiseren. In zolangmogelijk, duizend euro voor een uur? Dat was ook zo. "Duizend euro, ben je zot, vent? Zoveel geld voor een uurtje?" Ik vind dat dan zelf ook. Later werd dat dan 4000. Dan zeg ik in Oelala: "Brihang kost tegenwoordig meer dan 4k, maar hij geeft niets af als de bedelaar vraagt". Dan heb je net een show gespeeld en kom je daarna een bedelaar tegen op straat. Dan pas sta je daarbij stil. Zo zot.'

Krijg je opmerkingen over die eerlijkheid, als je zegt dat je 4000 euro verdient?
'Ja, mijn boeker zegt dan dat ik dat niet aan de grote klok moet hangen. Want die prijs blijft niet dezelfde. Dus nu denken luisteraars dat het 4000 is, maar het is ondertussen al veel meer. (lacht) En misschien gaat het bij de derde plaat nog wat omhoog, en dan bij de vierde weer helemaal terug naar beneden.'

Mis je het intieme van kleinere zalen?
'Een festival is een andere aanpak, dat is ook goed. Maar het gaat erover van wat je het leukst vindt. Een festival is ook heel aangenaam, maar als mensen zitten kan je soms nog dieper op dat intieme, dat stille ingaan.'

Hoe hard ben je vergroeid met dat petje?
'Heel hard. Ik ken iemand, Glenn De Petter, die zijn petten met de hand maakt. Hij heeft me er een keer zo eentje opgestuurd, ik heb er dan nog twee gekocht van hem. En dat is het modelletje, ik heb het gevonden. Ik denk dat ik het nooit meer ga afdoen. Mijn haar, dat stelt niet veel voor. Ik ben nog op zoek naar een goede haarsnit, maar ik heb het nog niet gevonden.'

Wil je nog iets meegeven aan onze lezers?
'Denk vooral niet dat je iets moet studeren om later geld mee te verdienen, iets dat je eigenlijk niet graag doet. Maar dat is cliché zeker?'

'Stel niet te veel uit. Ik had een weigering om verder te studeren. Ik heb toen een brief geschreven naar de Commissie om te zeggen dat ik de Nieuwe Lichting van Studio Brussel had gewonnen en met muziek bezig was. Dan had ik nog één kans. Dan studeerde ik een keer echt, en dan lukte dat ineens. Ik heb altijd de helft gestudeerd, om de helft te halen.'

'Ik weet niet wat ik nog moet zeggen. Blijf van den drugs(lacht)'