Conventie van Addis Abeba belooft academische graden over hele Afrikaanse continent te erkennen

Mijlpaal voor hoger onderwijs in Afrika

02 maart 2020
Article
Auteur(s): Emiel Roothooft
Studenten en professoren zullen makkelijker in het buitenland kunnen studeren of lesgeven, nu een pan-Afrikaans verdrag de bilaterale akkoorden vervangt.

De Conventie van Addis Abeba werd in 2014 aangenomen door alle lidstaten van de Afrikaanse Unie, maar is pas sinds november van vorig jaar echt in werking getreden. Voor de ratificatie van het verdrag waren minstens tien staten nodig die het verdrag formeel zouden ondertekenen, iets wat in 2014 met een schamele vijf staten nog niet was gelukt. Maar nu dus wel. 

Intussen hebben twintig staten getekend, waaronder ook het Vaticaan. Het verdrag moet er vooral voor zorgen dat academische graden over het hele continent erkend worden. Dat maakt interuniversitaire mobiliteit van studenten en professoren makkelijker. Het mogelijk maken van internationale onderzoeksprojecten is een tweede belangrijke doelstelling van het plan.

Een huzarenstukje van UNESCO

Het akkoord is er gekomen na sterk lobbywerk van UNESCO en de Afrikaanse Unie om alle lidstaten aan boord te krijgen. De conventie van Arusha van 1983 creëerde al een zeker raamwerk, maar er verandert toch wel een en ander. 'De Addis Abeba Conventie is een herziening van de Arusha Conventie, die rekening houdt met de grote veranderingen op het vlak van hoger onderwijs die in die periode van dertig jaar hebben plaatsgevonden', zegt Peter Wells, directeur hoger onderwijs van UNESCO.

'Landen zullen de kwalificaties, uitgereikt door welke institutie ook, niet meer bevoordelen'

Peter Wells, directeur hoger onderwijs UNESCO

Vorig jaar is een belangrijk jaar gebleken voor onderwijs wereldwijd. Naast de Addis Abeba Conventie is er in november ook een Global Convention on the Recognition of Higher Education Qualifications aangenomen, het eerste internationale verdrag op het gebied van hoger onderwijs. Dit laat toe om niet alleen binnen een bepaalde regio (zoals de EU) een gemeenschappelijk systeem te hanteren, maar ook tussen regio's onderling. Beide verdragen passen binnen de Sustainable Development Goals (SDG's) die bij de Verenigde Naties hoog op de agenda staan. Zo maken de VN het een prioriteit 'inclusief en gelijk onderwijs voor iedereen' te garanderen.

Men vergelijkt de conventie van Addis Abeba wel eens met de Bolognaverklaring, die in 1999 door de EU-lidstaten werd aangenomen. De hoofddoelstelling is dezelfde: meer mobiliteit voor studenten en personeel. Vergeleken met zijn Europese tegenhanger, blijft dit verdrag wel beperkt. Daar men het in de Bolognaverklaring heeft over het overdragen van studiepunten, eenzelfde bachelor-masterstructuur en de kiem van het Erasmusproject, gaat het in de Addis Abeba Conventie uitsluitend over de erkenning van academische kwalificaties.

Iedereen gelijk voor de wet

Met de erkenning van diploma's hoopt UNESCO ongelijkheid te bestrijden. Het gebeurt wel eens dat professoren of studenten door een universiteit niet worden aanvaard vanwege hun nationaliteit. Volgens Wells zal dit 'garanderen dat lidstaten de kwalificaties die zijn uitgereikt door een bepaald instituut niet gaan bevoordelen, waar het instituut zich ook bevindt'. Lidstaten zijn ook verplicht dezelfde criteria te hanteren voor vluchtelingen, wat van groot belang kan zijn om de huidige migratiecrisis het hoofd te bieden.

'Interuniversitaire samenwerking helpt vredesopbouw, culturele uitwisseling en kennisdeling'

Peter Wells, directeur hoger onderwijs UNESCO

Vasti Roodt, professor Filosofie aan Stellenbosch University in Zuid-Afrika, meent hierin de pan-Afrikaanse solidariteit te zien: 'Studenten uit landen met slechte onderwijssystemen zullen nu hun kennis kunnen verbreden aan de beste Afrikaanse instellingen, waarna ze hun expertise terug naar hun thuisland kunnen brengen.'

Volgens haar speelt Zuid-Afrika daar een belangrijke rol in en zal het dat ook blijven doen nu Zuid-Afrikaans president Cyril Ramaphosa voorzitter wordt van de Afrikaanse Unie. Verder zegt Roodt dat er een grote 'internationalisatiegolf' bezig is, iets wat ze ook ziet in haar eigen universiteit: 'Wij hebben tegenwoordig een doctoraatsprogramma specifiek gericht op studenten die uit andere Afrikaanse landen komen.'

'China plant in Afrika onderzoeksinstituten neer. Dat baart mij zorgen'

Vasti Roodt, docent Filosofie Stellenbosch University (Zuid-Afrika)

De Zuid-Afrikaanse professor klonk heel enthousiast aan de telefoon, wanneer ze vertelde dat het voor haar makkelijker zal zijn conferenties te bezoeken en visa te krijgen. Directeur Wells van UNESCO moet haar daarin teleurstellen: 'Dit verdrag heeft niets te maken met het versoepelen van visaregulaties.' Niettemin kan dit een eerste stap naar meer samenwerking zijn, aldus Wells: 'Eens je interuniversitaire samenwerking aanmoedigt, is het eenvoudiger vooruitgang te boeken wat betreft vredesopbouw, culturele uitwisseling en het delen van kennis.'

Het mag allemaal wat sneller

Critici van de deal hebben gewezen op de traagheid van het ratificatieproces. Wells is daarover heel duidelijk: 'Elk verdrag heeft tijd nodig om aanvaard te worden. Dat is niet uniek voor Afrika. Vooraleer een land tekent, moeten er parlementaire discussies en andere tijdrovende procedures plaatsvinden.' Hoewel niet alle landen officieel hun handtekening hebben gezet, kan het verdrag met de dertien handtekeningen wel al in actie treden. Vanaf eind 2020 zal een Convention Committee for States Party worden aangesteld om de details van de overeenkomst te bespreken en een plan van aanpak te formuleren.

Het is geen wonder dat net nu de Afrikaanse staten de handen in elkaar slaan. Sinds het aantreden van Xi Jinping als president van China, voelt Afrika de druk om zélf een kwalitatief onderwijssysteem uit te bouwen. Ook professor Roodt maakt zich zorgen over de Chinese invloed: 'Er is sprake van een braindrain van onze beste studenten naar het Chinese vasteland. Daarnaast plant China hier talloze onderzoeksinstituten neer, die volgens veel collega's als ankers werken voor Chinese invloed. Dat verontrust mij. Al ben ik natuurlijk geen expert.' 

Of de Addis Abeba Conventie daar nu iets mee te maken heeft, wist Roodt niet te zeggen. Peter Wells ziet alleszins geen verband: 'Dit is een verdrag van Afrikaanse landen, voor Afrikaanse universiteiten en Afrikaanse burgers. Dat heeft absoluut niets met China te maken.'