De crisis van onze hedendaagse werkethiek

Waarom we tegenwoordig leven om te werken

10 februari 2020
Splinter
Auteur(s): Emiel Roothooft
Werken, werken, werken, werken, eten, werken, werken, werken, werken, slapen, slapen, slapen, werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken, werken, eten, werken, werken, werken, slapen.

Het is 16 januari. Ik zit twee minuten in de zetel, heb een serie opgezet en zit wat chips op te smikkelen. Rechts van mij een tafel waarop mijn cursus, notities en nog uren noeste arbeid in het vooruitzicht. Tijdens die twee minuten kan ik genieten van de rust, de cinematische beelden en de geroosterde aardappelschijfjes in mijn hand. Maar dan overvalt het me: het schuldgevoel. "Moet jij niet aan het studeren zijn?", meen ik ergens te horen. Ik kijk naar mijn boeken en zit in een tweestrijd. Studeren of kijken, studeren of kijken, studeren of kijken. Zonder dat ik het goed en wel besef, klap ik mijn laptop dicht. Even later zit ik al terug aan mijn bureau. Because the grind never stops.

Het hierboven beschreven geestestafereel is de lezer waarschijnlijk niet al te vreemd. De examenperiode is voor velen onder ons een tijd van eeuwige dilemma's, knagende schuldgevoelens en immense druk. Misschien toont zich daar ons masochistisch kantje: de zich afpeigerende mens, want 'pijn is fijn', of met de beperkte woordenschat van de bodybuilder: no pain, no gain. Wat we hier aan het werk zien, is een vreemd mechanisme. Ik noem het de hustle-cultuur, gekenmerkt door toxische productiviteit. Het valt me zwaar de maatschappij waarin in leef ziek te zien, verdorven door een allesvernietigende drang naar superlatieven. 

Vanaf de Industriële Revolutie heeft de homo faber of arbeidende mens afgedaan. De zelfverwerkelijking door middel van arbeid, die Marx zo vitaal achtte, is vervangen door een verwerkelijking van de maatschappij, van 's lands trots. Wij zijn louter vehikels geworden van een grotere macht, bionische werkpaarden klaar voor het slachthuis. Nu, het kan u verbazen, maar voor en na de Industriële Revolutie was het beter gesteld met de werkethiek dan nu. Toen bleef bestraffing voor slecht werk extern: een paar zweepslagen op de blote poep of een verlies van loon. Hoewel niet aangenaam, is de hedendaagse discipline die wij onszelf opleggen een grotere kwelling. In zijn meesterwerk Surveiller et punir analyseert Michel Foucault de West-Europese maatschappij door als metafoor het gevangeniswezen ten tonele te brengen. Zijn begrip van het panoptisme beschrijft perfect onze huidige werkethiek, namelijk dat we het gevoel hebben langs overal bekeken te worden, verkerend in een orwelliaanse dystopie. Dat gevoel van constante controle hebben we geïnternaliseerd, waardoor wijzelf de disciplinerende instantie zijn geworden. Maar wie is de schuldige? Zoals in vele gevallen: de Verenigde Staten van Amerika.

Toen James Truslow Adams in 1931 het begrip van de 'American Dream' introduceerde, waren de VS 'the place to be'. De New Deal van Franklin D. Roosevelt had de uitgestrekte federatie er terug bovenop geholpen en de beurskoersen in Wall Street schoten weer de hoogte in. Het ging de Amerikanen voor de wind, maar tot dan toe bleef de rijkdom veelal beperkt tot de blanke, mannelijke elite van de Oostkust. In het begin van de jaren '30 begon men echter te streven naar een meer egalitaire samenleving. Uiteraard was dit een perfecte dekmantel voor nog meer welvaart. Vanaf nu werd ook de arme boer uit Montana en de ambitieuze klerk uit Kansas aangemoedigd om mee te werken aan 'het epos van Amerika'. De samenleving nam de vorm aan van een meritocratie, waar iedereen (lees: nog steeds alleen blanke mannen) alles kan bereiken, als men er maar hard genoeg voor werkte. 

Het is geen 'rocket science' hier het gevaar in te zien. Als we succes onafhankelijk gaan zien van afkomst en klasse, maar alleen als resultaat van hard werk, dan lopen we het risico af te glijden naar een visie op verlossing en verdoemenis die aanschurkt bij de streng-katholieke predestinatieleer van vijf eeuwen geleden. Een bedelaar op straat zal geen medelijden meer opwekken; zijn armoede een onvermijdelijk gevolg van luiheid. Langs de andere kant zal succes ook gelijk worden gesteld aan hard werk. Maar dan zou ik durven vragen: ziet u dhr. Trump meer dan een uur per dag werken? 

Het is overduidelijk dat wij de waarden van het neoliberalisme tot onszelf hebben genomen. De meritocratie en de American Dream zorgen ervoor dat we ons dagelijks volpompen met cafeïne en andere pepmiddelen, en onszelf broodnodige uren slaap onthouden, want zoals Margaret Thatcher ooit zei: "Sleep is for wimps." Desalniettemin is het wat goedkoop de schuld volledig in de schoenen van het kapitalisme te schuiven. Ook het bolsjewisme heeft in de twintigste eeuw lelijk thuisgehouden. Mogelijk was het daar nog erger: aangezien men leefde in een klasseloze samenleving, had men geen excuus niet hogerop te geraken. Nu goed, dat monster is al wel even gaan liggen - met speciale dank aan Gorbi -, maar wat verder naar het oosten verrijst een nieuwe supermacht: China. 

Als West-Europeanen hebben wij ons sinds het Amerikaanse succesverhaal steeds gespiegeld aan andere, productievere naties. Nu is dat Oost-Azië. Elk jaar wanneer de PISA-resultaten bekend worden gemaakt, dragen Singapore, Japan, China en Zuid-Korea de streversrol van de klas met verve. Wij als gespleten België zitten met de handen in het haar. Deze intellectuele wedloop is kenmerkend voor het syndroom van de hustle-cultuur. Terwijl de hele klas elkaar naar de haren vliegt, ruziënd over wie met wie groepswerk zal doen, zit er in de hoek achteraan een stil jongetje, naarstig werkend aan de opdracht. Hij heeft besloten alleen te werken, en terwijl de anderen nog aan het bekvechten zijn, gaat hij naar voren en legt hij de ingevulde opdracht op het bureau van de juf. Dit schuchtere ukkie heet Scandinavië en kan nu lekker buiten gaan spelen. 

Scandinavië bewijst ons dat het wel kan: een goede balans tussen werk en ontspanning, tussen levensonderhoud en het eigenlijke leven. Onlangs heeft de kersverse Finse premier Sanna Marin haar sympathie voor een 30-urenwerkweek uitgedrukt. Het zou het algemene geluksgevoel bij de bevolking doen toenemen, en bovendien zou het de economie alleen maar zien groeien. Wil ik hier nu een pleidooi houden voor mediocriteit? Neen, maar wel dit: we moeten allemaal wat meer als Scandinavië zijn. Laat Japan met hun recordaantal zelfdodingen door burn-out toch achterwege! Gun China toch hun hersendodende welvaart! Laat de Amerikanen toch zwemmen in hun arrogantie! Wees geen Luminusmannetje dat luistert naar Meneer Meer! Laten we gaan naar een herwaardering van het dolce fare niente, naar een samenleving waar we niet leven om te werken, maar werken om te leven.