EDITORIAAL ONDERWIJS

Demir wil cijfermatig beleid, maar staart zich blind op één percentage

Zuhal Demir belooft steeds een minister te zijn van de cijfers. Een krant slaat Demir nooit open, beweert ze in deze editie. Ze houdt het naar eigen zeggen op data, 'weten­schappelijke studies en de nota's van de administratie en van raadgevers.' Ministers zouden dat vaker moeten doen, vindt ze.

Wat het hoger onderwijs betreft, is er één cijfer dat haar zorgen baart. Haar kabinet berekende dat het aantal studenten dat in drie jaar tijd een bachelor aan een Vlaamse hogeschool of universiteit behaalt, 28 procent bedraagt. 

Het wereldwijde gemiddelde, berekend door de Organisatie voor Economische Samen­werking en Ontwikkeling, ligt op 43 procent. Enkele landen met een hoog percentage selecteren actief aan de poort, maar goed. De studie-efficiëntie in Vlaanderen mag best hoger. Als de minister stelt dat ook studen­ten daar bezorgd over moeten zijn, maakt ze een valabel punt. Het nastreven van een hoger studierendement, daar kunnen ook wij niet tegen zijn.

Een van haar raadgevers ging daarom aan de slag met het uitdenken van een nieuw beleid rond studievoortgang. Dat dat 'voorontwerp tot decreet' na een lek in De Morgen en Veto belandde, kan de minister die geen kranten leest, niet appreciëren. Het ging slechts om een 'denkoefening', klonk het toen al. De minister heeft niet graag dat de pers daarover schrijft. Jammer.

Nog voor de cijfers echt richting kunnen geven, navigeert de minister al in één richting

Volgens het ontwerp zouden alle studenten die niet onder een uitzonderingscategorie vallen, elk jaar minstens 54 studiepunten moeten opnemen. Wie twee jaar op rij niet voor minstens tachtig procent van de vakken zou slagen, zou – mits de uitzonderingen – een opleiding moeten staken. 

Hoewel het kabinet nog steeds over een 'denkoefening' spreekt, wordt het basiskader wel heel concreet. Een kabinetsmedewerker verdedigde de minimumgrens van 54 bijvoorbeeld op een open vergadering van de Vlaamse Vereniging van Studenten. De tachtig procent, vernemen we uit goede bron, ligt minder vast. Het basiskader wel.

Dat is te vroeg, want de time to graduation toont enkel aan dat er een probleem is. Voor de oplossing heeft Demir nog geen data. Over de werking van de harde knip – een uitbreiding van het mijlpaalsysteem over heel Vlaanderen, ingevoerd door haar voorganger Ben Weyts in 2022 – bestaan er nog geen harde cijfers. Die komen er pas in de loop van de volgende dagen.

Toch werd al nagedacht over een minimum­grens van 54 studiepunten en 80 procent. Nog voor de cijfers echt richting kunnen geven, navigeert de minister al in één richting. Enkel een verstrenging van de studievoortgangsmaatregelen lijkt bespreekbaar.

Over de uitwerking van alternatieven vangen we niets op. Een betere begeleiding van leerlingen die het middelbaar verlaten. Een aanpak van het dramatisch hoge aantal studenten per onderwijsondersteuner aan de Vlaamse universiteiten. Ook op dat vlak hinkt Vlaanderen achterop op de rest van de wereld. Ook zo'n maatregelen kan je verantwoorden op basis van de time to graduation

Toch staat de richting van de minister al vast: de studievoortgang moet strenger. Eén percentage mag nooit leiden tot een tunnelvisie.

Pieterjan Douchy is redacteur Onderwijs. Het editoriaal wordt gedragen door de voltallige redactie. 

Powered by Labrador CMS